Fjodor Michajlovitsj Dostojevski (1821-1881), auteur van Misdaad en Straf en De gebroeders Karamazov, werd op 16 november 1849 ter dood veroordeeld omdat hij lid was een revolutionaire organisatie. Op het allerlaatste moment werd deze straf echter omgezet in vier jaar Siberië.

 

Lijfeigenen

Fjodor Dostojevski groeide op in tsaristisch Rusland. Hij kwam uit een redelijk welvarende familie. Zijn vader kocht een vervallen dorp, inclusief honderd lijfeigenen (de feitelijk slaaf waren), met als doel van het land te leven. Fjodor Dostojevski kon niet goed met zijn autoritaire vader opschieten en wenste hem heimelijk dood. Hij voelde zich echter verschrikkelijk schuldig toen de lijfeigenen het recht in eigen handen namen en zijn vader vermoordden vanwege zijn wreedheid.

Hij was officier in het Russische leger, maar Fjodor Dostojevski hield zich vooral bezig met literatuur. Hij vertaalde werken Honoré de Balzac en George Sand in het Russisch en begon zelf ook te schrijven. Tegelijkertijd werd hij ook lid van een revolutionair genootschap, de Petrajevskigroep, die de lijfeigenschap in Rusland wilde afschaffen. Tsaar Nicolaas I beschouwden alle linksige groeperingen, hoe gematigd ook, als staatsgevaarlijke terroristische organisaties. Dankzij geheime agenten van de tsaar werd de groep in 1849, een jaar na het revolutiejaar 1848, opgerold en in de beruchte Petrus-en-Paulusvesting in Sint Petersburg vastgezet. Nicolaas was doodsbang voor een revolutie en een militair tribunaal veroordeelde de leden van de Petrajevskigroep ter dood.

Dostojevski in 1879

 

Een nieuw mens

Dostojevski dacht dat zijn laatste uur had geslagen toen ze hem naar het vuurpeloton leidden, maar op het allerlaatste moment werd de straf omgezet in vier jaar dwangarbeid in Siberië. Of de Russische staat Dostojevski echt van plan was te executeren of alleen een wreed psychologisch spelletje met hem speelde is onduidelijk, maar deze gebeurtenis zette zijn leven volledig op de kop.

In Siberië besloot Dostojevki met een atheïstische blik het Nieuwe Testament te lezen, om op deze manier het christendom kritisch te onderzoeken. Dostojevski verzoende zich echter met het christendom en werd tijdens zijn ballingschap een compleet nieuw mens. Van een (gematigde) revolutionair was hij een hartstochtelijke christen geworden, die moedertje Rusland, de tsaar en natuurlijk de Russisch-Orthodoxe Kerk vurig beminde. De Russen waren volgens wezenlijk anders dan de mensen in het Westen. Het echte christendom en de echte vrijheid kon je alleen vinden Rusland. West-Europa was verdorven door het individualisme.

De westerse lezer betreedt met het lezen van de boeken van Dostojevski een compleet andere wereld. De personages zijn intens, extatisch en diep religieus. Natuurlijk was Dostojevski een kind van de Russische cultuur, maar het feit dat zijn leven aan een zijden draadje hing maakte de schrijver extra existentieel. Dat de radicale atheïstische Duitse filosoof Friedrich Nietzsche, in veel opzichten een tegenpool van Dostojevski, een groot fan was van de Russische schrijver wekt dan ook geen verbazing. Ook voor Nietzsche was het immers alles of niets.

 

 

Afbeeldingen: Wikimedia / Wikipedia Commons