In de zomer 1936 grepen de anarchisten in Catalonië de macht en vestigden een anarcho-syndicalistische utopie. De Catalaanse Revolutie van 1936 is dankzij de crisis in Catalonië weer helemaal actueel.

 

Hyperdemocratisch

In juli 1936 probeerden rechtse Spaanse generaals het linkse volksfrontregime in Spanje met geweld aan de kant te zetten. De coup slaagde in Oud-Castilië, op de Canarische eilanden en in Spaans-Marokko, maar in Madrid en Barcelona stuitten de putschisten op fel verzet. In reactie op de mislukte coup besloten de anarchisten in Catalonië werk te maken van hun revolutie. Nu hadden ze de kans.

Aragonfront

Tijdens de zogenoemde Rode Terreur werden kerken en landhuizen geplunderd en katholieke geestelijken, rijken en (vermeende) fascisten tegen de muur gezet. In het door de republikeinen beheerste deel van Spanje heerste een tijdlang dus echt de anarchie. Maar dit was niet alles. Fabrieken, landgoederen, openbaar vervoer en telefoonmaatschappijen kwamen in handen van de arbeiders. De anarchisten waren zoals hun naam al zegt tegen een sterke staat, maar waren hyperdemocratisch. Arbeidersraden namen beslissingen en iedereen had een stem. Soms was dit heel efficiënt. Anarchisten omzeilden de bureaucratie en konden daarom de fabriek beter laten draaien door nieuwe ideeën gewoon meteen toe te passen. Ze stuitten niet op onwil van hogerhand.

De anarchistische milities waren daarentegen niet zo efficiënt. Natuurlijk, in de zomer van 1936 hadden ze in Barcelona de putschisten verslagen door barricaden op te werpen en de coupplegers in een hinderlaag te lokken, maar het offensief tegen Aragon liep uit op een patstelling. De door de nationalisten bezette Aragonese hoofdstad Zaragoza werd niet heroverd. Het grote nadeel van de anarchistische milities was dat soldaten heel erg hun eigen gang gingen, nauwelijks gedisciplineerd waren en dus niet geneigd om bevelen op te volgen. De communisten, die dankzij wapens en militaire adviseurs uit de USSR vanaf eind 1936 steeds meer macht kregen in het Republikeinse deel van Spanje, verweten de anarchisten dan ook zich niet voor 100% voor de goede zaak in te zetten. Deze kritiek was niet helemaal onterecht, maar de communisten zeiden dit ook omdat ze de macht wilden grijpen en de anarchisten een sta-in-de-weg waren.

 

Homage to Catalonia

In mei 1937 leidden de spanningen tussen de anarchisten en communisten tot een korte burgeroorlog binnen een burgeroorlog. De communisten wilden in Barcelona de macht grijpen, maar stuitten op verzet van anarchistische milities. Er werd enkele dagen flink gevochten, maar omdat de anarchisten beseften dat Franco zou profiteren van republikeinse verdeeldheid besloten ze om een wapenstilstand aan te gaan. De communisten wonnen dus en gaven de links-revolutionaire POUM de schuld. Deze partij zou trotskistisch zijn en werd genadeloos vervolgd. De Britse schrijver George Orwell, die voor de POUM aan het Aragonfront vocht, moest vrezen voor zijn leven en vluchtte met zijn vrouw terug naar Engeland.

De anarchistische revolutie in Catalonië is later behoorlijk verheerlijkt. Dit komt vooral door George Orwell, die in zijn beroemde boek Homage to Catalonia lyrisch was over wat er allemaal gebeurde:

I had dropped more or less by chance into the only community of any size in Western Europe where political consciousness and disbelief in capitalism were more normal than their opposites. Up here in Aragon one was among tens of thousands of people, mainly though not entirely of working-class origin, all living at the same level and mingling on terms of equality. In theory it was perfect equality, and even in practice it was not far from it. There is a sense in which it would be true to say that one was experiencing a foretaste of Socialism, by which I mean that the prevailing mental atmosphere was that of Socialism. Many of the normal motives of civilized life—snobbishness, money-grubbing, fear of the boss, etc.—had simply ceased to exist. The ordinary class-division of society had disappeared to an extent that is almost unthinkable in the money-tainted air of England; there was no one there except the peasants and ourselves, and no one owned anyone else as his master.

