Van de Slag bij Geldenaken had ik nog nooit gehoord. Het is een veldslag die aan het begin van de Tachtigjarige Oorlog in het huidige België plaatsvond, waarbij een deel van het leger van Willem van Oranje werd vernietigd. Hierdoor mislukte zijn aanval op de Nederlanden.

 

Willem van Oranje vluchtte in 1567 halsoverkop naar de Dillenburg in Duitsland, toen de hertog van Alva met zijn 20.000 soldaten de Nederlanden binnentrok om de orde te herstellen. Oranje werd door Alva mede verantwoordelijk gehouden voor de onlusten in het land, die geleid hadden tot de roemruchte beeldenstorm. Twee andere hoge edelen die wel op hun post bleven, de graven Egmond en Hoorne, werden op bevel van Alva gevangen genomen en op 5 juni 1568 na een politiek proces onthoofd op het marktplein van Brussel. Ook stelde Alva de Raad der Beroerten in, een speciale rechtbank die vijanden van het regime (al dan niet bij verstek) ter dood veroordeelde en hun bezettingen voor verbeurd verklaarde.

 

Het plan

Tijdens zijn verblijf op de Dillenburg bedachten Willem van Oranje en zijn jongere broers een plan om de Nederlanden te bevrijden van de Spaanse tirannie. Zijn broers Lodewijk en Adolf zouden in Groningen een inval doen, Willem van Oranje zelf zou Brabant binnenvallen, het belangrijkste gewest van het land. De eerste aanval zou echter worden gedaan door Jean de Montigny, heer van Villiers, die via Opper-Gelre de Nederlanden zou binnentrekken.

Op 23 april belegerde Villiers Roermond, maar een Spaanse leger zorgde ervoor dat hij zich moest terugtrekken. Twee dagen later werden zijn troepen bij Dalheim vernietigend verslagen. De Villiers werd opgepakt en op 2 juni in Brussel onthoofd op de Grote Markt, drie dagen eerder dus dan Egmond en Hoorne.

De inval in het noorden verliep aanvankelijk voorspoedig. Bij Heiligerlee werden de Spanjaarden op 23 mei 1568 verslagen, hoewel graaf Adolf sneuvelde. Hier verwijst ook het vierde couplet van het Wilhelmus naar:

Graef Adolff is ghebleven, In Vriesland in den slaech

De stad Groningen hield echter de poorten gesloten. Ook kwam Alva met een groot leger naar het noorden, om met Lodewijk en zijn leger af te rekenen. Bij Jemmingen in Oost-Friesland echter werden de opstandelingen op 21 juli volledig verslagen door Alva. Lodewijk kon op het nippertje ontsnappen, door zijn harnas en kleren uit te trekken en de Eems over te zwemmen. Veel andere soldaten verdronken echter. Met de Slag bij Jemmingen was de inval in het noorden mislukt.

Het leger van Willem van Oranje begon op 31 augustus aan zijn opmars. Dit leger was, qua omvang, het grootst, en telde 25.000 man. Willem van Oranje trok de Maas over via Stockem en bedreigde Maastricht. Alva wist echter dat Willem van Oranje te kampen had met geldgebrek en lokte hem daarom steeds dieper Brabant in. Hij verwachtte dat de soldaten van Oranje na een tijdje zouden gaan muiten, als ze geen soldij zouden hebben gekregen.

Geen stad opende voor Oranje de poorten. Het leger van Alva was kleiner dan dat van Oranje en vermeed slag. Op 20 oktober echter deelde Alva Willem van Oranje een flinke klap uit bij Geldenaken, waar de prins zijn troepen een rivier wilde laten oversteken. De achterhoede die het overstekende leger moest beschermen werd volledig in de pan gehakt, met zo’n 2.000 doden tot gevolg. De Spanjaarden verloren nog geen 80 man.

 

Mislukt

Hoewel de Spanjaarden maar een deel van Willem van Oranjes leger hadden verslagen was de campagne nu zo goed als mislukt. Een protestants Hugenotenleger uit Frankrijk, dat Willem van Oranje moest bijstaan, bestond uit amper 2.000 soldaten. Oranje durfde de confrontatie met Alva, die hem harde dreun had verkocht, niet aan en wilde zich graag weer naar Duitsland terugtrekken. Op zijn soldaten, die vanwege het uitblijven van de soldij aan het plunderen sloegen, kon hij niet meer aan. Omdat het prinsbisdom Luik de grenzen gesloten hield besloot Willem van Oranje naar het zuiden te trekken, Frankrijk in.

De Franse regering was uiteraard not amused en zei dat Oranje het land meteen moest verlaten. Nadat hij zijn kanonnen en zijn zilveren bestek had verkocht betaalde de prins aan zijn soldaten eindelijk hun soldij uit. Nadat hij enkele maanden voor de Hugenoten had gevochten in hun burgeroorlog tegen de katholieken keerde Willem van Oranje in november 1569 terug naar de Dillenburg. Zijn inval was op een totale mislukking uitgelopen.

 

 

 

Afbeeldingen: Wikipedia / Wikimedia Commons