Op 5 juli mag de Griekse bevolking zich in feite uitspreken voor of tegen de euro. Ik moet bekennen dat de Griekse crisis tot nu toe, en de culminatie ervan op 5 juli, en de dagen erna mij bang maken. Het vooruitzicht voor de hele EU is namelijk angstaanjagend. Waarom? Omdat ik de historie van de Europese Unie redelijk ken.

Op 9 mei 1950 presenteerde Robert Schuman, de Franse minister van Buitenlandse Zaken, een document dat sindsdien bekend staat als de Schumanverklaring. Daarin meldde hij de oprichting van de Europese Gemeenschap van Kolen en Staal (EGKS), de nucleus van waaruit uiteindelijk de Europese Unie zou ontstaan. In zijn verklaring schreef Schuman onder meer dat ‘Europe will not be made all at once, or according to a single plan. It will be built through concrete achievements which first create a de facto solidarity.’

Uit deze zin is een aantal zaken af te leiden. In de eerste plaats dat de Europese integratie, lees centralisatie, geen big bang zal zijn, maar een geleidelijk proces. Waarom, is niet lastig te verklaren. Iets wat geleidelijk gaat, is het nauwelijks merkbaar en wanneer het merkbaar wordt, is het te laat. In dat opzicht zijn mensen net kikkers. Gooi een kikker in een pan met heet water en de kikker zal er direct uitspringen. Zet de kikker daarentegen in de pan met koud water en laat het water langzaam koken en de kikker zal er niet uitspringen maar langzaam doodgaan. Het beest heeft niet door wat er aan de hand is.

Robert Schuman

Robert Schuman

Hoewel het allemaal vaak veel weg lijkt te hebben van vergezichten op de lange termijn, dat geleidelijke proces zal op de korte termijn steeds betekenen dat er concrete maatregelen worden genomen. Concrete maatregelen, zoals bijvoorbeeld allerlei nieuwe Europese instellingen en regels, die voor de facto solidariteit zullen zorgen. Dus die solidariteit hoeft niet altijd verankerd te worden in Europese regels (de iure) maar zal wel een feit zijn. Klinkt ongeloofwaardig? In de eurozone hebben we geen regels dat het geld zal vloeien van de rijke naar de armere landen – sterker nog, we hebben de regel dat dat níet mag, de zogeheten no bail out clausule – maar in de praktijk gebeurt dat al jaren, onder het mom van de bestrijding van de crisis. En wat te denken van de regels over hoe de Europese Centrale Bank (ECB) zich zou moeten gedragen?

Net als eerder in de Europese historie biedt ook deze crisis ons de kans biedt vooruit te komen. Laten we deze kans om verder te integreren in Europa niet verkwanselen (Peter Praet, Belgisch lid ECB bestuur)

Naast Schuman is zijn landgenoot Jean Monnet ook een van de founding fathers van de EU. De eerder genoemde verklaring is dan wel vernoemd naar Schuman, de auteur ervan was Monnet. Hij werd de eerste voorzitter van de eerste Europese politieke instelling, de Hoge Autoriteit van de EGKS, zeg maar de toenmalige versie van de Europese Commissie. Een van de bekende, zo niet bekendste uitspraken van Monnet luidt: ‘Europe will be forged in crises and will be the sum of the solutions adopted for those crises’ ofwel dat de Europese eenwording door crises tot stand zal komen, en door de maatregelen die genomen worden om die crises te lijf te gaan en het zal de optelsom van die maatregelen zal zijn. Deze uitspraak uit 1978 past prima bij die van Schuman van bijna 30 jaar daarvoor. Het zijn namelijk die concrete stappen waar hij het over had in 1950.

EU-profetie

Monnet had groot gelijk met zijn profetie. Elke crisis stuwde de Europese integratie steeds met zevenmijlsstappen naar voren. De Europese muntunie bijvoorbeeld is het Europese antwoord op het uiteenvallen van het internationale monetaire stelsel, opgezet in 1944, het zogeheten Bretton Woods-stelsel, en de grote wisselkoersschommelingen tussen Europese valuta’s sinds 1971, toen dat stelsel uiteen spatte.

Jean Monnet

Jean Monnet

Begin 1986 werd de Europese Akte getekend. Dat was de eerste grote verbouwing van het Verdrag van Rome uit 1957, de geboorteakte van de EU. Die Akte was het Europese antwoord op de economische crisis van de jaren tachtig. De economische groei in de EU was niet om over naar huis te schrijven, de werkloosheid was hoog, ook in Nederland, door de hoge en stijgende loonkosten, niet in de laatste plaats veroorzaakt door de hoge inflatie in de jaren zeventig. Het gevaar bestond dat de EU in economisch opzicht ingehaald zou worden door Japan, de opkomende economie van toen.

