De afgelopen zeventig jaar was de Amerikaanse economie maatgevend voor de staat van de wereldeconomie. Nu groeit het Amerikaanse bbp terwijl de rest van de wereld in de greep lijkt van stagnatie en recessie.

Kort voor de jaarwisseling bracht het US Department of Commerce de groeicijfers voor de Amerikaanse economie in het derde kwartaal van 2014. Met 5 procent op jaarbasis lijkt het herstel aan kracht te winnen. De laatste recessie is alweer ruim vijf jaar geleden, de werkloosheid daalt gestaag en ligt nu onder de zes procent, het begrotingstekort zit inmiddels weer op pre-recessie niveau (2,8 procent voor het belastingjaar 2014).

Het is allemaal prachtig nieuws. Althans: als je Amerikaan bent. Want terwijl Amerika groeit en bloeit, blijft het in de rest van de wereld behelpen. In voorgaande decennia zou het ondenkbaar zijn geweest: aanhoudend sterke Amerikaanse groei gecombineerd met stagnatie in de rest van de wereld. Toch is het minder vreemd dan het lijkt. In de eerste plaats is het soortelijk gewicht van de Amerikaanse economie aanzienlijk gedaald. Vorige maand maakte het IMF bekend dat de Amerikaanse economie niet langer de grootste ter wereld is: China produceerde in 2014 $17,6 biljoen aan goederen en diensten, 200 miljard meer dan de VS. In 1990 vormde de Amerikaanse economie nog een kwart van het wereldwijde bbp, inmiddels is dat gedaald naar minder dan 19 procent – nog altijd aanzienlijk, maar niet langer groot genoeg om de wereldeconomie op sleep te nemen in tijden van tegenspoed.

De Amerikaanse economie is daarnaast van karakter veranderd, minder zwaar leunend op het buitenland voor het voeden van de eigen honger naar grondstoffen en goederen. Het handelstekort is de afgelopen vijf jaar bijna gehalveerd. De omvang van de handelsstroom naar de VS is daarbij licht gedaald. De rest van de wereld profiteert daardoor niet van het aanhoudend herstel van de Amerikaanse economie. Olie- en gas-exporterende landen worden er zelfs door geschaad. Het Amerikaans herstel drijft voor een niet onbelangrijk deel op de schalierevolutie die ervoor zorgde dat de VS in 2014 de grootste olieproducent ter wereld werden – groter zelfs dan Saudi-Arabië. Op gasgebied waren de VS al sinds 2010 de grootste producent. Het probleem van deze spectaculaire produktietoename voor de rest van de wereld is inmiddels overduidelijk geworden. Exporten naar de VS zakken in. De Saudi’s exporteerden in 2014 eenderde procent minder olie naar de VS dan in het piekjaar 2005, Venezuela de helft minder en Nigeria bijna 100 procent. Tegelijk dalen door de groeiende Amerikaanse produktie de wereldwijde prijzen voor olie en gas. Amerikaanse groei gaat hier dus zelfs ten koste van de groei elders in de wereld (dat met name dubieuze regimes in Venezuela, Rusland en Iran momenteel de pijn hiervan voelen, is een prettige bijkomstigheid).

De Amerikaanse economie lijkt zo te worden losgekoppeld van die van de rest van de wereld. Het had nauwelijks op een slechter moment kunnen gebeuren. De BRICS hebben allemaal op zijn minst met een groeivertraging te maken, Rusland staat zelfs op de drempel van een diepe recessie. Japan is al ruim twintig jaar aan het kwakkelen, Abenomics zal daar voorlopig geen verandering in brengen. Afrikaanse en Aziatische economieën die tot voor kort profiteerden van de goedkope kredieten die via Amerikaanse QE over de wereld werden uitgestort, zullen onvermijdelijk de gevolgen ondervinden nu de Fed de kraan langzaam dichtdraait. En Europa? De Eurozone weet zich maar niet te ontworstelen aan de permanente crisis waarin het monetaire experiment is uitgemond. De kans is aanzienlijk dat 2015 een jaar van nieuwe crisismaatregelen wordt om een derde recessie in vijf jaar tijd af te wenden (of in het geval van Nederland de vierde in zes jaar).

In een periode van economische tegenwind moet de wereld het dus zonder zijn oude buitenboordmotor stellen. Het maakt de vooruitzichten voor deze nieuwe jaargang er niet beter op.