Op 16 september 1982 richtten christelijke extremisten uit Libanon een slachting aan in de Palestijnse vluchtelingenkampen Sabra en Shalita. De slachtpartij, die drie dagen zou duren, kostte aan velen het leven. De schattingen lopen uiteen van 1000 tot 3500 slachtoffers. Het Israëlische leger was ooggetuige van het bloedbad, maar keek bewust de andere kant op.

Massacre of palestinians in shatila.jpg

Libanon kampte in de jaren zeventig en tachtig van de vorige eeuw met een verschrikkelijke burgeroorlog, die zo’n 150.000 Libanezen het leven heeft gekost. Libanons buurlanden Syrië en Israël trokken in deze oorlog ook partij. Syrië was vanwege de Assads op de hand van de sjiitische moslims in het land; Israël steunden de christelijke maronieten.

Op 14 september 1982 werd Bashir Gemayel vermoord, de pas verkozen christelijke president van Libanon. Historici vermoeden tegenwoordig dat de Syrische geheime dienst achter de bomaanslag zat die aan Gemayel en 25 anderen het leven kostte. Veel christelijke Libanezen meenden echter dat de Palestijnse vluchtelingen achter de moord zaten.

Twee dagen na de bomaanslag trok de Special Force, een extremistische christelijke militie, gewapend met bijlen, messen en geweren de Palestijnse vluchtelingenkampen Sabra en Shalita binnen. Ze kregen rugdekking van het Israëlische leger, dat ook in Libanon aanwezig was. De IDF controleerde de vluchtwegen en verlichtte met vuurpijlen het vluchtelingenkamp, zodat de milities ook ‘s nachts met hun slachtpartij konden doorgaan.

De Britse journalist Robert Fisk was een van de eerste journalisten die na de massamoord de vluchtelingenkampen bezocht. Hij schreef:

daar lagen vrouwen in huizen met hun rokken omhooggetrokken en hun benen uiteen, kinderen van wie de keel was doorgesneden, rijen jonge mannen die in de rug waren geschoten nadat ze tegen een muur waren gezet. Er waren baby’s – zwarte baby’s omdat ze 24 uur eerder waren afgeslacht en hun lichaampjes reeds tekenen van ontbinding vertoonden – die op een hoop waren gegooid naast afgedankte Amerikaanse legerrantsoenen, Israëlisch militair materieel en lege whiskyflessen.

Israël heeft de massamoord niet uitgevoerd, maar is wel mede verantwoordelijk voor de slachtingen. Militairen van de Special Force rapporteerden aan Israëlische commandoposten, die deze rapporten weer doorgaven aan de Israëlische regering. Ariël Sharon, die op dat moment Minister van Defensie was, wist van het bloedbad meer deed niets om de massamoord te voorkomen. Een Israëlisch onderzoek pleitte de IDF vrij, maar vond wel dat Sharon mede verantwoordelijk was aan het bloedbad omdat hij dit had moeten zien aankomen. Vanwege zijn nalatigheid moest hij eigenlijk aftreden oordeelde de commissie, maar de minister bleef gewoon zitten. Toen Sharon in 2014 overleed waren de overlevenden van Sabra en Shalita bepaald niet in een rouwstemming, hoewel ze met zijn dood hun geliefden niet terugkregen…

 

 

Afbeeldingen: Wikimedia / Wikipedia Commons