Het Roemeense leger, dat de Wehrmacht bijstond tijdens Operatie Barbarossa, veroverde in de herfst van 1941 de Russische havenstad Odessa, aan de Zwarte Zee. Op 23 en 24 oktober richtten de Roemenen een verschrikkelijk bloedbad onder de Joden aan, waarbij ze tienduizenden onschuldige mensen vermoorden.

 

De Holocaust in Roemenië

Roemenië werd in oktober 1940 bondgenoot van nazi-Duitsland, maar al in de jaren dertig voerde het land al antisemitische maatregelen in. Jodenhaat was religieus (de Joden hebben Jezus vermoord), economisch (ze hebben de banken in handen, ze zijn verantwoordelijk voor de economische crisis) en politiek (het communisme is een Joods complot) gemotiveerd. In 1937 besloot de regering maatregelen te nemen om het aantal Joden op universiteiten, hogescholen en overheidsinstanties te beperken en ook het staatsburgerschap van Joden die geen Roemeens maar Jiddisch of Hongaars spraken in te trekken. In augustus 1940 werden ook huwelijken tussen christenen en Joden verboden.

Op 1 juli 1940 vond bovendien de Dorohoi pogrom plaats, waarbij het Roemeense leger 53 Joden vermoordde in de stad Dorohoi, uit wraak voor het afstaan van de provincie Bessarabië aan de Sovjet-Unie als gevolg van Molotov-Ribbentroppact tussen Duitsland en de Sovjet-Unie. De regering had deze pogrom echter niet geautoriseerd en stuurde eenheden naar Dorohoi om de orde te herstellen. De daders werden niettemin niet gestraft.

Als gevolg met de alliantie met Duitsland moest Roemenië eind 1940 een deel van Transsylvanië afstaan aan Hongarije. De Joden in dat gebied hadden het aanvankelijk relatief goed, omdat admiraal Horthy nauwelijks werk maakte van de Jodenvervolging. Pas toen Hongarije in maart 1944 door Duitsland werd bezet, omdat Horthy met de geallieerden een afzonderlijke vrede wilde sluiten, kwam de Jodenvervolging pas goed op gang in Transsylvanië.

In de gebieden die onder Roemeense controle bleven hadden de Joden het echter veel slechter. Gelukkig konden veel Joden in deze periode nog het land ontvluchten, onder andere naar Palestina en Turkije. Zo’n 80.000 Roemeense Joden overleefden op deze manier de Holocaust. Voor de achterblijvers brak er echter een verschrikkelijke tijd aan. Zo vond in Iasi, aan de oostgrens bij Bessarabië, op 29 juni 1941 (een week na de start van Operatie Barbarossa) een bloedige pogrom tegen de Joden plaats, waarbij meer dan 13.000 mensen werden vermoord.

De ergste misdaden tegen de Joden werden gepleegd in Transnistrië, een gebied ten oosten van Bessarabië dat door Roemenië werd geannexeerd. Dictator Ian Antonescu deporteerde veel Joden naar dit nieuwe gebied, zodat Roemenië verlost zou worden van de Joden. Veel Joden die werden gedeporteerd naar dit gebied kwamen onderweg om, als gevolg van kou, honger en/of ziekte. De Joden die de tocht overleefden kwamen in getto’s terecht. Ofschoon de omstandigheden heel slecht waren en velen stierven kwamen deze Joden niet voor de vuurpelotons terecht, of stierven ze in de gaskamers.

 

Odessa

De Sovjet-havenstad Odessa, aan de noordwestkust van de Zwarte Zee, werd in augustus 1941 door Duitse en Roemeense troepen belegerd. In Odessa woonden voor de oorlog een half miljoen mensen, waarvan 180.000 Joden. De helft daarvan wist de stad nog op tijd te ontvluchten. Tussen de 80.000 en 90.000 Joden waren echter achtergebleven en vielen op 16 oktober in handen van de vijand, toen de As-mogendheden Odessa veroverden.

Wie Odessa ook waren ontvlucht waren de agenten van de NKVD, de geheime dienst van de Sovjet-Unie. De NKVD had een bom geplaatst in haar hoofdkwartier in de stad, die op 22 oktober tot ontploffing werd gebracht. Er vielen tientallen doden, waaronder ook hoge officieren en de Roemeense bevelhebber, generaal Ion Glogojanu. De communisten en de Joden kregen van deze bomaanslag de schuld, de Joden omdat in de antisemitische ideologie het communisme een Joodse ideologie was en de Sovjet-Unie een Jodenstaat.

Er waren al zo’n 8.000 Joden, voornamelijk afkomstig uit de intelligentsia, vermoord door de Roemenen en de Duitsers in de eerste dagen van de bezetting. Maar de aanslag was een mooie aanleiding om gruwelijk huis te gaan houden onder de Joden. Roemeense troepen en een Duitse Einsatzgruppe (de Einsatzgruppen waren verantwoordelijk voor de executie van honderdduizenden Joden in de Sovjet-Unie in de tweede helft van 1941) arriveerden een dag na de aanslag in de stad, met als doel een orgie van bloed te organiseren. Alle inwoners van de Marazlievskayastraat waar de bomaanslag had plaatsgevonden, Joden en niet-Joden, werden opgepakt en ter dood gebracht. De gelukkigen kregen de kogel, de pechvogels de strop. De Roemeense en Duitse soldaten trokken ook naar de markten van Odessa en begonnen nietsvermoedende burgers at random dood te schieten. Ook werden veel mensen lukraak opgepakt, naar een executieplek gebracht en daar massaal doodschoten of opgehangen.

De Joden in Odessa werden, onder dreiging van executie, bevolen om zich op 24 oktober te melden in Dalnik, een dorpje in de rook van Odessa. Daar werden duizenden Joden gefusilleerd in een speciaal voor hen gegraven gracht. Om het moorden wat sneller te laten verlopen werden de Joden die nog niet waren doodgeschoten in vier gebouwen opgesloten, die van te voren met benzine waren gevuld. Twee gebouwen werden beschoten door machinegeweren en daarna in brand gestoken. De volgende dag werden de Joden in de andere gebouwen bestookt, onder andere met granaten.

De Joden die de pogrom overleefden werden gedeporteerd en kwamen in een concentratiekamp terecht. Maar enkele honderden Joden uit Odessa overleefden de oorlog. Ian Antonescu werd, mede vanwege zijn medeplichtigheid aan de slachtingen in Odessa, na de oorlog ter veroordeeld en tegen de muur gezet. Voor ultranationalistische Roemenen is Antonescu echter een held. Na de val van het communisme in 1989 werden vele beelden en gedenktekens opgericht. Deze zijn na 2002 gesloopt, toen de Roemeense regering besloot om fascistische, racistische en xenofobe symbolen te verbieden.

Aan Deutsche Welle vertelde een 93-jarige overlevende van de pogrom van oktober 1941, de enige ooggetuige die nog in leven is, eergisteren zijn indrukwekkende verhaal.

Over het Roemeense aandeel in de Holocaust was een in 2004 gepubliceerd rapport vernietigend. Roemenië had meer Joden vermoord dan de andere As-landen, op nazi-Duitsland na natuurlijk. De massamoorden in Iasi, Odessa, Bogdanovka, Domanovka en Peciora behoren volgens het rapport tot de meest afschuwelijke moorden op Joden uit de geschiedenis van de Holocaust. Roemenië heeft genocide tegen de Joden gepleegd. Dat Joden in sommige delen van Roemenië de oorlog hebben overleefd doet daar volgens het rapport niets aan af.

 

Uitgelichte afbeelding: Wikipedia / Wikimedia Commons