Op 12 maart 1920 begon in het Duitse Rijk de Kapp Putsch. Radicaal-rechtse krachten wilden een einde maken aan de Weimarrepubliek. Dankzij de arbeiders van Berlijn mislukt de staatsgreep.

 

Weimarrepubliek

Kapp-Putschisten op het Potsdamer Platz in Berlijn

De Duits-Zwitserse term Putsch wordt in de niet-Duitssprekende wereld bekend dankzij de mislukte Kapp Putsch van 1920. Conservatieve elementen in het Duitse leger, onder leiding van Wolfgang Kapp en Walther von Lüttwitz, willen de democratische Weimarrepubliek omverwerpen. De Weimarrepubliek wordt verantwoordelijkheid gehouden voor de vernederende Vrede van Versailles van 1919, waardoor het Duitse Rijk veel grondgebied heeft verloren en enorme herstelbetalingen moet doen aan de geallieerden. Binnen rechts Duitsland is de dolkstootlegende populair: het Duitse leger is tijdens de Eerste Wereldoorlog door linkse verraders – socialisten, pacifisten en natuurlijk de Joden – in de rug gestoken, waardoor de oorlog is verloren.

In 1918-1919 hebben Duitse paramilitaire eenheden, de zogenaamde vrijkorpsen, een socialistische revolutie weten te voorkomen. De Spartakistenopstand in Berlijn is keihard neergeslagen en ook de Beierse Radenrepubliek is in bloed gesmoord. In 1920 heeft de regering de vrijkorpsen echter niet meer nodig en wil ze ontbinden, ook omdat ze als broeinesten van extreemrechts een gevaar vormen voor de democratische Weimarrepubliek. Enkele vrijkorpscommandanten voelen nu voor een Putsch.

Kapp

Wanneer de regering de Marinebrigade Ehrhardt, een van de belangrijkste vrijkorpsen, wil opheffen, komt generaal Von Lüttwitz hiertegen openlijk in verzet. Hij wil niet inbinden en eist dat de regering aftreedt, de Rijksdag wordt ontbonden er dat nieuwe verkiezingen zullen komen. Uiteraard weigert de regering deze eisen in te willigen, waarop Von Lüttwitz besluit om met zijn medestanders Berlijn te bezetten. Kapp, waar de Putsch naar vernoemd zal worden, komt nu pas in the picture. Hij moet, als lid van de uiterst conservatieve Deutschnationale Volkspartei, de nieuwe Rijkskanselier worden. Kapp informeert de leiding van de DNVP over de aanstaande Putsch, maar de partijleiding kiest ervoor – heel opportunistisch – om zich afzijdig te houden. Men sluit zich niet aan bij Kapp, maar informeert de regering ook niet over de aanstaande staatsgreep.

Wanneer de vrijkorpsen Berlijn bezetten weigeren de regeringstroepen het vuur te openen, wat het einde het regime in lijkt te luiden. De regering vlucht naar Stuttgart en roept daar op 13 maart een staking uit, om de putschisten op de knieën te dwingen. Aan deze oproep wordt massaal gehoor gegeven: meer dan 12 miljoen arbeiders leggen hun werk neer, gas, licht en elektriciteit doen het niet meer en alleen via bodes kunnen de putschisten nog orders geven. De Putsch mislukt.

Berlijners de straat op tegen de Putsch

De regering in Stuttgart voelt niet de behoefte om Kapp en Lüttwitz met geweld te verjagen en besluit met de putschisten te onderhandelen. Lüttwitz laat Kapp vallen en de andere putschisten Lüttwitz. Dankzij hun vrienden bij de politie weten Kapp en Lüttwitz naar het buitenland te vluchten. De regering, die het communisme als een veel groter gevaar ziet dan rechtsextremisten, besluit extreem coulant tegenover de vrijkorpsen op te treden. Tout est pardonné, maar dan in het Duits.

De Kapp Putsch is mislukt om twee redenen: ten eerste zijn de putschisten er niet in geslaagd om de regeringsleiders gevangen te nemen, waardoor de regering een tegenactie tegen de putschisten kan ondernemen. Ten tweede is een groot deel van het Duitse volk tegen de staatsgreep en verzet zich hier ook actief tegen. Vanwege het massale verzet, dat onder andere de communicatielijnen helemaal platlegt, loopt de aanvankelijk geslaagde Putsch na enkele dagen uit op een deconfiture.

Afbeeldingen: Wikimedia / Wikipedia Commons