Krijgen de economieën in het euroland binnenkort met een nieuwe recessie te maken? Dat is al enige tijd één van de meest besproken vragen onder economen. Er vindt geen bijeenkomst plaats of die vraag komt vrij snel op tafel. Vandaag zal het niet anders zijn wanneer de ministers van Financiën van de G-20 bijeenkomen in de Chinese stad Shanghai om te praten over…inderdaad, de economische problemen die de wereld kent.

Zoals altijd zijn economen het niet eens over het antwoord op die vraag. De ene groep vindt het onzin om over een nieuwe recessie te spreken. De Westerse economieën beginnen pas te herstellen van de crisis die in 2008 is begonnen; de economische groei trekt de komende tijd waarschijnlijk aan volgens die lezing. Daar tegenover staat een groep die naar de lagere groei van de wereldhandel en de wereldeconomie (met name door de groeiterugval in zogeheten opkomende landen ) kijkt en denkt: de Westerse economieën kunnen zich niet aan die malaise onttrekken. Aangezien economische groei in ons werelddeel zo’n 1,5 – 2,0 procent bedraagt en bovendien uiterst fragiel is, is er niet veel nodig om een nieuwe recessie te veroorzaken.

Het is meestal op dit moment in zo een gesprek dat economen een afslag nemen die ze ver van de werkelijkheid vandaan brengt. Economen spreken van een recessie in technische zin als de economische groei in twee achtereenvolgende kwartalen negatief is (let maar eens op hoe vaak economen het over negatieve groei hebben in plaats van gewoon krimp te zeggen).

Of ik nu mijn mailbox open of een lezing geef ergens in het land, mijn ervaring is dat de gewone Nederlander nog eerder in Sinterklaas gelooft dan dat de inflatie werkelijk 0,7 procent is

Als het statistisch bureau dus bekend maakt dat de economie in een kwartaal niet is gegroeid en in het volgende kwartaal 0,1 procent aangedikt is, is er dus geen recessie. Dat het voor 99 van de 100 inwoners van zo’n land wel degelijk als een recessie aanvoelt, dat doet er niet toe. De definitie is er en de cijfers zijn onverbiddelijk: géén recessie.

Echte groei

Ik heb dat gevoel de laatste tijd ook. Eigenlijk vind ik die vraag of we een recessie mee gaan maken of niet, vrijwel niet relevant. De kans is namelijk groot dat wij allang in een recessie zitten. Hoe dat zo? Wanneer we in de media een bericht lezen over hoe hoog de economische groei is geweest, dan gaat het over wat economen de reële groei noemen. Als bijvoorbeeld in een land alles 10 procent duurder wordt, betekent dat niet dat de economie van dat land ook 10 procent is gegroeid. Economen zeggen in dat geval dat de nominale groei 10 procent bedraagt. De reële groei berekenen ze vervolgens door van die nominale groei de inflatie van af te halen. In ons denkbeeldige voorbeeld blijft er dan 0 procent reële, dus echte, groei over.

De inflatie in het euroland en in Nederland is al enige tijd laag. In Nederland bedraagt de geldontwaarding volgens de autoriteiten 0,7 procent. Of ik nu mijn mailbox open of een lezing geef ergens in het land, mijn ervaring is dat de gewone Nederlander nog eerder in Sinterklaas gelooft dan dat de inflatie werkelijk 0,7 procent is. Ik ben uiteraard de eerste die zal toegeven dat dat voor een deel komt doordat diezelfde gewone Nederlander aan een vorm van illusie lijdt: hij ziet de prijzen van goederen en diensten die hij zeer regelmatig koopt – denk aan voedsel – stijgen en dat effect gaan domineren. Het overschaduwt daarmee het effect van de behoorlijk lagere brandstofprijzen om maar wat te noemen.

‘Vergeten’ prijzen

Maar…de manier waarop de prijsstijgingen berekend worden is vol met statistische foefjes waardoor zo’n officieel inflatiecijfer ver weg komt te staan van de beleving van de gewone Nederlander. Daar komt vervolgens nog iets bij wat ernstiger is: een heleboel uitgaven die hij doet, worden bij de berekening van de inflatie volkomen genegeerd. Neem de stijging van het eigen risico in de zorg. Dat is gewoon een extra uitgave voor velen. Maar wanneer statistici de Nederlandse inflatie berekenen, kijken ze er niet naar. Hetzelfde geldt voor de premies voor de aanvullende verzekeringen. En als de premie van uw basisverzekering niet stijgt maar wat u ervoor krijgt minder is omdat er weer eens iets uit het basispakket is gehaald, komt dat in feite op een prijsverhoging neer.

