In mijn boekenkast staan een boel boeken over de Tweede Wereldoorlog en ook over Hitler, onder andere de biografie van Ian Kershaw. Natuurlijk maakt mij dat niet tot een nazi of tot oorlogshitser. De Tweede Wereldoorlog vind ik ontzettend interessant en ook Adolf Hitler – een van de meest duistere personen die de wereldgeschiedenis heeft voortgebracht – fascineert mij. Waarom haatte hij alle Joden? Wanneer ontstond zijn antisemitisme? Wanneer ontstond het idee om alle Joden, in het door nazi-Duitsland bezette Europa in ieder geval, uit te roeien? Ook de kant van Hitlers gewillige beulen, de slachtoffers uiteraard maar ook de gewone Duitsers interesseert mij enorm. Misschien ook omdat de Holocaust de grootste misdaad (tot nu toe) in de menselijke geschiedenis is. En dan hebben we het nog niet gehad over de andere genocides die toen werden begaan door het naziregime – zoals de moord op de zigeuners en de moord op miljoenen Polen, Serviërs en Russen. Hoe heeft het zover kunnen komen? Had het voorkomen kunnen worden? Wat zou ik doen in zo’n situatie?

Doctor in de rechten en bachelor in de geschiedenis Thierry Baudet heeft ook belangstelling voor de Tweede Wereldoorlog en de nazi’s. Dat bleek uit het boekenstapeltje dat FvD-spijtoptant Robert Baljeu twitterde.

 

Een boek ken ik, want dat heb ik ook gelezen (en ongetwijfeld aan mijn zwager doorgegeven, die vindt de Tweede Wereldoorlog en alles wat daarmee te maken heeft ook machtig interessant), en dat is Dagboek van de duivel van voormalig FBI-agent Robert K. Wittman en journalist David Kinney, dat gaat over Alfred Rosenberg.

Rosenberg was een belangrijke ideoloog van nazi’s, die vanaf 1934 een dagboek bijhield dat onlangs is ontdekt. Hij schreef in 1930 Der Mythus des 20. Jahrhunderts, na Mein Kampf het belangrijkste naziboek. Rosenbergs ‘meesterwerk’ bevatte weinig originele inzichten en was moeilijk door te komen. Ook Hitler vond het een vreselijk saai boek, maar vond het niet aardig om dit tegen Rosenberg te zeggen. Dat kwam mede omdat Rosenberg in de periode 1919-1925 van cruciale invloed was op de ideologische vorming van Hitler. Rosenberg, die kwam uit Reval (het huidige Tallinn, de hoofdstad van Estland), had de Russische Revolutie meegemaakt en was hierdoor diep getraumatiseerd. Hij  vluchtte in 1918 naar Duitsland, belandde in München en was in januari 1919 lid geworden van de nazipartij, ruim een half jaar voordat Hitler zich bij deze club zou aansluiten.

Op de latere Führer van het Duitse Rijk oefende Rosenberg begin jaren twintig een beslissende ideologische invloed uit. In de ogen van Rosenberg was anticommunisme per definitie antisemitisme. Het communisme zou een Joodse ideologie zijn en hij beschouwde de Russische Revolutie als een Joodse samenzwering. Daarnaast was Rosenberg van mening dat het Duitse ras superieur was aan alle andere rassen en dat de wereldgeschiedenis het beste kon worden beschouwd als een rassenstrijd (in plaats van de communistische klassenstrijd). Rosenberg publiceerde zijn ideeën in de Völkischer Beobachter, de nazikrant waar hij hoofdredacteur van werd.

Zijn ideeën ontleende Rosenberg aan de rassentheoreticus Arthur de Gobineau, de Brits-Duitse schrijver Houston Stewart Chamberlain en de Protocollen van de Wijzen van Zion. Chamberlain, de zwager van de beroemde componist en antisemiet Richard Wagner, schreef in 1899 het boek Die Grundlagen des 19. Jahrhunderts, dat de inspiratie vormde voor Rosenbergs in 1930 gepubliceerde boek Der Mythus des 20. Jahrhunderts. Hoewel Hitler in Mein Kampf schreef dat hij in zijn Weense jaren antisemiet was geworden zijn veel historici van mening dat deze bekering veel later kwam, namelijk in 1919, dus na de Eerste Wereldoorlog. Wittman en Kinney vermoeden dat Rosenberg hierin een cruciale rol heeft gespeeld. In Mein Kampf beweert Hitler namelijk ook dat het communisme een Joods complot is en heeft hij veel aandacht voor de Sovjet-Unie, de obsessie van Rosenberg.

Andere nazi’s van het eerste uur bevestigen dat Hitler begin jaren twintig een hoge pet van Rosenberg op had. De nazi-ideoloog was samen met een andere Baltische Duitser, Max von Scheubner-Richter, de architect van de Bierkellerputsch van 1923. Zoals bekend mislukte deze staatsgreep, Von Scheubner-Richter werd door Beierse veiligheidstroepen doodgeschoten (en zorgde tijdens zijn dodelijke val ervoor dat Hitlers arm uit de kom schoot), de Führer werd gevangen genomen en Rosenberg werd in zijn plaats tot leider van de nazipartij benoemd. Volgens Hitler-biograaf Ian Kershaw werd Rosenberg de nieuwe partijleider omdat hij geen gezag had. De nazipartij moest weten dat Hitler voor de beweging onmisbaar was. Wittman en Kinney beamen dat Rosenberg er een zooitje van maakte als tijdelijke nazileider, maar menen dat Hitler wellicht voor Rosenberg koos vanwege zijn ideologische visie. Veel andere nazi’s verachtten Rosenberg, een typische half-intellectueel en eclecticus die verschrikkelijk saaie theoretische zwamverhalen hield, maar Hitler beschouwde hem als een groot denker. Later werd Hitler kritischer en hij vond Rosenbergs boek slecht, maar misschien komt dat ook omdat Rosenberg beter was in het schrijven van opinieartikelen voor de nazikrant dan in het schrijven van een echt boek. Dat is een stuk moeilijker, weet iedereen die zelf ook een boek heeft geschreven.

