Antisemitisme blijft, helaas, een actueel onderwerp. Historicus Ewout Klei geeft een beknopt historisch overzicht en betoogt waarom goede kennis over dit onderwerp zo belangrijk is. Vandaag deel 1. Woensdag volgt deel 2.

Twee weken geleden verscheen een onderzoeksrapport over antisemitisme onder islamitische jongeren, wat in de media uiteraard tot de nodige discussie leidde. Een paar dagen na de verschijning van dit rapport besloot de Amsterdamse gemeenteraad onder druk van linkse activisten geen stedenband aan te gaan met Tel Aviv, een besluit dat door Jalta-redacteur Bart Schut als antisemitisch werd geïnterpreteerd. Over de eventuele terugkeer van het antisemitisme in Nederland wordt in het publieke debat veel geroepen, niet in de laatste plaats door mijzelf.

In dit achtergrondartikel wil ik een overzicht geven van de geschiedenis van het antisemitisme. Er zijn over dit onderwerp natuurlijk talloze boeken en artikelen geschreven en ik pretendeer ook niet dat mijn verhaal volledig is, maar ik hoop hiermee de lezer toch wat algemene ontwikkeling mee te geven, waardoor de vele hedendaagse antisemitische complottheorieën worden herkend. Mijn verhaal bestaat uit vier delen. Het eerste deel gaat over het vroegmoderne anti-judaïsme, deel twee over het ontstaan van het moderne antisemitisme in het Europa van de negentiende eeuw, deel drie gaat over het antisemitisme van de nazi’s, ten slotte gaat deel vier over het hedendaagse antisemitisme in Nederland.

Anti-judaïsme

Volgens de Franse socioloog Michel Wieviorka, die veel onderzoek heeft gedaan naar antisemitisme, moet er een onderscheid gemaakt worden tussen antisemitisme en anti-judaïsme. In de negentiende eeuw ontstond het antisemitisme, een pseudowetenschappelijke vorm van Jodenhaat die racistisch van aard is. Ouder is het anti-judaïsme, de haat tegen het Joodse geloof en degenen die dat geloof aanhangen.

Het anti-judaïsme bestaat al meer dan 2000 jaar. Michel  Wieviorka laat het ontstaan van het anti-judaïsme samenvallen met het ontstaan van het christendom in zijn boekje L’antisémitisme expliqué aux jeunes (Het antisemitisme uitgelegd aan jongeren). Anderen gaan nog verder terug en beginnen met de Perzische vizier Haman die alle Joden in het rijk wil vermoorden maar wordt tegengehouden door koningin Esther. De van boven opgelegde helleniseringspolitiek van de Grieks-Syrische koning Antiochus IV Epiphanes zou je ook anti-judaïstisch kunnen noemen. In 168 voor Christus besloot hij een altaar voor Zeus in de Joodse tempel te Jeruzalem te bouwen, een actie die de opstand van de Makkabeeërs tot gevolg had.

Broodje aap

Het christelijke anti-judaïsme ontstond in de eerste eeuw na Christus. De Joden zouden schuldig zijn aan de kruisiging van Jezus Christus in het jaar 33. De Joden werden Godsmoordenaars genoemd. In de Middeleeuwen werden er bovendien ook anti-Joodse broodje-aap-verhalen verzonnen, die als doel hadden de Joden in een kwaad daglicht te stellen en anti-Joods geweld uit te lokken. In 1144 ontstond het ‘bloedsprookje’. Joden zouden het bloed van christelijke kinderen gebruiken voor de bereiding van matzes voor het Pesach-feest, waarmee joden de uittocht uit Egypte vieren. Als er christelijke kinderen verdwenen kregen Joden vaak de schuld. De Joden zouden ook schuldig zijn aan de pest, de epidemie die tussen 1347 en 1350 miljoenen Europese slachtoffers eiste. De Joden zouden het water hebben vergiftigd met als doel christenen te vermoorden. Het gevolg van dit broodje-aap-verhaal was dat duizenden Joden werden vermoord.

Joden werden vanaf de Middeleeuwen ook met geld en gierigheid in verband gebracht. Vanaf 1139 mochten christenen geen geld uitlenen met rente: dat was zondig. Alleen Joden mochten dat doen. Als christenen hun schulden niet konden terugbetalen konden ze Joden hiervoor de schuld geven. Jodenhaat was soms ook heel opportunistisch.

