Bijna tweeënhalf jaar, van 8 september 1941 tot 27 januari 1944, werd Leningrad belegerd door de nazi’s.

 

Hungerplan

Tijdens Operatie Barbarossa rukten Duitse troepen op naar Leningrad. Eind 1941 besloot Hitlers echter om de stad niet te veroveren, omdat hij de tanks die bij Leningrad waren gelegerd nodig had om Moskou aan te vallen. Leningrad moesten worden omsingeld en worden uitgehongerd. Dit paste ook helemaal in de filosofie van het beruchte Hungerplan, het voor aanvang van Operatie Barbarossa door de nazi’s bedachte plan om miljoenen Russen en andere Slaven te laten doodhongeren in de winter van 1941-1942, omdat ze tot een minderwaardig ras zouden behoren.

In december 1941 mislukte de Duitse aanval op Moskou. Leningrad was ook niet veroverd, maar wel bijna volledig omsingeld. Alleen via het Ladogameer kon de stad mondjesmaat worden bevoorraad. Dankzij deze levensader echter wist Leningrad het echter vol te houden.

Verrader Vlasov

Begin 1942 begon de eerste ontzettingspoging. Het leger van Andrey Vlasov, dat via de moerassen ten oosten van de stad naar Leningrad optrok, werd echter volkomen in de pan gehakt. Het Rode Leger verloor meer dan 300.000 man. Generaal Vlasov besloot zich over te geven aan de Duitsers en kwam aan het hoofd te staan van een uit Russische krijgsgevangenen gevormd vreemdelingenlegioen. Voor zijn collaboratie werd hij in 1946 opgehangen.

Omdat de Sovjet-Unie besefte dat Leningrad in 1942 vermoedelijk niet zou worden ontzet besloot men om 300.000 inwoners te evacueren. De stad telde daarna net iets meer dan 600.000 inwoners, een fractie van de drie inwoners die Leningrad in september 1941 nog had. Er waren veel mensen op de vlucht geslagen, maar ook waren veel burgers in de winter omgekomen als gevolg van de honger.

Na het mislukte offensief van Vlassov wilden de Duitsers alsnog Leningrad veroveren. Dit moest gebeuren met de troepen die eerder dat jaar de Krim hadden veroverd. Het offensief ging echter niet door vanwege een tweede Russische offensief, dat met veel moeite werd afgeslagen. De tweede Russische aanval was echter niet volledig mislukt, omdat de Duitsers gevoelige verliezen werden toegebracht. Ook werd het Russische leger dat de aanval ondernam niet vernietigd, zoals het leger van Vlassov.

Operatie Iskra en de definitieve bevrijding

Op 12 januari 1943 ging operatie Iskra van start. Deze aanval had als doel om de omsingeling te doorbreken en ervoor te zorgen dat Leningrad gemakkelijker zou kunnen worden bevoorraad. 4500 stukken artillerie bombardeerden de Duitsers twee uur lang. Hierna trokken de soldaten van het Rode Leger van twee kanten op, met als doel een bredere corridor tussen Leningrad te vormen zodat de stad gemakkelijker kon worden bevoorraad. Dit lukte en het grootste gevaar was nu geweken. Het zou echter nog een jaar duren voordat Leningrad volledig kon worden bevrijd. In 1943 bleef de Duitse lange afstand artillerie de stad bestoken en vielen er veel slachtoffers.

Vanaf oktober 1943 begon het Rode Leger in het geheim de operatie voor te bereiden om Leningrad te bevrijden. De Sovjets vervoerden troepen, materieel en munitie naar het front en begonnen op 14 januari 1944, enkele maanden na het begin van de operatie, eindelijk met hun slotoffensief. Er werden tienduizenden granaten op de Duitse stellingen afgeschoten. Omdat het Rode Leger meer troepen en meer materieel kon inzetten wist men de Duitse linies op 22 januari te doorbreken. Vijf dagen later waren de Duitsers definitief uit de omgeving van Leningrad weggejaagd. De belegering had in totaal 872 dagen geduurd.

 

Afbeeldingen: Wikimedia / Wikipedia Commons