Vandaag in het verleden: op 1 oktober 1944 voerde de Duitse bezetter een razzia uit in het Gelderse plaatsje Putten. Een groot aantal huizen werd verbrand en honderden mensen werden afgevoerd. De meesten vonden niet veel later de dood.

De directe aanleiding voor de verschrikkelijke gebeurtenissen was een actie van de Puttense verzetsbeweging. Zij hadden enkele dagen eerder een auto met daarin Wehrmacht-officieren beschoten. De Duitsers zinden dus op wraak.

Het dorp Putten werd allereerst omsingeld waarna de mannen en de vrouwen uit het dorp van elkaar werden gescheiden. Hierna werden honderden woningen en winkels in het dorp in brand gestoken. Een aantal mensen werden direct doodgeschoten, maar de meeste mensen werden gevangen gehouden in de kerk en een school. De volgende dag, 2 oktober 1944, werden alle mannen van het dorp afgevoerd naar concentratiekampen.

Een aantal van hen wisten te ontsnappen door uit de rijdende trein te springen, maar verreweg de meeste mensen zijn nooit meer teruggekeerd naar Putten. Degenen die wel terugkeerden kregen na de oorlog overigens amper erkenning en steun. Het was voor hen dan ook moeilijk om te vertellen over de dingen die zij in de kampen hadden meegemaakt. Er werd toch niet geluisterd. Putten zelf was een getraumatiseerd dorp geworden. Wel werd er enkele jaren na de oorlog een monument geplaatst.

Tegenwoordig bestaat er meer erkenning voor de gebeurtenissen. Het is een huiveringwekkend idee dat bijna de gehele mannelijke populatie van een dorp is afgevoerd en omgekomen. Hoe kan een gemeenschap daarna nog verder? Alle overlevenden zijn inmiddels een natuurlijke dood gestorven, de laatste stierf in 2013, maar nog altijd is de razzia in Putten een zere plek op de ziel.

 

Afbeelding: symbolische graven voor de slachtoffers in Putten (Wikimedia Commons).