Pas in de negentiende eeuw zouden de getto’s verdwijnen, om in de Tweede Wereldoorlog weer op te duiken

In de Middeleeuwen werden Joden uit een aantal landen verbannen, waaronder Engeland en Frankrijk. In andere landen werden Joden verbannen naar een aparte buurt of straat. In 1516 dwong de stadstaat Venetië alle Joden om in een aparte wijk te wonen die via een muur was afgeschermd van de christelijke stad: het getto. Veel andere steden volgden het Venetiaanse voorbeeld. Pas in de negentiende eeuw zouden de getto’s verdwijnen, om in de Tweede Wereldoorlog weer op te duiken.

In de islamitische wereld was de positie van Joden lange tijd beter. Veel Joden die na de Reconquista, de herovering van Spanje en Portugal op de Moren, het Iberisch schiereiland ontvluchtten vestigden zich in het Ottomaanse Rijk, waar zich al voor de gewone jaartelling ook Joden hadden gevestigd. De Joden moesten daar weliswaar een speciale belasting betalen, maar werden als dhimmi’s door de overheid beschermd. Toch was anti-judaïsme de islam niet vreemd. In de Koran en de Hadith staan een aantal anti-Joodse passages. Zo vergelijkt de Koran Joden met apen en varkens en in de Hadith staat een beruchte passage over de Dag des Oordeels:

‘De Dag des Oordeels zal niet aanbreken totdat moslims de Joden bevechten, wanneer de Jood zich zal verstoppen achter stenen en bomen. De stenen en bomen zullen zeggen: ‘O moslims, o dienaar van God, er zit een Jood achter mij, kom en dood hem.’’

Mensen van het Boek

Na de slag bij Khaybar in het jaar 627 werden alle Joodse mannen van de Banu Qurayza-stam onthoofd op bevel van Mohammed, omdat ze de wapenen tegen hem en zijn aanhangers hadden opgenomen. Joodse vrouwen en kinderen werden tot slaaf gemaakt. Ook in de islamitische wereld vonden in de Middeleeuwen moordpartijen op Joden plaats. Zo werden in 1066 in de Spaanse stad Granada 4.000 Joden vermoord nadat de Moren de gehate Joodse vizier van de koning hadden afgezet (en gekruisigd). Maar over het algemeen hadden de Joden het in de islamitische wereld beter. Joden werden lange tijd gezien als ‘Mensen van het Boek’, niet-islamitische gelovigen die bescherming verdienden. In de christelijke wereld waren Joden als Godsmoordenaars vaak vogelvrij.

Ook in de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden, ontstaan in 1588, hadden de Joden het relatief goed.  Ze werden weliswaar niet gelijkberechtigd, maar hun geloof werd publiekelijk getolereerd. In 1604 had Alkmaar als eerste stad in Holland officieel ingestemd met de komst van Joden. Als de Joden zich behoorlijk gedroegen mochten ze in alle vrijheid hun geloof beleven. Amsterdam had rond het jaar 1700 de grootste Joodse gemeenschap van West-Europa. Er woonden zo’n 10.000 Joden in de stad. Met het Huis van Oranje had de Joodse gemeenschap een warme band. Willem de Zwijger had zich ingezet voor de gewetensvrijheid van iedereen, ook voor Joden. De Nederlandse Joden voelden zich door de Oranjes beschermd.

De Franse filosoof Voltaire had een enorme afkeer van het Jodendom en schreef honderden pagina’s over dit thema

De Verlichting en de Franse Revolutie verbeterden de positie van de Joden. Vrijheid, gelijkheid en broederschap golden immers ook voor Joden. Toch is dit niet het hele verhaal. De Verlichting zette de rede op de troon en dat betekende ook dat onderdrukking, tradities en obscurantisme bestreden moesten worden. Het joodse geloof, met zijn eeuwenoude gebruiken en tradities, werd door sommige Verlichtingsdenkers als achterlijk beschouwd. De Franse filosoof Voltaire had een enorme afkeer van het Jodendom en schreef honderden pagina’s over dit thema. Ook hekelde Voltaire het winstbejag van de Joden. De Franse Revolutie bood de Joden gelijke rechten, maar die rechten golden voor Joden als individu. De Franse Revolutie stond negatief tegenover de Joodse gemeenschap, zoals de Franse Revolutie ook negatief stond tegenover de Rooms-katholieke Kerk. Het ging de Franse Revolutie om het zich emanciperende individu. Sommige Joden verwelkomden de Franse Revolutie als een bevrijding, die hen eindelijk de mogelijkheid gaf om ongehinderd hun dromen na te jagen. Andere Joden waren terughoudend. Ze wilden dat hun traditionele gemeenschap bewaard bleef.

