Op 27 juli 1794 kwam Maximilien de Robespierre ten val, de leider van de Franse Revolutie die duizenden (vermeende) tegenstanders naar de guillotine had gestuurd. Een dag later verloor hij zelf zijn hoofd. 

 

Historici verschillen met elkaar van mening over de vraag wanneer de terreur begon. Was het in het najaar van 1793, toen de Girondijnen uit de weg werden geruimd? In de zomer van 1793, toen de moord op Marat Robespierre het excuus gaf om keihard tegen (vermeende) tegenstanders van de revolutie op te treden? Maart 1793, toen het revolutionair tribunaal werd opgericht? In september 1792, met de beruchte septembermoorden? Of al op 14 juli 1789, toen de burgers van Parijs met geweld de Bastille bestormden en de commandant vermoordden?

Over de begindatum van de terreur is dus veel verschil van mening, maar over de einddatum van de terreur zijn bijna alle historici het eens. Dat is 27 juli 1794, oftewel 9 Thermidor van het jaar 2, toen Robespierre door de Nationale Conventie uit zijn macht werd ontheven. Een dag later werden Robespierre en zijn handlangers, die zich tevergeefs verschanst hadden in het Hôtel de ville de Paris hadden verschanst, onthoofd.

Robespierre had eind 1793 de gematigde girondijnen onder de guillotine laten belanden, op 24 maart 1794 de radicaal-linkse hébertisten en op 5 april de milde dantonisten. Met name de dood van Georges Danton, de sympathieke revolutionair, zette kwaad bloed bij overgebleven leden van de Nationale Conventie. Enkele tegenstanders van Robespierre, die de terreur zat waren en bang waren dat hun eigen hoofd binnenkort in de mand zou vallen, begonnen tegen de leider van de Franse Revolutie samen te zweren.

Op 10 juni kwam de terreur in een stroomversnelling. Het Comité de salut public nam op die dag de Loi de Prairial van Robespierres handlanger Georges Coudhon aan, die de bevoegdheden van het revolutionair tribunaal enorm versterkte. Verdachten mochten zich niet langer verdedigen tijdens hun proces. Voorts waren er nog maar twee uitspraken mogelijk: vrijspraak of de dood.  Het aantal executies was tijdens de laatste zes weken van de terreur veel hoger dan daarvoor.

Robespierre hield op 26 juli een toespraak over de samenzweerders en vijanden van buiten, die de Franse Revolutie zouden willen terugdraaien. Tegen hen zou uiteraard doortastend moeten worden opgetreden. Robespierre noemde echter geen namen, waarop veel leden van de Conventie voor hun eigen hoofd begonnen te vrezen. Ze besloten een dag later om in actie te komen. Midden tijdens zijn betoog werd Saint-Just, de rechterhand van Robespierre, onderbroken door Jean-Lambert Tallien, die de terreur van Robespierre begon te hekelen. Ook Jacques Nicolas Billaud-Varenne viel de terreur hard aan. Saint-Just probeerde een eloquente repliek te geven, maar stond met zijn mond vol tanden, waarop Robespierre zelf probeerde het woord te voeren. Maar de Conventie was hem zat en liet dat duidelijk blijken. Men noemde Robespierre een tiran en riep dat hij gearresteerd moest worden.

Robespierre wordt neergeschoten in het stadhuis van Parijs

Robespierre ontvluchtte daarop de Conventie. De troepen van de Commune, die op de hand van Robespierre waren, moesten de Conventie arresteren, maar toen de Conventie in reactie daarop troepen stuurde om de Conventie te verdedigen viel het Communeleger uit elkaar. De overgebleven Communetroepen verschansten zich, met Robespierre en zijn aanhangers, in het stadhuis van Parijs. De Conventie verklaarde Robespierre en zijn aanhangers daarop vogelvrij, wat betekende dat ze zonder proces geëxecuteerd konden worden. De overgebleven troepen van de Commune deserteerden in de loop van de avond, zodat Robespierre en zijn aanhangers die nacht gevangen genomen konden worden. Robespierres broer Augustin sprong uit een raam maar brak een been en werd gearresteerd. Robespierre werd door zijn kaak geschoten (door troepen van de Conventie, of was het een mislukte zelfmoordpoging?) en viel ook levend in handen van de Conventie. Saint-Just deed geen ontsnappings- of zelfmoordpoging en gaf zich over. Ten slotte werd ook Coudhon, die invalide was en onder aan een trap lag, gevangen genomen.

Op 28 juli werden Robespierre en 21 handlangers terechtgesteld. Omdat ze de dag ervoor vogelvrij waren verklaard kregen ze geen proces. De tegenstanders van Robespierre, die nog gevangen zaten, werden vrijgelaten.

Hoewel de terreur van de Franse Revolutie was afgelopen volgde er op 9-10 Thermidor nog een ‘witte terreur’, die enkele honderden doden eiste. Te beginnen met 70 leden van de Parijse Commune die tijdens de terreur altijd Robespierre haden gesteund. De slachtoffers van de witte terreur waren linkse Jacobijnen, die door gematigde revolutionairen met Robespierre en zijn terreurregime werden geassocieerd. Veel slachtoffers werden zonder proces uit de weg geruimd.

Ten tijde van het Directoire, het regime dat volgde op dat van Robespierre, organiseerden rijke overlevenden en nabestaanden van de terreur dikwijls een bal des victimes. Dit waren een soort van hipsterfeestjes avant la lettre waarbij vrouwen schaars gekleed rondliepen en hun haren hadden kortgeknipt, net als de slachtoffers van de guillotine. Het was een nogal bizarre manier om de slachtoffers te herdenken en te vieren dat men zelf de terreur had overleefd.

Leon Trotsky, de linkse communist die eind jaren twintig door Stalin aan de kant werd gezet, beschouwde het communisme van Stalin als een Thermidoriaanse Reactie in zijn boek The Revolution Betrayed. Dat is een interessante stelling. Trotski beschouwde Robespierre als een ware revolutionair. Dit houdt dus in dat als Trotski de machtsstrijd van Stalin gewonnen had er ook een Rode Terreur zou zijn gekomen, maar dan tegen de ‘rechtse’ communisten. Linkse lieden die Trotski graag opvoeren als de good guy hebben het volkomen bij het verkeerde eind, even los van het feit dat Stalin zonder twijfel de ergere schurk was.

 

Afbeelding: Wikipedia / Wikimedia Commons