Van 5 tot 12 januari 1919 vonden er in Berlijn bloedige straatgevechten plaats tussen de communistische Spartakisten en hun tegenstanders. De sociaaldemocratische overgangsregering koos de kant van het leger en de vrijkorpsen tijdens dit conflict, waardoor links tijdens het interbellum ernstig verdeeld raakte.

 

Novemberrevolutie in Berlijn. Deze eerste revolutie vond plaats zonder bloedvergieten.

Novemberrevolutie en Weihnachtskämpfe

In november 1918, vlak voor het ondertekenen van de wapenstilstand met de Entete, brak in het Duitse Rijk de novemberrevolutie uit. De opstand begon in Kiel, waar de matrozen zich verzetten tegen de marineleiding die vond dat de Duitse marine moest opstomen naar Groot-Brittannië voor een zinloze maar heldhaftige laatste confrontatie. De muitende matrozen werden gesteund door arbeiders en de revolutie verspreidde zich over de rest van het rijk. In Beieren werd de koning weggejaagd en kwam de linkse politicus Kurt Eisner aan de macht. Keizer Wilhelm II werd op 9 november afgezet en vluchtte een dag later naar Nederland.

Het leek er even op dat de rust in het Duitse Rijk was weergekeerd, maar op 24 december raakten communistische milities bij het Berliner Stadtschloss in een vuurgevecht verwikkeld met het Duitse leger, waarbij tientallen doden vielen. Hoewel de linkse opstandelingen het vuurgevecht wonnen en ‘slechts’ 11 doden te betreuren hadden, tegenover 56 dodelijke slachtoffers aan de kant van het leger, was deze slag voor de pacifistische USPD (Unabhängige Sozialdemokratische Partei Deutschlands) aanleiding om uit de voorlopige regering te stappen. Deze gevechten tijdens de kerst, die de Duitse geschiedenis zijn ingegaan als de Weihnachtskämpfe, vormden de opmaat voor de Spartacusopstand, die op 4 januari zou uitbreken.

 

File:Was will Spartakus?.jpg

De Spartakisten keerden zich, volgens de propagandaposter uit 1919, tegen de adel, kapitalisme en nieuw militarisme. De koppen van het oude militarisme en de monarchie zijn al afgehakt. Ook zie je een geestelijke, die de kerk voorstelt.

Escalatie

De Spartacusopstand was natuurlijk genoemd naar Spartacus, de Romeinse gladiator die een slavenopstand tegen Rome had geleid. In augustus 1914 hadden links-radicale Duitsers die tegen de oorlog waren de Spartakusbund opgericht. Zij hadden zich daarna, uit enthousiasme over de Russische Revolutie, tot het communisme bekeerd. In december 1918 ging de Spartakusbund met een groep radicale USPD’ers op in de Kommunistische Partei Deutschlands (KPD).

Aanleiding van de Spartacusopstand was het ontslag van de Berlijnse politiechef Emil Eichhorn, die tijdens de Weihnachtskämpfe had geweigerd op te treden tegen de communistische opstandelingen. Radicaal links beschouwde zijn ontslag als een provocatie en besloot om een dag later, zondag 5 januari, een demonstratie te organiseren.

De demonstratie was een enorm succes. Behalve communisten en pacifistische USPD’ers deden er ook veel sociaal-democratische arbeiders aan deze protestmars mee. Sommige demonstranten waren bewapend. Aan het einde van de middag bezetten demonstranten stations en plekken waar kranten van hun politieke tegenstanders werden verkocht.

De revolutionairen vormden een raad, die echter zwaar verdeeld was. Karl Liebknecht wilde dat de Duitse regering weg moest, Rosa Luxemburg  vond een revolutie echter riskant en pleitte voor een voorzichtige koers.

Op 7 januari riepen de leiders van de communistische KPD en de pacifistische USPD een algemene staking uit. 500.000 mensen deden hier aan mee. Tijdens de demonstratie ontstond het plan om de sociaaldemocratische overgangsregering van Friedrich Ebert omver te werpen en de communistische revolutie uit te roepen. Er werden belangrijke gebouwen in Berlijn bezet, maar de revolutionairen bleven onderling verdeeld. Sommigen wilden echt revolutie maken, anderen wilden onderhandelen met de regering. De KPD hoopte dat de mariniers voor de revolutie zouden kiezen. Zij bleven neutraal. De meeste legereenheden in Berlijn waren echter op de hand van de regering.

Rosa Luxemburg

Straatgevechten en executies

Op 8 januari besloot de USPD met de regering te onderhandelen. De KPD was het hiermee niet eens en stapte uit protest uit het revolutionaire comité. Op dezelfde dag hoorden Berlijnse arbeiders dat Minister van Defensie Gustav Noske rechtse paramilitairen van het Freikorps had ingehuurd om de revolutie neer te slaan.

De soldaten van het Freikorps hadden de beschikking over zware wapens die gebruikt waren tijdens de Eerste Wereldoorlog, waardoor ze militair gezien duidelijk in het voordeel waren. Met de hulp van machinegeweren, vlammenwerpers en mortieren wisten de paramilitairen de door de spartakisten geblokkeerde straten en bezette gebouwen te heroveren. Tijdens deze straatgevechten sneuvelden 17 soldaten van de Freikorps en meer dan 100 spartakisten. Ook werden er veel revolutionairen nadien standrechtelijk geëxecuteerd.

Op 12 januari waren de gevechten in Berlijn voorbij. De contrarevolutionairen hadden gewonnen. De twee belangrijkste leiders van de Spartacusopstand – Karl Liebknecht en Rosa Luxemburg – doken onder. Ze werden echter in de avond van 15 januari ontdekt en opgepakt. Diezelfde nacht nog werden ze, na verhoord te zijn, bewusteloos geslagen en vervolgens vermoord door een schot in het hoofd. Freikorps-kapitein Wlademar Pabst gaf hiertoe het bevel. Hij werd uiteraard niet voor deze moord vervolgd.

 

Leden van de Duitse Rijksdag juichen nadat Rijkspresident Friedrich Ebert op 21 augustus de eed heeft afgelegd

Weimarrepubliek

Het neerslaan van de Spartacusopstand betekende nog niet het einde van de Duitse Revolutie. In Beieren grepen de communisten op 6 april 1919 de macht, twee maanden nadat de Kurt Eisner door een rechtse radicaal was vermoord. De Beierse Radenrepubliek hield het nog geen maand uit en kwam op 3 mei ten val. De leiders van deze opstand kregen de kogel (Gustav Landauer en Eugen Leviné) of werden voor enkele jaren gevangen gezet (Erich Mühsam en Ernst Toller).

De Rijksdag, het Duitse parlement, was vanwege de straatgevechten in Berlijn begin 1919 uitgeweken naar Weimar. Daar, in de stad van Goethe en Schiller, besloot men een nieuwe grondwet op te stellen. Op papier was het Duitse Rijk, dankzij de grondwet van Weimar, een van de meest democratische naties in de wereld geworden.

De realiteit van Weimar viel helaas tegen. Het Duitse Rijk werd geregeerd door zwakke coalitieregeringen en de rijkspresident had veel macht. Dat coalities moeilijk konden worden gevormd kwam ook door de animositeit tussen communisten en sociaal-democraten. Dat Ebert en Noske de Spartacusopstand hadden neergeslagen met behulp van de rechtse vrijkorpsen werd de sociaal-democraten nooit vergeven.

 

Afbeeldingen: Wikimedia / Wikipedia Commons

 

Ernst Toller, de Eerste Wereldoorlog, de Beierse Radenrepubliek van 1919 en de nazi’s