De gemeenschappelijke munt die we in een deel van de Europese Unie hebben sinds 1999 is in mijn ogen niet levensvatbaar. Daarom vind ik dat Nederland er zo snel mogelijk uit moet stappen of met enkele andere landen eraan moet werken samen de eurozone te verlaten.

De afkeer tegen de euro lijkt de motivatie achter het recent opgestarte burgerinitiatief voor een parlementaire enquête over de invoering van de euro. Hoewel ik, zoals gezegd, de afkeer tegen het huidige monetaire stelsel in de eurozone deel met de initiatiefnemers, ben ik niet van plan mee te tekenen en wel hierom.

‘Namens de Nederlandse regering stemden premier Ruud Lubbers en Minister van Financiën Wim Kok ermee in dat Nederland de gulden zou opgeven en deel zou worden van een monetaire unie met de omringende landen.’ Dat valt onder meer te lezen in de tekst van het burgerinitiatief.

Het is waar dat de handtekeningen van Wim Kok en Ruud Lubbers onderaan het gulden-afschaffende document prijkt, maar zij hadden hun handtekeningen niet kúnnen zetten als de Tweede Kamer dat had verboden. Met andere woorden, de Tweede Kamer had het laatste woord over de euro. Had de Kamer het Verdrag van Maastricht afgewezen, dan hadden Kok en Lubbers niet mogen tekenen. Zo werkt een parlementaire democratie immers. Jaren later, eind jaren negentig, had de Tweede Kamer ook weer het laatste woord over welke landen de euro mochten invoeren. Het toetreden van Griekenland had de Kamer tegen moeten maar ook kunnen houden. Als er dus iemand onder ede verhoord zou moeten worden, dan zijn dat niet Kok, Lubbers, Gerrit Zalm en anderen maar de toenmalige leden van de Tweede Kamer zelf! Het onder ede verhoren van de President van De Nederlandsche Bank (DNB) zou helemaal nergens op slaan. DNB heeft, meermaals, luid en duidelijk gewaarschuwd tegen de deelname van sommige landen aan de euro. De President van die instelling onder ede verhoren – waardoor toch de indruk ontstaat dat DNB iets aan te rekenen is – zou de wereld op zijn kop zijn. DNB waarschuwde, de Kamer besloot destijds die waarschuwingen te negeren.

Nederlandse monetaire historie

‘Niet langer zou ons land haar eigen monetaire beleid kunnen voeren – de rentevoet kunnen zetten, de geldhoeveelheid kunnen vaststellen: dit zou vanaf de invoering van de euro centraal gebeuren door de Europese Centrale Bank’ lees ik iets verder in de tekst van de petitie.

Die zin getuigt van een schrijnend gebrek aan kennis van de Nederlandse monetaire historie. Sinds het einde van de Tweede Wereldoorlog deed Nederland dat nauwelijks, zelf de eigen rente bepalen. En sinds 1982 gebeurde dat zelfs in het geheel niet: toen besloten we de gulden te koppelen aan de Duitse mark namelijk. Onze kleine economie had dat in een wereld die snel globaliseerde, nodig. Die koppeling betekende in feite dat de Duitse centrale bank onze rente en de koers van de gulden bepaalde. Onze monetaire soevereiniteit duurde een kwartiertje, zoals Wim Duisenberg, een ex-President van De Nederlandsche Bank, ooit zei. Zo lang duurde het namelijk voordat DNB hetzelfde besluit nam als de Duitse Bundesbank. Die koppeling aan de mark pakte overigens prima uit voor Nederland. Wij betaalden decennialang zo een beetje de laagste rentes in Europa om geld te lenen bijvoorbeeld. En onze bedrijven moesten jaar in jaar uit innoveren en efficiënter worden om concurrerend te blijven op andere markten. Het gaat niet te ver om te stellen dat we een van de welvarendste landen in Europa zijn dankzij die koppeling.

Het is dus onjuist dat de komst van de euro Nederland het voeren van een eigen monetair beleid ontnam. Het Nederlandse besluit uit begin jaren tachtig deed dat. Die feitelijke onjuistheid is echter wel de kern van het initiatief.

Het burgerinitiatief somt verder nog een aantal vragen op: welke rol speelde de overheid bij de invoering van de euro? Hoe kan het dat politici zich niet veel meer zorgen maakten over de financiële stabiliteit van ons land? Wat wisten de betrokkenen nu precies over de risico’s? En wat wisten ze niet? Hoeveel was en bleef onduidelijk, en was het wel verantwoord om zo’n ingrijpende beslissing te nemen te midden van zoveel onduidelijkheid? Realiseerde men zich dat deze euro op termijn zeer grote nieuwe machtsoverdracht aan Brussel noodzakelijk zou maken – zoals de bankenunie, het stabiliteitspact en de op handen zijnde begrotingsunie?

