Op 21 juni 1621 kwam er een bloedig einde aan de Boheemse opstand tegen het Habsburgse gezag. Drie protestantse edelen, zeven ridders en zeventien burgers, in totaal zevenentwintig man, worden onthoofd op het Oude Stadsplein in Praag.

 

Tsjechië bestond vroeger uit het koninkrijk Bohemen en het markgraafschap Moravië, die allebei weer onderdeel waren het Heilig Roomse Rijk der Duitse Natie. De Habsburgers kregen de kroon van Bohemen in handen, wat in de zeventiende eeuw voor de nodige spanningen ging zorgen. De Tsjechen waren, mede vanwege de tragische dood van protoreformator Johannes Hus, gecharmeerd door de theologische nieuwlichterij van Maarten Luther en Johannes Calvijn. De Habsburgers daarentegen waren streng katholiek.

In 1618 kwamen de spanningen tot een uitbarstingen. Afgezanten van de keizer in Wenen werden uit het raam van Praagse Burcht gesmeten, de zogenoemde devensteratie. De afgezanten overleefden de val, vluchtten naar Wenen en de keizer wist dat het oorlog was. De protestantse edelen en burgers kozen Frederick V, keurvorst van de Palts, tot koning van Bohemen. Hij was maar een winter koning, vandaar zijn bijnaam de winterkoning. De protestanten werden namelijk op 8 november 1620 vernietigend verslagen in de Slag bij de Witte Berg. Dit betekende het einde van de protestantse opstand in Bohemen.

De katholieke Habsburgers namen een half jaar later wraak door zevenentwintig protestantse prominenten te onthoofden op de Oude Markt van Praag. Bohemen en Moravië werden weer katholiek. Om de Tsjechen extra te straffen kregen Bohemen en Moravië Duitse edelen, die de plaatselijke edelen deels vervingen. Tot en met de Tweede Wereldoorlog woonde er in Tsjechië daarom een grote Duitstalige minderheid.

Als Philips II en Alva de Tachtigjarige Oorlog gewonnen hadden dan had Nederland wellicht ook zo’n momentje gehad. Dan waren niet alleen Egmond en Hoorne onthoofd, maar ook Willem van Oranje, Marnix van Sint Aldegonde, Petrus Datheen en een boel andere opstandelingen. Wellicht hadden we dan ook een Spaanse adel gehad en was ons land, net als Bohemen en Moravië, een perifeer gebied dat werd uitgeknepen door de Habsburgers. Gelukkig liep het anders. Dat was ook fijn voor de protestantse Tsjechen, want veel vluchtelingen, onder andere de beroemde geleerde Comenius, konden daardoor onderdak in ons land krijgen.

 

Afbeelding: Wikimedia / Wikipedia Commons