Een van de cruciale economische vragen voor beleggers, bedrijven en burgers is of de toekomst deflatie, ofwel prijsdalingen, of (stijgende) inflatie met zich mee zal brengen. Recente ervaringen en een paar andere zaken wijzen er sterk op dat de toekomst veel eerder eentje van aanhoudende inflatie dan deflatie zal zijn.

De prijs van om het even welk goed is in theorie het produkt van het spel van vraag en aanbod. Als het aanbod van kaas om wat voor reden dan ook halveert en we allemaal evenveel kaas willen eten, dan zal een stukje Gouda (fors) duurder worden. Hetzelfde zal gebeuren als het aanbod niet verandert maar wij ineens twee keer zoveel kaas willen eten als voorheen. De prijs van kaas zal kelderen als het aanbod ervan ineens enorm stijgt of wij kaas spontaan de rug toekeren en kiezen om ons geld aan iets anders te besteden.

Maar leidt dit vervolgens ook tot inflatie of deflatie? Nee. Stel, we leven in een heel simpele economie waarin we ons geld aan twee producten kunnen uitgeven, kaas en worst. Als kaas goedkoper wordt omdat wij meer van ons geld aan rookworsten uitgeven, dan zal de vraag naar rookworsten ver boven het aanbod ervan uitstijgen, de prijs zal omhoog schieten. Per saldo is er echter inflatie noch deflatie. De lagere kaasprijs wordt namelijk gecompenseerd door de hogere rookworstprijs.

Dat velen in Nederland eind vorig jaar van deflatie spraken en nu van deflatiegevaar spreken, getuigt vooral van gebrek aan elementaire kennis van monetaire economie bij hen

Dit is de reden waarom we eind vorig jaar, toen de zogeheten ‘headline inflatie’ zoals gemeld door Eurostat licht negatief was, niet konden spreken over deflatie. Het is ook de reden waarom we nu de headline inflatie in de eurozone slechts 0,2 procent bedraagt, eigenlijk niet mogen spreken over deflatiegevaar. Dat velen in Nederland in alle kranten, op de radio en veel TV-programma’s eind vorig jaar van deflatie spraken en nu van deflatiegevaar spreken, getuigt vooral van gebrek aan elementaire kennis van monetaire economie bij hen. Waarom, vraagt u? Welnu, van deflatie (inflatie) is sprake als het algemene prijsniveau gedurende een lange tijd daalt (stijgt). Een prijsschommeling in een enkel kwartaal is nooit genoeg om gebruik van dit soort zware termen te rechtvaardigen.

Goedkope olie is geen deflatie

Net zoals eind vorig jaar staat de headline inflatie ook nu onder neerwaartse druk door de fors gedaalde energieprijzen. De energierekening is inderdaad gekelderd. Maar voedselprijzen liggen ongeveer 1 procent hoger dan vorig jaar, prijzen in de horeca noteren 1,4 procent hoger, die van tabak 3,2 procent, de huren zijn 1,2 procent hoger dan een jaar geleden en voor diensten moeten we ruim 1 procent meer uitgeven dan twaalf maanden geleden. Dat is dus géén deflatie(gevaar)! Daarvan zou sprake zijn als de prijzen van voedsel, goederen en diensten allemaal dalen. En dat is nog altijd niet aan de hand.

Geldt voor het algemene prijsniveau niet hetzelfde als voor kaas, namelijk dat vraag en aanbod doorslaggevend zijn, vraagt u zich nu misschien af. Ja, u heeft gelijk. Als de vraag in macro-economische zin inzakt, bijvoorbeeld doordat de werkloosheid stijgt in crisistijd, dan zouden de prijzen over een breed front moeten dalen (denk aan kaas en trek de gevolgen door naar alle producten). Dan zouden we dus deflatie moeten hebben. Als we ooit in de recente historie deflatie hadden moeten hebben, dan was dat in de huidige crisis (overigens, we hadden sinds ca. 1980 aanhoudende deflatie moeten hebben, wat goed was geweest voor onze welvaart, en dus geen ramp. In plaats daarvan hebben we sindsdien 117,6 procent inflatie gehad!). Immers, als u leest dat we de diepste recessie hebben gehad in bijna een eeuw, dan staat er in feite niets anders dan dat de vraag naar goederen en diensten gekelderd is. En toch hebben we géén deflatie gehad, hoewel sommigen die al sinds 2005 voorspellen. In de praktijk zijn de prijzen sinds 2005 tot en met 2014 volgens de officiële cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) met 17,2 procent gestégen. Voelt niet bepaald als deflatie aan, niet waar?