Het probleem is dat dat allemaal vragen zijn waar we al lang antwoorden bij hebben. Welke rol speelde de Nederlandse overheid? Die had het laatste woord over niet alleen de Nederlandse deelname maar ook deelname van andere landen. Hoe kan het dat politici zich niet meer zorgen maakten over de financiële stabiliteit van ons land? Omdat de economische bomen tot in de hemel leken te kunnen groeien. Achteraf gezien kun je zeggen ‘dat was onrealistisch’ maar het waren toen echt niet alleen politici die zo optimistisch waren gestemd. En zo onrealistisch was het niet eens. Tussen 1992 en de komst van de euro dikte de Nederlandse economie met ruim 3 procent per jaar aan.

Wat wisten de betrokkenen over de risico’s? Ik denk, zonder te overdrijven: alles. De Nederlandsche Bank (DNB) waarschuwde onder meer tegen de deelname van een aantal landen, net als de Duitse Bundesbank. Dat was gewoon openbare informatie, en zeker politici uit die tijd hadden die informatie.

Hoeveel was en bleef onduidelijk, en was het wel verantwoord om zo’n ingrijpende beslissing te nemen te midden van zoveel onduidelijkheid? Zoals gezegd, politici en dus de leden van de Tweede Kamer wisten over de risico’s en waarschuwingen tegen deelname van enkele landen. De vraag is of er überhaupt veel onduidelijkheid wás erover. Realiseerde men dat deze euro op termijn zeer grote nieuwe machtsoverdracht aan Brussel noodzakelijk zou maken – zoals de bankenunie, het stabiliteitspact en de op handen zijnde begrotingsunie? Jazeker! Ironisch genoeg zeggen de opstellers van de petitie dat zelf wanneer ze schrijven dat Romano Prodi, de President van de Europese Commissie in 1992 dat wist. Als hij dat wist, reken er maar op dat de Nederlandse politici dat ook wisten.

Lag er aan de basis van het besluit inderdaad een politieke agenda, in plaats van een economische ratio, waarover men niet durfde te spreken? Zelfs de vogels in de lucht weten en wisten dat de euro een politiek en daarna pas een economisch project is. Daar hoeven we echt geen geldverspillende parlementaire enquête voor te houden om die conclusie te trekken. Dat is ook een reden voor mij om de petitie niet te tekenen ondanks het feit dat ik, zoals gezegd, de afkeer van de euro deel met de initiatiefnemers.

‘De Nederlandse bevolking heeft het recht om – via haar parlementaire vertegenwoordigers – beleidsmakers en beslissers onder ede te horen, zodat duidelijk wordt hoe degelijk de besluitvorming rondom de invoering van de euro is geweest.’ Die beleidsmakers, zoals bij DNB, waren ook in 1992 luid en duidelijk met hun adviezen en waarschuwingen. En de beslissers, die zaten in de Tweede Kamer zelf! Wim Kok, Ruud Lubbers, Gerrit Zalm, Wim Duisenberg, zij waren allemaal uitvoerders van wat de Tweede Kamer wilde of in ieder geval niet afwees. Het waren de volksvertegenwoordigers die keer op keer het laatste woord hadden, keer op keer kritische geluiden kregen te horen over de europlannen en die keer op keer besloten de waarschuwingen te negeren. Een parlementaire enquête dient ervoor informatie over een bepaald onderwerp te verkrijgen. Zoals gezegd hebben we die informatie al. Een parlementaire enquête over díe vragen is níet nodig en zonde van tijd en geld. Tijd kunnen we beter besteden aan belangrijker zaken voor ons land en geld hebben we ook hard nodig.

Met een parlementaire enquête over de besluitvorming over de invoering van de euro in de jaren negentig, schieten we als land weinig op. Als je al een parlementaire enquête over een eurogerelateerde zaak zou willen houden, dan zou die moeten gaan over de vraag waarom de Tweede Kamer en de regering accepteren dat de euro alles wordt wat de munt níet zou worden: een zwakke munt met een zwakke centrale bank die zijn oren laat hangen naar politici. De euro zou een Europese gulden of mark worden en de Europese Centrale Bank (ECB) zou onafhankelijk zijn en staan voor een sterke munt. Niets daarvan is tegenwoordig te zien in de euro.

Een parlementaire enquête moet gaan over de reden dat de Nederlandse politiek het accepteert dat de euro alles is geworden wat de munt níet zou moeten zijn. Dat kan ervoor zorgen dat Nederland uit de euro stapt. Daarmee zou het land wel iets opschieten.