Voor de huizenprijzen geldt hetzelfde. In de inflatieberekening volgens de geharmoniseerde Europese wijze komen die niet voor. Niet dat we regelmatig een huis kopen, maar er is wel een verband tussen huizen- en huurprijzen bijvoorbeeld en er is heel wat voor te zeggen om de ontwikkeling van de huizenprijzen gewoon mee te laten tellen in de inflatiecijfers. Het gebeurt echter doorgaans niet. Dit zijn zomaar wat voorbeelden van uitgaven die we elke maand doen en die doorgaans elk jaar hoger worden maar die er niet toe doen bij het berekenen van de inflatie.

De stelregel met betrekking tot de werkloosheid is: die is laag in goede economische tijden en hoog in slechte tijden, zoals in een recessie

Wat heeft dat te maken met mijn vermoeden dat we al min of meer in een recessie zitten? Alles. Zoals ik net uitlegde is er sprake van een recessie als een economie twee kwartalen achterelkaar krimpt. Het moet dan we een reële krimp zijn, dus de inflatie is er al af. De economische groei in het euroland ligt zo tussen 1 en 2 procent. De inflatie vinden we rond de 0 procentgrens.

Als we nu aannemen dat de werkelijke inflatie, door alle eerdergenoemde zaken, slechts 1 procent hoger is dan het officiële cijfer laat zien, dan moeten we van die reële groei dus nog een procentpunt van af halen. Dan zitten we toch akelig dicht bij een recessie of zelfs ín een recessie, al enige tijd!

Second opinion

Ik weet het, ik weet het, sommigen denken nu misschien ‘allemaal goed en wel, maar kun je dat met nog ander bewijs staven’. Laten we voor een second opinion kijken naar de werkloosheid. Grofweg geldt dat die bij dalende economische groei toeneemt, in een recessie hoog is en in de periode van economisch herstel en bij een groeiende economie afneemt. In Nederland daalt de werkloosheid al enige tijd en dat strookt niet met mijn vermoeden dat het wel eens zo kan zijn dan we al jaren in een recessie verkeren. Mijn second opinion laat me dus in de steek. Of….wacht….

Ik krijg steun uit onverwachte hoek, namelijk van De Nederlandsche Bank (DNB). Die schrijft deze week in zijn bulletin onder meer over de arbeidsmarktsituatie in ons land. Ik citeer maar even wat de centrale bank over werkloosheid schrijft, namelijk dat de ‘relevantie van deze maatstaf gestaag afneemt’. En waarom dan wel? DNB: ‘De arbeidsmarkt is ruimer dan het werkloosheidspercentage van 6,5 procent laat zien.’

Wat is er aan de hand? Eind vorig jaar waren er in Nederland volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) 587.000 werklozen in Nederland, wat betekent dat het werkloosheidspercentage in Nederland 6,5 procent bedroeg toen. Maar een werkloze ben je niet zomaar in Nederland. Het CBS gebruikt de internationaal gehanteerde definitie om iemand als werkloze aan te merken. Volgens die definitie is iemand pas officieel werkloos als hij/zij meteen aan de slag kan, een baan voor minstens 12 uur per week zoekt en actief solliciteert, ofwel actief op zoek is naar een baan.

Stiekeme werkloosheid enorm

In Nederland zijn er dus 587.000 mensen die voldoen aan die definitie. Maar, zo merkt DNB op, tegelijkertijd zijn er in Nederland nog eens 131.000 mensen die lang gezocht hebben naar een baan maar omdat dat maar niet lukt, het opgegeven hebben. Zij zoeken niet eens meer en dan ben je dus geen werkloze meer. Volgens de officiële definitie althans.

