Van 13 tot 15 februari 1945 werd Dresden platgegooid door 527 Amerikaanse en 722 Britse bommenwerpers. 

David Irving, de beruchte Holocaustontkenner, ontkent niet het bombardement op Dresden. Sterker nog, hij beweerde in zijn boek uit 1963 dat er tussen de 100.000 en 250.000 dodelijke slachtoffers waren gevallen. Toen werd dat voor zoete koek geslikt, maar tegenwoordig schatten historici dat er tussen de 20.000 en 25.000 mensen zijn omgekomen als gevolg van de geallieerde bombardementen. Dat zijn er natuurlijk ook nog steeds veel, maar het bombardement op Dresden is niet te vergelijken met de oorlogsmisdaden van de nazi’s. Dat maken nazi-apologeten ervan.

Dresden was als hoofdstad van het vroegere koninkrijk Saksen een prachtige stad. Tijdens het bombardement werd het historische centrum volledig verwoest. De industriële gebieden, die meer aan de rand van de stad lagen, werden veel minder zwaar getroffen.

De nazipropaganda greep het bombardement meteen aan. Het verwoesten van het historische centrum van de stad en het feit dat er vooral burgerslachtoffers waren gevallen was een bewijs dat de geallieerden moreel heel fout waren. Deze lezing werd door Irving en ook door de extreemrechtse Nationaldemokratische Partei Deutschlands overgenomen.

Maar toch: het bombarderen van Dresden had weinig nut. Er vielen voornamelijk burgerslachtoffers. Veel mainstream-historici en ook de beroemde Duitse romanschrijver Günter Grass beschouwen het bombardement als een oorlogsmisdaad. Natuurlijk waren de misdaden van de geallieerden niet met die van de nazi’s te vergelijken, maar ook de geallieerden maakten morele fouten.

 

Afbeeldingen: Wikimedia / Wikipedia Commons