Op 4 juni 1989 werd op het Tiananmenplein in Beijing, ook wel het Plein van de Hemelse Vrede genaamd, de studentenopstand tegen het communistische regime neergeslagen. Er vielen honderden doden. China bleef een dictatuur.

 

Toen ik in 2003 met mijn ouders en beide zusjes een reis door China maakten maakten we uiteraard ook een wandeling over het Tiananmenplein. Voor mij was dat een bijzondere ervaring, omdat ik als zevenjarige TV-kijker mij de beelden van het neerslaan van de studentenopstand in 1989 nog heel goed herinnerde, net als de val van de Berlijnse Muur en de revolutie in Roemenië later dat jaar. Sterker nog, in 2000 hield een voor een eerstejaars college eigentijdse geschiedenis nog een mondelinge voordracht over de studentenopstand en het neerslaan daarvan, omdat dat het interessantste onderwerp was uit het lijstje dat we hadden gekregen.

De Chinese studenten wilden graag democratische hervormingen, maar het regime had daar niet zo’n behoefte aan. Veel burgers uit Peking hadden zich bij de studentenprotesten aangesloten en de eerste poging van het regime om de opstand neer te slaan was mislukt, omdat de demonstranten massaal de soldaten de tanks omsingelden en de soldaten trakteerden op eten en drinken.

File:Tianasquare.jpg

Op 3 juni probeerde het Chinese leger het opnieuw. Er werd grof geweld gebruikt. Omdat sommige demonstranten terug vochten werd de militaire actie zo geframed, alsof het leger uit zelfverdediging had gehandeld. Er sneuvelden hooguit 50 militairen, terwijl er tussen de 300 en 10.000 burgers omkwamen. In de nacht van 3 op 4 juni werd het Tiananmenplein ‘schoongeveegd’. Op 5 juni vond de beroemde gebeurtenis plaats met de tank-man, de man die niet wijken wilde voor de tanks.

Dankzij het neerslaan van de studentenopstand was het regime gered. China bleef een autoritair geregeerde staat. Niettemin ging het in de jaren negentig en nul ontzettend goed met de economie en prezen westerse landen de vooruitgang die er in China werd geboekt. De tragedie van Tiananmen had men opportunistisch maar vergeten.

 

Afbeeldingen: Wikimedia / Wikipedia Commons