We moeten nooit een goede crisis onbenut laten. Als we nu geen Europese federatie vormen, dan zal dat een enorme fout zijn (Guy Verhofstadt, voormalig Belgisch premier)

De Europese Akte moest ervoor zorgen dat de EU de concurrentie met Japan en de VS aankon door een gemeenschappelijke markt in de EU te creëren. Hoe? Door regels over onderlinge handel te harmoniseren of af te schaffen. Het vrije verkeer van goederen, diensten, kapitaal en mensen was een feit. De Europese Akte zorgde echter voor meer, het effende de weg voor coördinatie van het buitenlands beleid van de lidstaten en verving op een aantal gebieden de vereiste unanimiteit bij besluitvorming door het stelsel van gekwalificeerde meerderheid. Daarmee was het hek van de dam; inmiddels zijn er nog maar een paar beleidsgebieden waar de EU-lidstaten vetorecht hebben. Dat de Europese Commissie deregulering van de onderlinge handel als hét argument aandroeg, lijkt vooral bedoeld om sceptische lidstaten over de streep te trekken. Wie kon er namelijk tegen een gemeenschappelijke markt en de enorme economische voordelen ervan op bijvoorbeeld werkgelegenheid zijn? De tegenstanders zouden ogenschijnlijk meteen tegen nieuwe banen zijn! Tegenwoordig noemen we dat framing.

Never waste a good crisis

Eind jaren tachtig en begin jaren negentig viel het communisme achter de IJzeren Gordijn. Een van de gevolgen was de onvermijdelijke hereniging van Oost- en West-Duitsland. Behalve dat dat de voltooiing van de Europese muntunie betekende, de komst van de euro was de voorwaarde voor Duitsland om te mogen herenigen, betekende de val van het communisme ook dat de EU kon uitbreiden naar Centraal- en Oost-Europa. Dat gebeurde in 2004 toen tien nieuwe landen EU-lid werden. Daarmee werd de Unie wel groot en log, zeg maar lastig bestuurbaar, wat het argument werd achter de oprukkende centralisatie, want het was veel efficiënter en sneller besluiten op één plek te nemen. Het stelsel van de gekwalificeerde meerderheid werd uitgebreid, het vetorecht van de lidstaten verder onderdrukt.

De huidige (euro)crisis, de opkomst van de zogeheten BRIC-landen (Brazilië, Rusland, India en China) en het gevaar daarvan voor de Europese economieën (let op de parallel met de vergelijking met Japan in de jaren tachtig), past ook prima in dit rijtje. Om de euro te redden en onder het mom van het voorkomen dat een soortgelijke crisis ooit weer ontstaat, hebben we het toezicht op de banken overgeheveld naar Europees niveau, naar de ECB. Om de euro te stutten is er een noodfonds voor de munt opgericht, het EFSF. Om de economische groei aan te jagen heeft voorzitter van de Europese Commissie Jean-Claude Juncker een investeringsfonds opgetuigd van enkele honderden miljarden euro waarbij geldt dat het grootste deel van dat geld uit allerlei garanties van een aantal EU-instellingen bestaat, dus in het ergste geval voor de rekening van de aandeelhouders, de lidstaten. Een kapitaalmarktunie is in de maak en ‘Brussel’ heeft meer zeggenschap over begrotings- en economisch beleid van de lidstaten gekregen.

Ik ben ervan overtuigd dat de huidige crisis in de eurozone de Europese integratie zal versterken (Herman van Rompuy, voormalig EU-President)

Inmiddels zijn er ook nieuwe vergezichten die de basis zullen zijn van de toekomstige Europese verdragen. Zo is er laatst een rapport over de toekomst van de EU en de euro van de hand van de zogeheten ‘Vijf Presidenten’ verschenen. De Vijf zijn de EU-President Donald Tusk, de voorzitters van de Europese Commissie ( Jean-Claude Juncker), het Europees Parlement (Martin Schultz) en de eurogroep (Jeroen Dijsselbloem) en de President van de ECB (Mario Draghi). Wat de eurozone en de EU volgens hen in de toekomst nodig hebben, is ‘vooruitgang op vier fronten, te weten een échte economische unie, als tweede een financiële unie, als derde een begrotingsunie en tot slot een politieke unie die de fundering biedt voor de drie eerder genoemde unies door een oprechte democratische legitimiteit, verantwoording en sterkere instituties.’

