Stijgende arbeidsproductiviteit is cruciaal voor duurzame, houdbare economische groei. Dat geldt tegenwoordig meer dan ooit. Het gevoerde beleid van de centrale banken helpt de groei ervan echter niet. Sterker nog, dat beleid remt de groei van de productiviteit eerder af.

Het zal de Jalta-abonnee niet verbazen als ik zeg dat ik geen voorstander ben van het beleid zoals de Europese Centrale bank (ECB) voert. In mijn ogen zorgt dat beleid en van de centrale banken in het algemeen voor toenemende ongelijkheid onder meer via een aanslag op de middenklasse maar ook voor structurele onzekerheid en instabiliteit in de economie en op de financiële markten. Dat zijn echter niet de enige argumenten tegen dat beleid.

De huidige crisis markeert in mijn ogen de derde monetaire omwenteling in de laatste honderd jaar. Een van de structurele gevolgen van de crisis is dat de economische groei de komende jaren in ieder geval aanmerkelijk lager zal zijn dan de groei voor de crisis. Waar we toen ons elk jaar konden verheugen op gemiddeld 3 procent groei elk jaar lijkt het nieuwe normaal ongeveer 1,5 procent per jaar te zijn.

Door de vergrijzing en impopulariteit van immigratie moeten we het wat economische groei betreft in de komende jaren meer dan ooit hebben van de toename van de productiviteit

Een belangrijke reden voor dat verschil is dat dé groeimotor van voor 2008, namelijk op de pof leven, lees enorm veel lenen en uitgeven, stuk is. De consument kan en wil niet meer zich zo in de schulden steken en zelfs als hij dat zou willen, de banken werken alles behalve mee: de toezichthouder let nu wél scherp op en de banken hebben hun vingers al een keer gebrand aan te makkelijk leningen verstrekken.

Vergrijzing

Dit betekent dat de economische groei de komende jaren meer dan ooit uit ouderwetse groeibronnen zal moeten komen, te weten meer mensen aan het werk (toename beroepsbevolking) en stijgende productiviteit ervan. De vergrijzing betekent dat onze beroepsbevolking de komende jaren in het meest gunstige geval niet veel zal krimpen. Maar wel dus krimpen. Aangezien immigratie niet bepaald gewenst is, moeten we het wat economische groei betreft in de komende jaren meer dan ooit hebben van de toename van de productiviteit.

Het probleem daarmee is dat er geen knop bestaat waarmee we die kunnen opvoeren. Productiviteit is het resultaat van meer investeren in onderwijs en onderzoek waarbij ook nog eens geldt dat het lang duurt voordat die investeringen tot een hogere productiviteit leiden. Het internet is in mijn ogen een prima voorbeeld ervan. De échte stijging van de productiviteit dankzij het internet zagen we pas 20 jaar nádat het internet werd uitgevonden. Bovendien dalen de investeringen in het onderwijs en ontwikkeling stelselmatig; onze overheid vindt voorkomen dat die zelf krimpt of het redden van Griekenland belangrijker dan investeren in onderwijs en ontwikkeling. Tot slot geldt dat we net uit een lange periode van enorme productiviteitsstijging komen. Er is veel wat erop wijst dat een pauze aan de gang is.

Kortom, zorgen voor stijgende productiviteit wordt zeer, zeer lastig de komende tijd. En dat wordt door het beleid van de centrale banken er niet makkelijker op. Dat beleid remt namelijk de stijging van de productiviteit extra af.

Inefficiency in stand gehouden

Met hun beleid van 0 procent rente en op grote schaal geld bijdrukken, houden de centrale banken talloze bedrijven die eigenlijk niet levensvatbaar zijn, overeind. Ik weet het, dat klinkt goed in de oren, beter dat dan dat ze failliet gaan denkt u nu misschien. Maar…

Centrale banken helpen met hun beleid nauwelijks een economie aansterken. Integendeel, met dat beleid berokkenen ze behoorlijk wat economische schade

Inefficiënte, eigenlijk niet productieve bedrijven, leggen beslag op kapitaal en arbeid. Als die niet-levensvatbare bedrijven zouden verdwijnen, dan zouden dat kapitaal en die arbeid vrij komen voor bedrijven die wél levensvatbaar zijn, bedrijven die dus wél productief zijn. Uit onderzoek blijkt dat dát wonderen doet voor arbeidsproductiviteit.

Wat uit onderzoek van wetenschappers zoals Yoonsoo Lee en Willem van Zandweghe van de regionale centrale bank in Kansas City blijkt, is bijvoorbeeld dat een onverwachte verruiming van het monetaire beleid weliswaar ervoor zorgt dat minder bedrijven failliet gaan maar er níet voor zorgt dat er significant meer bedrijven worden opgericht. Waar dat beleid overigens volgende dezelfde auteurs wél voor zorgt, is voor een structurele stijging van de inflatie op de middellange termijn.

Wat hebben we aan deze vaststellingen? Het is niet onterecht te concluderen dat de centrale banken zoals de Fed en de ECB met hun beleid zoals ze dat al jarenlang voeren, nauwelijks een economie helpen aansterken. Integendeel, met dat beleid berokkenen ze behoorlijk wat schade aan hun economieën op de middellange termijn door een (snellere) stijging van de arbeidsproductiviteit in de weg te staan. Die schade is altijd ongewenst en groot en dat geldt tegenwoordig meer dan ooit omdat, zoals gezegd, wij het anno 2016 en verder voor economische groei meer dan ooit moeten hebben van de stijgende arbeidsproductiviteit.

En dan heb ik het nog niet gehad over de schade die voortkomt uit toenemende ongelijkheid, aanslag op de middenklasse en structurele onzekerheid en instabiliteit in de economie. Ik heb jaren geleden al ergens gezegd en ik blijf daar achter staan: net zoals op pakjes sigaretten moet mijns inzien op onze bankbiljetten prominent een waarschuwing prijken dat monetair beleid onherstelbare schade toebrengt aan een economie. En meer dan de economie alleen.