Tijdens de Franse Revolutie werden kerk en staat gescheiden, maar pas in 1905 werd het principe van laïcité wet in Frankrijk.

 

De scheiding van kerk en staat gaat in Frankrijk veel verder dan in Nederland en andere West-Europese landen. Religie wordt in Frankrijk uit het openbare leven gebannen. Alleen in Elzas-Lotharingen, dat in 1905 nog onderdeel was van het Duitse Keizerrijk (in 1871 geannexeerd na de Frans-Duitse Oorlog), is het staatssecularisme minder ver doorgevoerd.

Dat in Frankrijk de laïcité werd ingevoerd had alles te maken met de republikeinse erfenis van de Franse Revolutie, die verdedigd moest worden tegenover de Katholieke Kerk. Tot 1789 was de Katholieke Kerk de staatskerk en werden niet-katholieken, zoals joden en de protestantse hugenoten, behandeld als tweederangs burgers. Dankzij de Franse Revolutie werden deze religieuze minderheden gelijkberechtigd, maar de secularisatie ging veel verder. Kerkgebouwen werden onteigend door de staat, altaren en heiligenbeelden werden vernield en in plaats van de Katholieke Kerk werd de Cultus van het Opperwezen de nieuwe staatsgodsdienst. De atheïsten wilden een Cultus van de Rede, maar omdat de radicale hébertisten door Robespierre uit de weg werden geruimd koos de Franse Revolutie voor een vaag deïsme.

Napoleon sloot begin negentiende eeuw vrede met de Katholieke Kerk, waardoor deze kerk weer de Franse staatskerk kon worden. Hoewel alle burgers gelijk waren had de Katholieke Kerk veel invloed op het onderwijs, de armenzorg en de ziekenzorg. Ook ging er een sterke conservatieve maatschappelijke invloed van de kerk uit. Toen Frankrijk in 1870 definitief in een republiek veranderde probeerden de republikeinen aan de maatschappelijke macht van de Katholieke Kerk een einde te maken.

Het conflict tussen seculier republikeins Frankrijk en katholiek monarchistisch Frankrijk kwam rond de eeuwwisseling tot uitbarsting tijdens de roemruchte Dreyfusaffaire. Katholieken, monarchisten, rechtse krachten binnen het leger en antisemitische complotdenkers waren er allemaal van overtuigd dat de joodse kapitein Alfred Dreyfus zich schuldig had gemaakt aan spionage. Toen uiteindelijk bleek dat Dreyfus onschuldig was leed rechts Frankrijk een gevoelige nederlaag, ook tijdens de verkiezingen. De republikeinen besloten om hun seculiere wensen in wet om te zetten en de macht van de reactionaire, antisemitische Katholieke Kerk te breken. Aan de maatschappelijke macht van de kerk werd een einde gemaakt. De overheid financierde niet langer kerkelijke gebouwen. Ziekenhuizen, scholen en sociale instellingen werden van katholieke en andere religieuze invloeden ‘bevrijd’.

Laïcité ligt tegenwoordig onder druk, wat komt door de islam. Orthodoxe moslims zijn het er niet mee eens dat geloof uit het openbare leven wordt gebannen en dat moslima’s op school en in overheidsfuncties geen hoofddoek mogen dragen. De paradox is nu dat laïcité in 1905 werd ingevoerd door linkse partijen om de maatschappelijke macht van de Katholieke Kerk te breken, terwijl de laïcité nu verdedigd wordt door rechtse partijen om de maatschappelijke macht van de islam in te dammen. We leven kortom in andere tijden.

 

Afbeelding: Wikimedia / Wikipedia Commons