Waarom leest Thiery Baudet zoveel over Rosenberg en de nazi’s? Ook uit historische belangstelling? Niet alleen. Baudet-apologeten als Wierd Duk, Rutger van der Noort en anderen hebben in die zin gelijk, dat je natuurlijk geen nazi bent als je boeken over de nazi’s leest. Maar dat is het punt ook helemaal niet dat critici maken. Thierry Baudet verkondigt namelijk politieke opvattingen die raakvlakken, sterke raakvlakken hebben met het gedachtegoed van Rosenberg en de zijnen. Baudet gebruikte het woord ‘boreaal’ in zijn beruchte speech van maart dit jaar. Deze term werd ook gebruikt door het schimmige Thule Gesellschaft, een rechtsextremistische occultistische club waar veel latere nazi’s lid van zouden worden, waaronder dus ook Rosenberg. Baudet haalt zijn ideologische inspiratie dus uit zeer foute bronnen, to put it mildly.

Maakt dit Baudet tot een nazi? Dat is te simpel gesteld. Er zit een provocerend, speels element in Baudets optreden, wat hem ergens ongrijpbaar maakt. Hij roept allemaal reactionaire dingen die tegen het fascisme en ook tegen het nationaal-socialisme aanschuren, maar ontkent vervolgens racist of fascist te zijn en krabbelt weer terug. Sommigen noemen dit ironie. Maar het is dan wel ironie van het reviaanse, alt-rechtse soort, ironie die ook weer ergens serieus is. Dit ongrijpbare zorgt ervoor dat Baudets linkse tegenstanders racisme, fascisme of nazisme roepen, terwijl zijn apologeten, hoewel zij zich in steeds meer ingewikkelde bochten moeten wringen en steeds minder geloofwaardig worden, dit glashard  ontkennen.

Baudet geniet ervan, van al die ophef als hij weer wat provocerend heeft gezegd, als reactionaire intellectueel. Daarom kwam hij twee jaar geleden ook met de extreemrechtse Franse schrijver Drieu de la Rochelle op de proppen, die aan de zijde van Franco in de Spaanse Burgeroorlog heeft gevochten. Op een handjevol historici en francofielen (liefhebbers van de Franse cultuur, anders had ik Francofielen geschreven, met een hoofdletter) na had nog nooit iemand van die Drieu gehoord. Ik ook niet. Ik kende alleen foute Fransen Celine en Brassilach, maar ook alleen van de geschiedenisboeken, want ik had en heb geen letter van ze gelezen. Maar wat genoot Baudet van de ophef toen men ontdekte wat voor fascistisch figuur Drieu de la Rochelle wel niet was. En Baudet had zijn escape natuurlijk al klaar: die interesse voor het werk van Drieu was puur en alleen intellectueel en literair, dat een schrijver een fascist is zegt niets over de kwaliteit van zijn werk. Correct, maar de zogenaamd brede intellectuele belangstelling van Baudet is alleen maar voor extreemrechtse figuren, concepten en ideeën waarmee hij vervolgens in de media provoceert, hij heeft dit niet voor linkse, liberale en andere ideeën, die intellectueel veel interessanter, hoogontwikkelder, meer doordacht zijn.

Want laten we eerlijk zijn, Rosenberg waar Baudet nu kennelijk mee flirt was niet alleen een slechte stilist, dat vond zelfs Hitler, maar ook nog eens een intellectueel luie autodidact zonder een afgeronde academische opleiding, die complottheorieën met echte wetenschap verwarde. Mr. dr. Thierry Baudet is weliswaar gepromoveerd, maar zijn proefschrift is zeer omstreden, sommige hoogleraren, ook in Leiden, zijn van mening dat hij nooit had mogen promoveren, omdat zijn proefschrift De aanval op de natiestaat een zeer selectieve, niet bepaald afgewogen analyse van de geschiedenis van de Europese eenwording biedt, die inderdaad veel weg heeft van een complottheorie. Misschien komt dit wel omdat Baudet na zijn bachelorstudie geschiedenis rechten is gaan studeren, een masterstudie, en van beide vakken dus maar de helft (of minder?) heeft meegekregen. Baudet toont zich elke keer weer, ondanks zijn doctorstitel, een halfbakken intellectueel. Hij is iemand die zonder over verdere consequenties na te denken in boeken shopt, vooral foute boeken, om daar provocerende ideetjes uit te halen waarmee hij andere hoogopgeleiden, die natuurlijk veel meer van hun studie hebben opgestoken, wil pesten. En misschien ligt daar ook wel de sleutel in het begrijpen van Baudets afkeer voor de universiteit als instituut. Hij vreest ideeën die stevig, met feiten en argumenten, zijn onderbouwd. Want zulke ideeën ontmaskeren hem. Baudet noemt ze links, maar eigenlijk zijn ze – intellectueel gezien – te hoog gegrepen voor hem.

In het land van de blinden is Baudet koning eenoog, net als Rosenberg in de jaren twintig onder zijn nazikameraden, maar degenen die twee ogen hebben kijken dwars door zulke halfbakken waanideeën heen. Ich habe es gewusst.