Niet het Ardennenoffensief maar Operatie Frühlingserwachen is het laatste grote Duitse offensief in de Tweede Wereldoorlog. Doel van deze operatie was de herovering van Boedapest en de olievelden bij Nagykanizsa.

 

De Duitsers zetten voor deze operatie meer dan 500 tanks in, vooral de Tiger II-tank, het nieuwste model zware tank. De Duitsers hoopten het Rode Leger in de tang te nemen en vielen vanuit het noorden van het Balatonmeer en het zuiden van dit meer aan.

De Russen waren echter goed voorbereid, want ze hadden in februari grote tankformaties waargenomen. Ze besloten daarom tot dezelfde strategie als een kleine twee jaar bij Koersk, namelijk tot een diepe verdediging. De Blitzkrieg verliep aanvankelijk voorspoedig maar liep vast op de hardnekkige verdediging en in de modder.

Op 16 maart zette het Rode Leger, ondersteund door Joegoslavische partizanen en het Bulgaarse leger, de tegenaanval in. De Duitsers moesten zich halsoverkop terugtrekken en verloren in een dag de gebieden die ze met veel moeite hadden veroverd. Het tegenoffensief continueerde zich als de Slag om Wenen. De Oostenrijkse hoofdstad werd op 13 april door het Rode Leger ingenomen.

Waarom mislukte Operatie Frühlingserwachen? Dit had natuurlijk allereerst met de Russische overmacht te maken, maar daarnaast ook met de onrealistische verwachtingen van Hitler. De Führer werd tegen het eind steeds roekelozer. En als het offensief niet ging zoals hij hoopte dan lag dat niet aan hem maar aan de ander. Hitler was zo verbolgen, dat hij het bevel uitvaardigde dat het SS-elitekorps de armband met daarop de tekst Leibstandarte Adolf Hitler moesten verwijderen, want zijn ‘lijfwacht’ zou zich schandelijk hebben gedragen. SS-Oberst-Gruppenführer Josef Dietrich besloot echter dit bevel maar te negeren.

 

Afbeelding: Wikimedia / Wikipedia Commons