2

In Nederland was er iets soortgelijks aan de hand. Toen in 1795 de Bataafse Republiek werd uitgeroepen bleven de Joden zeer afwachtend. Enkele hoogopgeleide Joden, die wel door de idealen van de Verlichting waren begeesterd, waren wel enthousiast. Zij richtten de sociëteit Felix Libertate (Gelukkig dankzij de vrijheid) op, die de Nationale Vergadering bestookte met rekesten om werk te maken van de gelijkberechting van Joden. Dit lukte. Na 1796 mochten Joden lid worden van de gilden en ook actief worden in de politiek. Overigens zou slechts een klein deel van de Joden van deze verworven rechten profiteren.

Modern antisemitisme

In het negentiende-eeuwse West-Europa waren Joden dankzij de Franse Revolutie gelijkberechtigd, maar dit betekende geenszins het einde van de Jodenhaat. Joden die in hun traditionele gemeenschap bleven wonen werden als achterlijk en obscurantistisch beschouwd, met hun ‘wrede’ gewoontes als het onverdoofd ritueel slachten. Geassimileerde Joden werden echter ook niet vertrouwd. Zij zouden opgaan in de natie om de nationale identiteit van binnenuit te ondermijnen. Jodenhaat kwam van links en rechts. Linkse Jodenhaters associeerden Joden met kapitalisme, rechtse Jodenhaters Joden met socialisme en revolutie. Negentiende-eeuwse populisten, in Nederland waren dat de radicaal-socialistische leider Ferdinand Domela Nieuwenhuis en de calvinistische politicus Abraham Kuyper, speelden in op antisemitische gevoelens. Domela Nieuwenhuis richtte zijn pijlen op de Joodse kapitalisten, Kuyper op de Joodse liberalen.

Joden hadden een kromme neus, een mond met dikke lippen en aan hun handen en lichaamshouding kon je bovendien hun neiging tot winstbejag aflezen

Het moderne antisemitisme ontstond in de tweede helft van de negentiende eeuw. Het woord antisemitisme kwam voor het eerst voor in het wetenschappelijke debat in 1860 en werd in 1879 gepopulariseerd door Wilhelm Marr, een Duitse publicist. Binnen enkele jaren was de term antisemitisme gemeengoed in Europa, ter aanduiding van racistische vijandschap tegenover de Joden. Modern antisemitisme ziet het Jodendom als ras. De Franse journalist Édouard Drumont, auteur van het boek La France juive (Het Joodse Frankrijk) en oprichter van het antisemitische tijdschrift La libre parole (Het vrije woord), schreef over fysieke kenmerken die de Joden zouden onderscheiden van anderen. Joden hadden een kromme neus, een mond met dikke lippen en aan hun handen en lichaamshouding kon je bovendien hun neiging tot winstbejag aflezen. De haat werd ook verbeeld in politieke cartoons. Op een cover van La libre parole uit 1893 staat een stereotype Jood – keppeltje, haakneus en vlasbaardje – die de hele wereld in zijn klauwen heeft. ‘Leur patrie’, hun vaderland, staat er onder de tekening. Joden zijn antinationalistische kosmopolieten die de wereld willen beheersen.

3

Drumont speelde een belangrijke rol in de Dreyfus-affaire, die Frankrijk tussen 1894 en 1906 in de greep hield. Alfred Dreyfus was een Joodse kapitein in het Franse leger, die werkte bij de generale staf in Parijs. Hij werd ten onrechte voor spionage veroordeeld en naar het beruchte Duivelseiland verbannen, vlak voor de kust van Frans Guyana. Kolonel Georges Picqart van de Franse geheime dienst moest de zaak nader onderzoeken, maar ontdekte dat Dreyfus onschuldig was en dat de echte spion majoor Ferdinand Walsin Esterhazy was. Picquart werd in zijn onderzoek tegengewerkt door het Franse leger, dat bang was in zijn eer en goede naam te worden aangetast als deze vergissing aan het licht zou komen.

Joden waren geen echte Fransen

De Dreyfus-affaire verdeelde Frankrijk, zoals Zwarte Piet Nederland ruim honderd jaar later zou verdelen. Het verschil is dat de Dreyfus-affaire echt ergens over ging. Er was iemand ten onrechte veroordeeld en verbannen, en dat had mede te maken met het feit dat hij Joods was. La libre parole was niet alleen zeer blij met de veroordeling van Dreyfus, maar koppelde zijn vermeende verraad ook duidelijk aan zijn Joodse identiteit. Joden waren niet te vertrouwen. Ze waren geen echte Fransen.  De Franse schrijver Émile Zola en anderen wilden echter dat de waarheid boven water kwam. Ze hekelden het virulente antisemitisme van Drumont en de zijnen en hoopten dat het recht zou zegevieren. Dat gebeurde.  In 1899 werd Dreyfus vrijgelaten en in 1906 werd hij volledig gerehabiliteerd. La Vérité en marche.

