De beroemde televisiedominee Billy Graham overleed gisteren. Hij werd 99 jaar. Graham heeft grote invloed op het Amerikaanse christendom uitgeoefend. Het Amerikaanse christendom oefende weer een enorme invloed op Nederland uit. Het gereformeerde en hervormde christendom werd evangelischer.

Na de Tweede Wereldoorlog stroomden niet alleen hulpgoederen uit de Verenigde Staten ons land binnen, maar kwamen ook vele evangelisten naar West-Europa om het christendom van nieuw vuur te voorzien. Via massamanifestaties, radio, TV, muziek en lectuur kreeg het Amerikaanse evangelicalisme in Nederland vaste voet aan de grond. Billy Graham ging op een ‘kruistocht’ door heel Europa. In 1955 was hij op een massabijeenkomst in het voetbalstadion van Feyenoord, waar brigadier Nijman van het Leger des Heils zijn Engelstalige preek in het Nederlands vertaalde.

 

Amerikaanse invasie

In de enkele jaren geleden verschenen bundel A spiritual invasion?, geredigeerd door de historici George Harinck en Hans Krabbeldam, worden de Amerikaanse invloeden op het Nederlandse christendom, in bijzonder het orthodoxe protestantisme, onderzocht. Deze interessante episode uit de recente religiegeschiedenis wordt belicht vanuit verschillende invalshoeken.

Historicus George Harinck beschrijft de invloed van het Amerikaanse evangelicalisme op de verschillende protestantse kerken. Aanvankelijk was de reactie sterk afwijzend en werd het evangelicalisme op theologische gronden veroordeeld. Nadat de kerken als gevolg van de secularisatie leger werden, kreeg het evangelicalisme meer invloed. Het evangelicalisme combineerde traditionele geloofsopvattingen met moderne vormen en sprak daarom veel orthodoxe gelovigen aan. Niet alleen kwamen er steeds meer evangelicale kerken, maar ook werden de gevestigde protestantse kerken steeds evangelicaler. De invasie was niet meteen maar uiteindelijk dus zeer succesvol.

De Evangelische Omroep was volgens historicus Remco van Mulligen slechts gedeeltelijk een Amerikaanse kopie. De omroep was zeer geworteld in het calvinisme, zo’n 80% van de leden was afkomstig uit de gevestigde kerken. Mede hierom hechtten ‘televisiedominees’ als Willem Glashouwer en Jan Hendrik Velema zeer aan het woord en vonden ze, in tegenstelling tot hun Amerikaanse collega’s, dat de vorm hieraan ondergeschikt moest zijn. Niettemin nam de EO veel ideeën en vormen uit Amerika over, zoals de gedachte dat homoseksualiteit een te genezen ziekte zou zijn en het aanbieden van telefonische nazorg aan mensen die in ‘geestelijke nood’ waren.

 

Erotische ondertoon

Ook de Amerikaanse invloed op de Nederlandse gospelmuziek was groot. In haar boeiende bijdrage schrijft muziekwetenschapster Els Dijkerman over praise (lofprijzing) en worship (aanbidding). Praise-nummers zijn opgewekt en gaan gepaard met handengeklap, worship-nummers zijn intiem en hebben volgens Dijkerman niet zelden een erotische ondertoon, met teksten als:

I feel like I’m falling over and over in love with You
It’s not just a feeling, but I know that he is real,
I feel like I’m falling into the arms of a mighty God
It’s not just a feeling, but I know that he is real.

In het Nederlands wordt het woordje ‘You’, waarmee Jezus of de Heilige Geest wordt bedoeld, vaak vertaald met ‘Gij’, wat de seksuele ambiguïteit wat verdoezelt. Op de vaak egocentrische teksten van de gospelliederen is veel kritiek geleverd. Het project ‘Psalmen voor Nu’ heeft geprobeerd de evangelicale muziekcultuur met de gereformeerde te verenigen, en heeft de psalmen hertaald en op moderne muziek gezet. Amerika inspireerde, maar werd niet in alles nagevolgd.

 

Intelligent Design

Bijzonder interessant is ten slotte de bijdrage van godsdienstfilosoof Taede Smedes over Intelligent Design, de theorie dat er achter de werkelijkheid een intelligent goddelijk ontwerp zit. Volgens wetenschappers is ID een pseudo-wetenschap, terwijl fundamentalistische christenen ID een slap alternatief vinden voor het creationisme, het geloof dat God de wereld in zes dagen van 24 uur geschapen heeft. Smedes toont aan dat het Amerikaanse ID geen wetenschap is maar een ideologie, net als het creationisme. Amerikaanse ID-aanhangers vechten de scheiding tussen geloof en wetenschap en kerk en staat aan, met als doel een theocratie te vestigen.

Nederlandse ID-aanhangers zijn gematigder. Zij gebruiken ID vooral om een beetje te ontsnappen aan de rigide Bijbelopvatting van het creationisme. Niettemin is ID in christelijk Nederland nu alweer op z’n retour omdat zijn belangrijkste pleitbezorger, nanowetenschapper Cees Dekker, zichzelf sinds kort een theïstisch evolutionist noemt. Voor ID als middenweg tussen het fundamentalistische creationisme en de seculiere evolutietheorie is er blijkbaar geen ruimte. Het is alles of niets.

Van Mulligen, Dijkerman en Smedes laten alle drie zien dat het Amerikaanse evangelicale christendom niet altijd kritiekloos wordt gekopieerd, maar in de Nederlandse context dikwijls een andere invulling krijgt. Dat de spiritual invasion niettemin zo veel succes had, heeft alles te maken met de ontzuiling en secularisatie. Omdat het Nederlandse christendom vanwege de culturele revolutie ernstig verzwakte, konden de gevestigde kerken de evangelicalisering uiteindelijk niet meer tegenhouden. Het evangelicalisme kwam, zag en overwon.

N.a.v.: George Harinck en Hans Krabbedam red., A spiritual invasion? Amerikaanse invloeden op het Nederlandse christendom ADChartasreeks 16 (Barneveld 2010).

 

Uitgelichte afbeelding: Wikimedia / Wikipedia Commons