Toen Orwell in december 1936 in Barcelona aankwam leek hij in een revolutionair paradijs te zijn beland:

It was the first time that I had ever been in a town where the working class was in the saddle. Practically every building of any size had been seized by the workers and was draped with red flags and with the red and black flag of the Anarchists; every wall was scrawled with the hammer and sickle and with the initials of the revolutionary parties; almost every church had been gutted and its images burnt. Churches here and there were being systematically demolished by gangs of workmen. Every shop and cafe had an inscription saying that it had been collectivized; even the bootblacks had been collectivized and their boxes painted red and black. Waiters and shop-walkers looked you in the face and treated you as an equal. Servile and even ceremonial forms of speech had temporarily disappeared. Nobody said ‘Señor’ or ‘Don’ or even ‘Usted’; everyone called everyone else ‘Comrade’ or ‘Thou’, and said ‘Salud!’ instead of ‘Buenos días’. Tipping had been forbidden by law since the time of Primo de Rivera; almost my first experience was receiving a lecture from a hotel manager for trying to tip a lift-boy. There were no private motor-cars, they had all been commandeered, and the trams and taxis and much of the other transport were painted red and black. The revolutionary posters were everywhere, flaming from the walls in clean reds and blues that made the few remaining advertisements look like daubs of mud. Down the Ramblas, the wide central artery of the town where crowds of people streamed constantly to and fro, the loud-speakers were bellowing revolutionary songs all day and far into the night. And it was the aspect of the crowds that was the queerest thing of all. In outward appearance it was a town in which the wealthy classes had practically ceased to exist. Except for a small number of women and foreigners there were no ‘well-dressed’ people at all. Practically everyone wore rough working-class clothes, or blue overalls or some variant of militia uniform. All this was queer and moving. There was much in this that I did not understand, in some ways I did not even like it, but I recognized it immediately as a state of affairs worth fighting for…so far as one could judge the people were contented and hopeful. There was no unemployment, and the price of living was still extremely low; you saw very few conspicuously destitute people, and no beggars except the gypsies. Above all, there was a belief in the revolution and the future, a feeling of having suddenly emerged into an era of equality and freedom. Human beings were trying to behave as human beings and not as cogs in the capitalist machine.

Natuurlijk was de werkelijkheid minder romantisch. De anarchisten hadden immers bloed aan hun handen en regelden hun militaire zaken inefficiënt. Orwell maakt van de Catalaanse Revolutie een idylle, zodat het communistische verraad van mei 1937 extra hard aankomt.

 

De lessen voor nu?

Hoewel Orwell in zijn boeken Animal Farm, 1984 en Homage to Catalonia ons geholpen heeft om totalitaire regimes en totalitaire propaganda te ontmaskeren is de Britse schrijver en essayist eigenlijk heel idealistisch. Je zou hem, met zijn gekleurde observaties over de Catalaanse Revolutie, met zeker recht een fellow traveller kunnen noemen. Orwell zag wat hij wilde zien en bekeek de revolutie door een roze bril. Pas toen de communisten in actie kwamen vielen de schellen hem van de ogen.

In Nederland is er – begrijpelijk – veel sympathie voor de Catalanen die onafhankelijk willen worden. Barcelona is David, Madrid is Goliath. Het feit dat Spanje op brute wijze het Catalaanse referendum wilde voorkomen en nu de autonomie van Catalonië heeft ingetrokken maakt de regering in Madrid immers niet heel sympathiek in de ogen van buitenstaanders.

Maar de Catalaanse Revolutie van 2017 is net als die van 81 jaar geleden een utopie, een droom. Als Catalonië echt onafhankelijk wordt hoort het land niet meer de EU. Brussel is nou niet bepaald een voorstander van Catalaanse onafhankelijkheid, wat betekent dat de nieuwe staat economisch keihard gestraft gaat worden. Over deze consequenties denken de Catalaanse idealisten echter niet na. Hun fans in Nederland natuurlijk ook niet. Alleen anarcho-nationalist Thierry Baudet. Die heel machiavellistisch de onafhankelijkheid van Catalonië vooral ziet als een wig om de EU kapot te maken.

 

Afbeeldingen: Wikimedia / Wikipedia Commons