Op 15 december 1917, vandaag precies 101 jaar geleden, sluiten de bolsjewieken met het Duitse Rijk een wapenstilstand in Brest-Litovsk. 

De Eerste Wereldoorlog was in 1914 een tweefrontenoorlog geworden, omdat de Russen veel sneller met mobiliseren waren dan werd gedacht en de Duitsers geen doorbraak aan het westfront wisten te creëren na de verloren Slag bij de Marne. Toch slaagden de Duitsers er in om de Russen zware slagen toe te brengen, wat een belangrijke oorzaak was van het uitbreken van de Russische Revolutie. De bolsjewieken, in november 1917 aan de macht gekomen, beloofden vrede, land en brood. Ze waren bereid om grote stukken land aan de Duitsers af te staan. Op 15 december 1917 was de wapenstilstand met het Duitse Rijk een feit.

De onderhandelingen werden gevoerd in de vestingstad Brest-Litovsk, waar in de zomer van 1941 hevig zou worden gevochten tussen de Wehrmacht en het Rode Leger. De onderhandelingen waren minder glorieus. De Russische delegatie, onder leiding van Leon Trotski, hoopte tijd te rekken, met als doel dat de revolutie ook in West-Europa zou uitbreken. De Duitsers waren het zat en besloten Rusland onder druk te zetten, door een nieuw offensief te beginnen. De Russische delegatie ging op 3 maart 1918 uiteindelijk akkoord met een vernederende vrede, die Rusland feitelijk reduceerde tot een tweederangs mogendheid. De Duitse nederlaag van 11 november 1918 en het feit dat de bolsjewieken de Russische Burgeroorlog wisten te winnen maakten Brest-Litovsk echter ongedaan. De stad zou, als gevolg van de verloren Pools-Russische Oorlog tot 1939 Pools blijven.

Afbeelding: Wikimedia / Wikipedia Commons