De bovenstaande voorbeelden zijn zeker niet de enige voorbeelden. De toenemende (grensoverschrijdende) criminaliteit leidde tot centralisatie op het gebied van criminaliteitsbestrijding, vrij verkeer van mensen in de EU met nationaal immigratiebeleid ziet men als onverenigbaar en de milieuproblemen konden alleen in Europees verband aangepakt worden. Niet lang daarna ging de EU op het milieugebied namens de lidstaten praten en optreden op het wereldtoneel. Hetzelfde geldt overigens voor de handel met de niet-EU landen: Nederland mag geen handelsverdragen afsluiten met andere landen, zoals bijvoorbeeld China, want dat mag alleen de EU namens alle lidstaten doen.

Monnetianen

Jean Monnet mag dan sinds 1979 dood zijn, de huidige generatie EU-politici en beleidsmakers zijn bijna allemaal fervente Monnetianen in de zin dat ze elke crisis zien als een uitstekende kans voor meer bevoegdheden voor de EU en dus meer centralisatie van het beleid op uiteenlopende terreinen.

We vinden ze in het bestuur van de ECB bijvoorbeeld; het Belgische lid ervan zei in 2012 al dat ‘net als eerder in de Europese historie ook deze crisis ons de kans biedt vooruit te komen; we moeten klaar zijn en die kans grijpen. Laten we deze kans om de verder de integreren in Europa niet verkwanselen’. Guy Verhofstadt, voormalig Belgisch premier, merkte op dat er twee antwoorden mogelijk zijn op de eurocrisis, namelijk “of we stoppen met de euro, gaan terug naar natiestaten en vormen een soort confederatie zoals de Amerikanen in 1776 hebben gedaan, met vetorecht voor de lidstaten of we gaan de andere kant op, wat ik voorsta, en vormen een echte federatie. We moeten nooit een goede crisis onbenut laten. Als we nu geen Europese federatie vormen, dan zal dat een enorme fout zijn.” Dit betekent bijvoorbeeld gezamenlijke staatsobligaties uitgeven en dus voor elkaars schulden garant staan en overhevelen van economisch beleid, maar ook begrotingsbeleid, naar ‘Brussel’.

In de hele historie van de EU sinds het begin in 1950, wordt de term ‘Europa’ gebruikt als synoniem voor ‘Europese integratie’. Dat is gewoon framing van het debat, wie tegen verdere Europese integratie is, is zo namelijk tegelijkertijd tegen Europa.

Dat past prima bij de denkbeelden van Verhofstadts landgenoot en tot voor kort de EU President Herman van Rompuy. Die zei als EU President in een toespraak: “Ik ben ervan overtuigd dat de huidige crisis in de eurozone de Europese integratie zal versterken. Het is, natuurlijk, nodig de instellingen van de eurozone te versterken omdat de crisis heeft laten zien dat belangrijke besluiten en besluitvorming over het beleid dat nodig is om de financiële stabiliteit in de eurozone te behouden en te versterken alleen op het hoogste niveau kunnen worden genomen.” Hij bedoelde uiteraard ‘Brussel’. Merk op dat Van Rompuy sprak over het “behoud van de financiële stabiliteit in de eurozone” terwijl de muntunie in de greep van enorme ínstabiliteit was en dat het “natuurlijk nodig is” de instellingen van de eurozone te versterken. Alles is toegestaan als het doel is de euro te redden, wat een synoniem is voor de EU en het verder centraliseren van de eurozone.

Het laatste voorbeeld van dit Monnetianisme onder EU-politici, beleidsmakers en technocraten is het rapport van de zogeheten vijf presidenten (van de EU, de Europese Commissie, de ECB, het Europees Parlement en de eurogroep) over de toekomst van de Europese muntunie waarover u eerder op Jalta uitgebreid kon lezen.

Jean-Claude Juncker. © Factio popularis Europaea

Jean-Claude Juncker. © Factio popularis Europaea

Dat rapport van de vijf Presidenten laat overigens zien dat Robert Schuman met zijn verklaring in 1950 op één punt geen gelijk heeft gekregen. Hij zei toen dat “Europa niet volgens een van tevoren bedacht plan vormgegeven zal worden” maar ondertussen is er wel degelijk sprake van een, tot in de details uitgewerkt, plan. Merk trouwens op hoe in de hele historie van de EU sinds het begin in 1950, ‘Europa’ gebruikt wordt als synoniem voor ‘Europese integratie’. Dat is een knap staaltje, zeker geen toevallige, framing van het debat. Wie tegen verdere Europese integratie is, is namelijk op deze manier tegen Europa. Terwijl dat natuurlijk niet het geval is, men kan best pro-Europa maar kritisch op deze EU zijn.

