Op 5 januari 1919 richtten Anton Drexler en Karl Harrer de Deutsche Arbeiterpartei (DAP) op, de voorloper van de latere NSDAP. De partij kwam op voor de Duitse arbeiders, maar kenmerkte zich vooral door antisemitisme.

 

Anton Drexler

Joods complot

Anton Drexler was opgeleid als slotenmaker en werkte als arbeider bij de Berliner Lokomotivenfabrik. Hij ontmoete eind 1918 Karl Harrer, lid van de schimmige Thule Gesellschaft, en richtte met hem begin 1919 de Deutsche Arbeiterpartei op in München. De partij combineerde radicaal-linkse ideeën met antisemitisme. Een belangrijke rol in de partij speelde Gottfried Feder, een bouwkundige die door zelfstudie tot radicale economische theorieën kwam en meende dat rente en Joods kapitaal verantwoordelijk waren voor de ellende in deze wereld.

Het idee dat er achter alle ellende in de wereld een joods complot zat was wijd en zijd verspreid in deze tijd. In 1919 was het chaos in Europa. In Rusland vochten de Roden en Witten een burgeroorlog uit; Duitse vrijkorpsen ‘verdedigden’ de Baltische landen tegen de bolsjewieken; in Hongarije kwamen de communisten kortstondig aan de macht en in Berlijn brak de Spartacusopstand uit. Ook in Beieren was de sfeer revolutionair. De Beierse koning had, net als keizer Wilhelm, eind 1918 zijn troon verloren. Radicale socialisten hadden de macht overgenomen en zouden in het voorjaar een communistische republiek uitroepen, die uiteindelijk door de vrijkorpsen verslagen zou worden. Omdat veel communisten joods waren meenden radicaal-rechtse krachten dat de revoluties in werkelijkheid een joods complot waren. Russische émigrés, die naar Berlijn en München waren gevlucht, kwamen in contact met ultrarechtse Duitsers en voedden hun antisemitisme met nieuwe complottheorieën. Onder deze émigrés bevonden zich ook Baltische Duitsers Alfred Rosenberg en Max von Scheubner-Richter, die een grote rol zouden spelen in de vroege nazipartij. Rosenberg werd in januari 1919 lid van de DAP, acht maanden voor Hitler.

 

Hitler wordt lid

In zijn tijd in Wenen en tijdens de Eerste Wereldoorlog was Adolf Hitler nog geen antisemitische ideoloog. Zijn claims in Mein Kampf zijn een constructie achteraf. Hoewel hij wellicht antisemitische gevoelens had werd Hitler pas in 1919-1923 een echte moderne antisemiet, dankzij zijn contacten met de DAP, Alfred Rosenberg, Von Scheubner-Richter en anderen. Hitler was in 1919 nog steeds werkzaam bij het leger, maar als infiltrant. Na de val van de Beierse Radenrepubliek moest Hitler linkse politieke bewegingen in de gaten houden, zodat een nieuwe revolutie zou worden voorkomen.

Op 12 september bezocht Hitler een bijeenkomst van de DAP. Ondanks de naam bleek de Deutsche Arbeiterpartei helemaal niet links te zijn, maar ultrarechts. Hitler was enthousiast en ging fel in discussie. Aan het einde van de avond vroeg Drexler Hitler om lid te worden van de partij. Het leger gaf toestemming en Hitler kreeg het lidnummer 555. Hij was echter het 55e lid, want om groot te lijken was de DAP begonnen met tellen met 500. Nadat Hitler echter de macht in de partij had gegrepen en de DAP had omgevormd tot de NSDAP besloot hij voor zichzelf een lidmaatschapskaart te maken met het nummer 7, daarmee claimend dat hij een van de eerste leden van de partij was.

Vanwege zijn oratorische talenten werd Adolf Hitler algauw hét gezicht van de partij. Op 24 februari 1920 veranderde de DAP haar naam in de NSDAP. Voor Harrer was dit een reden om als partijlid te bedanken. Hij wilde een semigeheim genootschap, geen massapartij. Drexler bleef lid maar kwam op een zijspoor terecht. Hitler, die in 1921 partijvoorzitter werd, domineerde de NSDAP. Hij ontwierp ook het logo van de partij, een hakenkruis in een witte cirkel op een rode achtergrond. Het hakenkruis was een hindoeïstisch symbool dat door ultranationalisten in het Duitse Rijk werd gebruikt in deze jaren, onder andere door de Thule Gesellschaft en de vrijkorpsen die betrokken waren bij de Kapp Putsch.

 

Verbolgen oprichter

Na de mislukte Bierkellerputsch, een idee van Rosenberg en Von Scheubner-Richter (die daarbij zou omkomen), werd ook Drexler gearresteerd, hoewel hij niet bij de staatsgreep betrokken was geweest. Drexler belandde niet in de gevangenis en hielp de NSDAP, die in 1924 werd verboden, te overleven in de tijd dat Hitler in de gevangenis zat. Drexler trok zich in 1928 tijdelijk uit de politiek terug, werd in 1933 weer lid van de NSDAP en schreef voor partij enkele traktaatjes als lid van Beierse propagandacommissie.

Drexler was nog steeds verbolgen over Hitlers machtsgreep. In 1940 schreef de DAP-oprichter Hitler brief, die hij echter nooit naar de Führer zou opsturen. Hierin herinnerde hij Hitler aan de vervalste lidmaatschapskaart. Daarop was het nummer 555 weggewist en vervangen door het nummer 7. Mocht Drexler de brief toch hebben opgestuurd dan zou Hitler, wraakzuchtig als hij was, de DAP-oprichter ongetwijfeld hebben laten royeren als lid en vermoedelijk ook naar een concentratiekamp hebben gestuurd. Drexler had dit zelf ook wel door. Amper twee jaar later, op 24 februari 1942, overleed de oprichter van de voorloper van de NSDAP, door iedereen vergeten.

 

Afbeelding: Wikimedia / Wikipedia Commons