Eind januari verscheen bij uitgeverij Unieboek het Spectrum het boek Antisemitisme hier en nu van de Amerikaanse historica Deborah Lipstadt. In een gefingeerde briefwisseling met twee fictieve personen, een Joodse studente en een niet-Joodse professor, behandelt Lipstadt het antisemitisme van deze tijd.

 

Deborah Lipstadt is wereldberoemd geworden vanwege de rechtszaak die David Irving tegen haar voerde. Lipstadt had gezegd dat Irving een Holocaustontkenner was, wat volgens Irving smaad was. De rechtbank stelde Lipstadt in 2000 gelijk en stelde dat Irving historisch bewijsmateriaal manipuleerde voor eigen ideologische doeleinden. Van dit verhaal is in 2016 een bioscoopfilm gemaakt, Denial, waarin Lipstadt wordt gespeeld door Rachel Weisz. Hier vindt u een trailer van de film.

Antisemitisme hier en nu gaat niet over de Holocaust en de meer dan 2000 jaar lange geschiedenis van het antisemitisme, maar zoals de titel al zegt over het antisemitisme van hier en nu. Lipstadt spaart niemand. Extreemrechts en extreemlinks krijgen er flink van langs, maar ook de politici die antisemitische extremisten in hun gelederen tolereren, zoals Donald Trump en Jeremy Corbyn. Veel rechtse lezers zullen Lipstadt wellicht te hard vinden over Trump, menig linkse lezer zal Corbyn verdedigen, maar Lipstadt is er niet om vrienden te maken. Ze benoemt antisemitisme als het er is.

De passages over de islam zijn echter zwak. Lipstadt houdt een heel vertoog over de moord op Theo van Gogh en over Charlie Hebdo, wat niets met het antisemitisme te maken heeft. Natuurlijk moet elke vorm van antisemitisme veroordeeld worden, ook antisemitisme dat zich beroept op de islam, maar leg daar de focus op in de hoofdstukken die over de islam gaan, in plaats van zo veroordelend te zijn over de ‘radicale islam’ als systeem.

Op Jalta heb ik dit al vaker betoogd, maar het grote nadeel van discussies over antisemitisme is dat ze heel erg gepolariseerd/gepolitiseerd worden. Ongenuanceerd gezegd: bij rechts heeft men de neiging om met een beschuldigende vinger naar de islam te wijzen, en naar extreemlinks; terwijl links ontkent dat er zich onder linkse mensen ook antisemieten bevinden en antisemitische moslims ontkennen antisemiet te zijn, omdat Arabieren ook Semieten zijn.

Over het laatste: de term antisemitisme is in de negentiende eeuw bedacht door de Duitse schrijver W. Marr. Antisemitismus sloeg niet op Arabieren, Arameeërs en andere Semitische volken, maar alleen op de Joden. Marr wilde met zijn begrip duidelijk maken dat het hem niet ging om de Joodse religie, maar om het Joodse ras. Jodenhaat was de haat tegen de belijders van het Jodendom, antisemitisme was haat tegen mensen die etnisch gezien Joods waren. De term antisemitisme klonk wetenschappelijk, want Marr vond dat zijn nieuwe vorm van Jodenhaat een wetenschappelijke basis had. Precies ook wat Hitler later zou beweren.

Het zogenaamd op basis van de wetenschap beweren dat andere etnische groepen minderwaardig zijn is trouwens helaas niet iets wat met nederlaag van nazi-Duitsland is begraven, gezien de onfrisse IQ-discussie die het Forum voor Democratie vorig jaar heeft aangezwengeld. Dat juist in de kringen van het FvD antisemitische complottheorieën populair zijn wekt dan ook geen verbazing. Misschien kan Lipstadt dit meenemen in een herziene herdruk van haar belangwekkende boek.