Vandaag in het verleden: de start van de bouw van de Berlijnse Muur. De afscheiding tussen oostelijk en westelijk Berlijn die families en vrienden decennia lang van elkaar gescheiden zou houden. Pas in november 1989 ging de muur door een toevallige samenloop van omstandigheden weer open.

Het was in de nacht van 12 op 13 augustus 1961 dat de belangrijkste man in de DDR, Walter Ulbricht, in samenspraak met de Sovjet-Unie besloot om een blokkade op te werpen in de stad Berlijn. Ulbricht was op dat moment nog hondstrouw aan het regime in Moskou, dus hij zal zich ongetwijfeld vrijwel kritiekloos hebben geschaard achter het idee van Nikiti Chroesjtsjov.

De reden dat de muur nodig werd gevonden lag in het feit dat dat veel inwoners van Oost-Duitsland de overtocht maakten naar de Bondsrepubliek in het westen. Veel mensen wilden immers het communistische bewind ontvluchten. Al aan het begin van de jaren ’50 werd de grens tussen de DDR en de Bondsrepubliek streng beveiligd, maar in Berlijn was de grens tot aan 1961 nog open. De muur moest daar een einde aan maken.

De controle bij de muur was immens. Er was prikkeldraad en voortdurende beveiliging door zwaarbewapende beveiligers. Zij hadden toestemming om mensen die poogden te ontsnappen neer te schieten. Wie een vluchtpoging overleefde kon rekenen op een zware straf.

Gelukkig valt de roep om vrijheid uiteindelijk niet te negeren. Toch hebben de inwoners van Oost-Berlijn bijna dertig jaar onder dit zware juk moeten lijden. Maar toen het op die beroemde dag in 1989 eindelijk zover was, was Berlijn weer één. Luttele jaren later zou heel Duitsland onder leiding van de onlangs overleden Bondskanselier Helmut Kohl weer herenigd worden. Van de Berlijnse Muur zijn nog slechts wat resten en veel boze herinneringen over.

 

Afbeelding: Wikimedia Commons