4

De waarheid rukte niet op in Rusland, in de negentiende eeuw het meest achterbleven gebied van Europa. Rusland werd met harde hand geregeerd door de tsaar. Het regime behandelde Joden als derderangs burgers die alleen mochten wonen in het Joods Vestigingsgebied: de Poolse, Litouwse en Oekraïense gebieden in het rijk. In Rusland vonden vanaf 1881 veel anti-joodse geweldsuitbarstingen plaats, die vanaf die tijd pogroms worden genoemd. Aanleiding van deze geweldsorgie was de moord op tsaar Alexander II. Eén van de terroristen was de Joodse Gesya Gelfman. Hoewel haar Jood-zijn niets met de aanslag van doen had, ze was een nihilistische atheïst, kregen Joden collectief de schuld. Er vonden meer dan tweehonderd pogroms plaats.

Alexander III nam ook nieuwe anti-Joodse wetten aan, die de rechten van Joden nog verder aan banden legden

Joodse bezittingen werden vernield en er kwamen in totaal zo’n veertig Joden om. In plaats van de Joden te beschermen kregen de Joden de schuld van de nieuwe tsaar, Alexander III. Hij nam ook nieuwe anti-Joodse wetten aan, die de rechten van Joden nog verder aan banden legden.

Tussen 1903 en 1905 braken er in Rusland weer overal pogroms uit. Deze nieuwe geweldsgolf kostte tweeduizend Joden het leven. Dat kwam omdat de Joden zich nu wel verdedigden. Hierdoor ontstonden namelijk vechtpartijen, die door de Joden werden verloren omdat zij in de minderheid waren. Deze pogroms werden vermoedelijk georganiseerd door de geheime politie van de tsaar. De Joden waren de ideale zondebok die overal de schuld van moesten krijgen. Zo kon de tsaar buiten schot blijven.

De Protocollen

De tsaristische geheime dienst zat ook achter de Protocollen van de wijzen van Zion, een berucht antisemitisch pamflet dat in 1905 verscheen. De Protocollen zijn een literaire vervalsing. Ze zijn een bewerking van de Dialogue aux enfers entre Machiavel et Montesquieu (Dialoog uit de hel tussen Machiavelli en Montesquieu) uit 1864 van de Franse advocaat Maurice Joly, die hiermee de machtshonger en het imperialisme van keizer Napoleon III hekelde. Veel teksten uit het geschrift van Joly zijn geplagieerd. Men nam de helft van de tekst van Joly over, verving Napoleon III door Joden en Frankrijk door wereld en voegde hier en daar wat nieuwe teksten toe. Volgens de Protocollen van de wijzen van Zion zitten Joden achter een wereldwijd complot om alle macht naar zich toe te trekken. Ze beheersen de media en de financiële wereld en zijn verantwoordelijk voor veel rampen die de wereld treffen.

5

Aanvankelijk waren de Protocollen een obscuur geschrift, dat voornamelijk in Rusland bekendheid genoot. Dit veranderde in 1917. De Russische Revolutie brak uit en daarna belandde Rusland in een burgeroorlog. De antirevolutionaire ‘witten’ werden verslagen door de communisten en vluchtten naar Europa en de Verenigde Staten. Ze namen de Protocollen mee. Veel ‘witten’ beschouwden de Russische Revolutie als een Joods complot.

De Amerikaanse autofabrikant Henry Ford was een ‘believer’ en financierde het drukken van 500.000 exemplaren van het schotschrift voor verspreiding in de Verenigde Staten

De Protocollen waren een soort van mythische verklaring waarom de revolutie had kunnen plaatsvinden. Sommige mensen in het Westen hechtten veel geloof aan de Protocollen. De Amerikaanse autofabrikant Henry Ford was een ‘believer’ en financierde het drukken van 500.000 exemplaren van het schotschrift voor verspreiding in de Verenigde Staten. In Nederland geloofde de gereformeerde predikant H. Scholten in de historische betrouwbaarheid van de Protocollen. Hij voerde ze in het gereformeerd weekblad De Bazuin op als het bewijs waarom in Rusland de communisten aan de macht konden komen en in Hongarije in 1919 een communistische radenrepubliek was uitroepen.

Hoewel de Protocollen van de wijzen van Zion begin jaren twintig werden ontmaskerd als een literaire vervalsing bleef Adolf Hitler, tegen alle ratio in, geloven in de waarheid van het Joodse complot. Over het nationaal-socialisme, Joden en het antisemitisme in Nederland gaat deel 2 van mijn beknopt historisch overzicht, dat woensdag op Jalta komt.

Stay tuned.