Rode Leger, Estland, Letland, Litouwen en Duitse vrijkorpsen vechten om de controle over de Baltische staten.

Estse propagandaposter, om vrijwilligers te werven om tegen het Rode Leger te vechten

De wapenstilstand van 11 november 1918 betekende niet dat er nu vrede heerste in Europa. In Duitsland, Ierland, Finland, Hongarije en Oostenrijk werden korte burgeroorlogen uitgevochten en de Turken en Grieken vochten een bloedige oorlog in Klein-Azië. De bloedigste oorlog was echter de Russische Burgeroorlog, die weer onderverdeeld kan worden in een boel kleinere oorlogen. Tijdens de Vrede van Brest-Litovsk van maart 1918 hadden Lenin en de zijnen gigantische gebieden opgegeven. In deze gebieden had Duitsland marionettenstaatjes opgericht, die na de Duitse terugtrekking van november 1918 onafhankelijk wilden worden. Het Rode Leger was echter vastbesloten om deze gebieden te heroveren. En Duitse vrijkorpsen, bestaande uit nationalistische oorlogsveteranen, hoopten dat de Baltische gebieden van Duitsland afhankelijk bleven.

Voor de communisten was de wapenstilstand van 11 november een reden om de verloren gegane gebieden te heroveren, nu de Duitse bescherming was weggevallen. Op 12 november riepen de Esten hun onafhankelijkheid uit, op 13 november begon het Rode leger aan een offensief tegen Estland, Letland en Litouwen.

De net onafhankelijk geworden Baltische staten boden verzet en werden daarbij ondersteund door Finse vrijwilligers, de Duitse vrijkorpsen en de ‘witten’. De Duitsers en de witten hadden echter een andere agenda. De Duitsers wilden de Baltische staten van Duitsland afhankelijk maken, wat betekende dat de Duitse adel in deze gebieden (de afstammelingen van de ridders van de Duitse Orde) de touwtjes in handen zouden krijgen. De witten wilden een herstel van het Russische keizerrijk, wat ook een einde van de onafhankelijkheid van de Baltische staten zou betekenen. Toen het Rode Leger was verdreven kwam het daarom tot een conflict tussen Estland en de Duitsers, die Letland hadden overgenomen en een marionettenregering in het zadel hadden geholpen. De Esten wisten de Duitse aanval echter af te slaan en trokken Letland binnen. De geallieerden dwongen in juni 1919 Duitsland om de vrijkorpsen terug te trekken. De nationalistische regering in Letland kwam weer aan de macht en verbond zich met Estland om tegen het Rode Leger te vechten. Samen met de witten trok men op naar Petrograd, maar het Rode Leger sloeg deze aanval af. Een Russische aanval op Narva werd echter door de Esten afgeslagen, die rondom de stad sterke verdedigingswerken hadden aangelegd.

Majoor-generaal Rüdiger von der Goltz, bevelhebber van de Duitse vrijkorpsen. Hij slaagde er niet in om de Baltische staten om te vormen tot Duitse marionetstaatjes.

Veel Duitse militairen hadden zich echter niet teruggetrokken uit de oorlog, maar zich aangesloten bij het West-Russische Vrijwilligersleger. Officieel was dit een leger van pro-Tsaristische witten, maar het was de facto een leger dat de Duitse belangen diende. Dankzij een Lets offensief moest het Duits-Russische leger zich terugtrekken naar Litouwen, waar ze werden verslagen.

In het najaar van 1920 was de onafhankelijkheid van Estland en Letland erkend. Litouwen echter kwam nog in conflict met Polen, dat aasde op de Litouwse hoofdstad Wilna. Het Rode Leger had Wilna in juni 1920 ingenomen tijdens het offensief tegen Polen. Toen het Rode Leger bij Warschau werd verslagen en zich halsoverkop terugtrok pikten de Polen Wilna in. Kaunas was tijdens het interbellum de tijdelijke hoofdstad van Litouwen.

In de zomer van 1940 kwam er, als gevolg van het Molotov-Ribbentroppact tussen Stalin en Hitler, een einde aan de onafhankelijkheid van Estland, Letland en Litouwen. De drie Baltische staten werden geannexeerd en tot officieel autonome maar feitelijk volkomen van Moskou afhankelijke Sovjet-republieken omgevormd.

Afbeeldingen: Wikipedia / Wikimedia Commons

 

100 jaar geleden: De Vrede van Brest-Litovsk

17 juni 1940: Sovjet-Unie annexeert de Baltische Staten