IJdele hoop

Wie de bekendste uitspraken van de EU-politici kent en pro-Europa is, maar kritisch op de EU, pint zijn hoop nu misschien vast op een andere uitspraak van Monnet, namelijk dat “mensen alleen verandering accepteren als ze de noodzaak ervan inzien en de noodzaak zien ze als ze te maken krijgen met een crisis.” Verdere Europese integratie zoals de Vijf Presidenten die voorstaan is zeer zeker een verandering en als de Europeanen de noodzaak daarvoor niet inzien, dan zal het ook niet gebeuren, zo kunnen we Monnet opvatten. Helaas is de kans groter dat De Graafschap de Champions League zal winnen dan dat de EU zich iets van de wil van de bevolking aantrekt.

Op 1 juni 2005 heeft de Nederlander luid en duidelijk ‘nee’ gezegd tegen de Europese Grondwet. Die wens van de bevolking is echter volkomen genegeerd. Alles wat in die grondwet voorgesteld was, is er ondanks het Nederlandse ‘nee’ gewoon gekomen

De genomen maatregelen sinds het begin van de huidige crisis laten overduidelijk zien dat het voor de huidige Monnetianen niet nodig is dat mensen de noodzaak voor verdere integratie inzien; zolang zij die noodzaak maar zien, zal de integratie doorgaan. Nederland is daar een mooi voorbeeld van. Op 1 juni 2005 heeft de Nederlander luid en duidelijk ‘nee’ gezegd tegen de Europese Grondwet op de eerste referendum in 200 jaar tijd. Die wens van de bevolking is echter volkomen genegeerd. Alles wat in die grondwet voorgesteld was, is er ondanks het Nederlandse ‘nee’ gewoon gekomen, het enige wat de politici veranderd hebben is de naam: het heet geen Europese Grondwet maar het Verdrag van Lissabon. Dat past overigens precies in hoe de EU te werk gaat volgens Jean-Claude Juncker, die ooit zei dat “als mensen ‘ja’ stemmen dan zeggen we ‘laten er ervoor gaan’ en als de uitslag ‘nee’ is, dan zeggen we ‘we gaan door’.”

Het mag dan wel zo zijn dat steeds meer inwoners van de EU-landen genoeg hebben van de EU-elite die dingen doet die een groot deel van de bevolking niet wil, de EU trekt zich daar niets van aan. Neem de huidige voorzitter van de Europese Commissie Jean-Claude Juncker. Die zei ooit dat “als we iets besluiten, we dat even laten liggen en kijken hoe mensen reageren. Als niemand er een halszaak van maakt, omdat de meeste mensen niet begrijpen wat we besloten hebben, dan gaan we met kleine stappen vooruit totdat we zo ver zijn dat terugkeren niet meer mogelijk is.” Juncker omschreef hiermee de geboorte van de euro. En als een zaak “echt belangrijk begint te worden, dan moet je als politicus liegen” is een andere gevleugelde uitspraak van de Luxemburger.

Het mag dan wel zo zijn dat gedwongen centralisatie de weg is naar uiteindelijk desintegratie – geloof me, ik ben ervaringsdeskundige – maar voordat het zo ver is, zal er heel veel schade aangericht zijn. En die desintegratie an sich zal schadelijk zijn want als we gedwongen worden te kiezen tussen gedwongen centralisatie of geen samenwerking in Europa, kunnen velen wel eens voor het laatste kiezen. Daarmee zou Europa het kind met het badwater weggooien. Want dat samenwerking tussen Europese landen gunstig kan zijn voor allen, dát staat buiten kijf. Het moet echter wel samenwerking zijn die de Europese bevolking wil. Omdat het er niet naar uitziet dat dat zal gebeuren, schieten in steeds meer landen bewegingen uit de grond die EU-kritisch, anti-euro of anti-EU zijn. In Nederland is er onlangs bijvoorbeeld de Forum voor Democratie gelanceerd. In tegenstelling tot het verleden weigeren tegenwoordig steeds meer Europeanen te gedogen dat EU-elite zijn gang blijft gaan.

Tot slot een gedachte, een vraag, die zich tijdens dit schrijven bleef opdringen: EU-politici en beleidsmakers hebben een duidelijke visie op de toekomst van de Europese (Monetaire) Unie, namelijk van een veel verdere integratie, een economische, begrotings- en uiteindelijk politieke unie, de Verenigde Staten van Europa. We weten dat de Europese integratie een sprong naar voren maakt in tijden van crises. Betekent dat dat de EU baat heeft bij (ernstige) crises van tijd tot tijd?