Op 1 augustus 1944 begon de opstand van Warschau tegen de Duitse bezetting. Het Poolse ondergrondse leger, de Armia Krajowa, hoopte de Poolse hoofdstad te bevrijden voordat het Rode Leger zou arriveren. Stalin hield echter halt aan de Wisla, waardoor de Polen volkomen in de pan werden gehakt. Op 2 oktober gaven de Polen zich over.

 

Toen de Duitsers in 1939 Polen bezetten voerden ze een waar schrikbewind uit, veel repressiever dan de bezetting van bijvoorbeeld Nederland en België. Dat kwam omdat de Polen een Slavisch volk waren en daarom, in de ogen van de nazi’s dan, Untermenschen. Om een mogelijke opstand de kop in te drukken werd de intelligentsia uit de weg geruimd. Hoogleraren, advocaten en andere notabelen werden, omdat ze tot de Poolse elite behoorden, door de nazi’s tegen de muur gezet. In 1939-1940 waren de etnische Polen in verhouding veel vaker slachtoffer van de nazi-terreur dan de joden.

De Poolse regering vluchtte in ballingschap naar Londen. Het Poolse verzet, dat een heus ondergronds leger was, probeerde het de Duitse bezetters zo zuur mogelijk te maken. Toen het Rode Leger in de zomer van 1944 door de Duitse linies brak en de bevrijding van Polen nabij leek besloot de Armia Krajowa om in opstand te komen.

Helaas voor de Poolse vrijheidsstrijders zat Stalin hier helemaal niet op te wachten. Stalin wilde na de oorlog een communistisch Polen, dat een satelliet van de Sovjet-Unie zou zijn. De opstand was loyaal aan de Poolse regering in ballingschap in Londen, die behalve antinazi ook anticommunistisch was. Stalin had daarom een communistische marionettenregering gevormd, die volgens hem de macht in Polen moest krijgen als het land zou worden bevrijd. Bovendien zou deze communistische regering ook akkoord gaan met de grenscorrecties. Stalin wilde de landsgrenzen van de USSR flink naar het westen laten opschuiven. Het oosten van Polen, onder andere de stad Lviv, zou door de USSR worden geannexeerd. Polen zou ter compensatie echter naar het westen opschuiven en Silezië en Pommeren van Duitsland krijgen.

De opstand in Warschau ging op 1 augustus 1944 van start en kende enkele vroege successen. Tegen het veel beter bewapende Duitse leger konden de lichtgewapende Poolse vrijheidsstrijders echter niet op. De cavalerie, het Rode Leger, kwam niet om de belaagde Polen te ontzetten. De opstand eindigde in een bloedbad. Hoewel de Duitsers en hun hulptroepen ook grote verliezen leden, zo’n 25.000 man, vielen die in het niet bij de massa-executies. Er werden, nadat de Duitsers de controle over de stad hadden herkregen, tussen de 150.000 en 200.000 Poolse burgers geëxecuteerd. 700.000 werden gedwongen de stad te verlaten. Warschau was een rokende puinhoop geworden. Na de oorlog zou de stad worden herbouwd. De Poolse regering maakte hiervoor gebruik van achttiende-eeuwse schilderijen, om historische gebouwen in hun oorspronkelijke staat opnieuw te bouwen.

In 2014 verscheen de Poolse film Miasto 44 waarin de geschiedenis van de mislukte opstand wordt verhaald. Hieronder de trailer van deze film:

 

Afbeelding: Wikipedia / Wikimedia Commons