In Nederland hebben we 587.000 officieel werklozen maar ook 657.000 landgenoten die feitelijk werkloos zijn alleen statistisch niet zo zijn geregistreerd

Naast deze zogeheten ontmoedigden zijn er ook nog eens 401.000 Nederlanders die geen baan hebben, graag eentje willen hebben maar niet per direct beschikbaar zijn. Ook daarvoor geldt: in feite werkloos maar officieel niet. En dan zijn er ook velen die een part-time baan hebben maar eigenlijk liever full time zouden willen werken. Kortom, zij zijn part-time werkzaam niet omdat zij ervoor gekozen hebben maar omdat dat de enige optie voor ze was. O ja, dan vergeet ik nog het leger van de één miljoen zzp-ers. In die groep schuilt ook veel wat DNB ‘onderbenut arbeidspotentieel’ noemt (lees: verborgen werkloosheid). Bijna 1 op de 5 uit die groep wil meer uren werken, aldus de centrale bank. Uit de Zzp-enquête 2015 van CBS en TNO blijkt bovendien dat een op de acht zzp’ers op zoek is naar een baan als werknemer. Zij zijn dus gedwongen zzp-er; ze hebben geen baan, door ontslag, en ook geen recht meer op een ww-uitkering. Het gaat om een groep van ongeveer 125 duizend personen.

Wat DNB niet doet, doe ik hier wel, namelijk al die verborgen werklozen optellen bij het aantal officieel werklozen in Nederland. Wij komen dan uit op 657.000 extra werklozen, een aantal dat hoger is dan het aantal officiële werklozen! Drukken we dat in het percentage van de beroepsbevolking uit, dan bedraagt die niet –officieel geregistreerde werkloosheid 7,3 procent. Samen met de officiële werkloosheid zitten we dan op een werkloosheidspercentage van 13,8 procent in de polder. Maar daarmee zijn we er eigenlijk nog niet.

Door en door ziek

Nederland behoort tot de meest zieke naties in de wereld. Dat is althans wat je van ons land zou denken als je kijkt naar het aantal arbeidsongeschikten. Nergens in de wereld is dat aantal zo hoog – in Nederland was lange tijd 1 op de 9 Nederlanders in de leeftijd tussen 15 en 65 jaar arbeidsongeschikt. Ik weiger te geloven dat wij hier zo ziek zijn. Maar waarom is dat aantal dan zo hoog? Omdat het een prima regeling voor iedereen was. WAO wordt betaald door de overheid maar wie in de WAO terecht komt, dat bepaalden gedurende lange tijd de sociale partners, de werkgevers en werknemers dus. En daardoor was het onder werkgevers een populaire maatregel: op kosten van de gemeenschap overtollig of minder productief personeel te lozen zónder dat de vakbonden of het personeel zelf er heisa over maakten. WAO betekende immers een goed inkomen dat onafhankelijk was van het aanwezige vermogen van de ontvanger ervan. Het kan daardoor haast niet anders zijn dan dat er onder de WAO-ers veel verborgen werkloosheid schuilt.

Al met al kunnen we vaststellen dat de échte werkloosheid in Nederland zo’n 15 procent van de beroepsbevolking bedraagt, een percentage dat niet bepaald samen gaat met een groeiende, herstellende economie, maar eerder met een economie die (bijna) in een recessie verkeert

Al met al kunnen we vaststellen dat de échte werkloosheid in Nederland zo’n 15 procent van de beroepsbevolking bedraagt. Wat voor gevolgen heeft dat? Om te beginnen verklaart dat waarom de lonen in Nederland al jarenlang zo weinig stijgen: arbeid is simpelweg alles behalve schaars, het aanbod ervan is veel groter dan de vraag ernaar. De basiswet van de economische wetenschap zegt dat dat de prijs in zo’n geval zeker niet omhoog gaat. Daarom zijn de pleidooien voor structurele loonsverhoging in de Nederlandse private sector onzinpleidooien. Een structurele loonsverhoging staat haaks op de situatie op de arbeidsmarkt, waar arbeid in overvloed aanwezig is. Een opgelegde loonsverhoging zal dan alleen maar tot meer werkloosheid leiden ben ik bang.

Een ander gevolg is dat de Nederlander geen gevoel heeft dat het economisch herstel ingezet is; voor hem/haar voelt het nog steeds als een recessie aan. Dit gevoel zal de laatste tijd alleen maar sterker zijn geworden met faillissementen van zaken zoals V&D, Perry Sport en Actiesport. Het is net het verschil tussen de gemeten temperatuur en gevoelstemperatuur: de laatste is wat je voelt en is dus ook de werkelijkheid ongeacht wat het eerste cijfer zegt.

Met andere woorden, de situatie op de arbeidsmarkt ondersteunt mijn vermoeden wel degelijk, dat we in feite al enige tijd in een recessie verkeren. Zo’n hoge werkloosheid gaat simpelweg niet samen met een groeiende, herstellende economie maar veel eerder met een economie die in een recessie verkeert.