Als we ooit in de recente historie deflatie hadden moeten hebben, dan was dat sinds het begin van de huidige crisis; in werkelijkheid zijn de prijzen sinds het begin van de crisis met 14 procent gestegen

Sinds het begin van de huidige crisis, 2008, wanneer de prijzen toch echt hadden moeten – en ik bedoel echt moeten volgens de wetten van de vrijemarkteconomie – dalen, zijn de prijzen met 14 procent gestegen. Ja, buitenlandse vakanties, computers en TV’s zijn misschien flink goedkoper geworden, maar dat zijn uitgaven die we van tijd tot tijd doen. Dat waar we elke maand ons geld aan uitgeven, denk aan eten, huisvesting, vervoer, uitgaan, energie en allerlei diensten (we zijn een dienstenmaatschappij), dát is doorgaans fors duurder geworden! Goederen als TV’s, kleding, meubels en computers zijn circa 3 duurder vergeleken met 2006, maar energie (ondanks de recente forse daling!) kost bijna 30 procent meer, voor het eten zijn we ruim 20 procent meer kwijt, voor het dak boven ons hoofd tikken we 25 procent meer af en diensten zoals zorg zijn ongeveer 20 procent duurder geworden. Dat goederen een uitzondering zijn in deze prijstsunami komt overigens door China en de globalisering: China is al decennia de fabriek van de wereld. Dat land maakt bijna alle goederen tegen een fractie van kosten bij ons in het Westen en wij voeren die goedkope producten op grote schaal in.

Inflatie geen onverklaarbaar fenomeen

Waarom hebben we sinds het begin van de huidige crisis geen deflatie gehad – en zullen we in de toekomst ook geen deflatie maar juist aanhoudende en waarschijnlijk hoge inflatie krijgen?

Om een antwoord hierop te geven moeten we ons één ding realiseren: inflatie wordt niet veroorzaakt door oliesjeiks die meer geld voor hun olie vragen, vakbonden die hogere looneisen stellen, ondernemers die hun prijzen verhogen of iets dergelijks. Op middellange termijn kent inflatie maar één oorzaak en dat is teveel geld in omloop. Omdat in onze moderne economieën de centrale banken het monopolie hebben op gelduitgave (zij bepalen hoeveel geld gedrukt wordt) kent inflatie op middellange termijn slechts één oorzaak en dat is het beleid van de centrale banken. Anders gesteld: inflatie is niet iets wat uit de lucht komt vallen maar het gevolg van het beleid, net zoals het verdwijnen van groen het gevolg is van een beleidsmatige keuze voor meer asfalt. Dat groen verdwijnt niet zomaar maar door bewust uitgestippeld beleid. Dat is de reden waarom we in het tijdperk zonder centrale banken periodes van stijgende én dalende prijzen hadden. In het tijdperk van de centrale banken kennen we louter stijgende prijzen.

Waarom hebben we dus geen deflatie gehad? Omdat de centrale banken er als de kippen bij waren om de officiële rente te verlagen naar 0 procent (zij willen zelfs die rentes fors negatief maken) en later ook de geldpersen aangezet hebben met hun beleid van kwantitatieve verruiming. Dat zorgde ervoor dat de economie overspoeld werd door een geldgolf. En die golf is net een echte golf: als die een haventje binnenkomt worden álle boten omhoog getild. Zo ook de prijzen bij de geldgolf. Het aantal eurobankbiljetten in omloop is sinds 2008 aanzienlijk gestegen, de geldgroei lag en ligt elk jaar ver boven 0 procent. De monetaire praktijk laat zien dat in zo een omgeving deflatie (echte deflatie, zoals ik die hierboven definieerde dus) net zo logisch zou zijn als regen in Arica (Chili) – de droogste bewoonde plek op Aarde, waar het heel gewoon is als gedurende 14 jaar geen drup regen valt.

Wat deflatieprofeten maar niet kunnen of willen begrijpen of inzien is dat inflatie geen buitenaards of onverklaarbaar fenomeen is maar het gevolg van het beleid van mensen van vlees en bloed, namelijk centrale bankiers

Dat is dus waarom we geen deflatie hebben gehad. En dat we ook geen deflatie zullen hébben maar wel inflatie, daar zorgen onze monetaire ridders wel voor. De centrale banken in het Westen wíllen inflatie en koste wat kost géén deflatie. Dit is niet mijn interpretatie van hun woorden maar wat de ECB, de Fed en andere centrale banken openlijk zeggen. Het is al op 21 november 2002 begonnen, toen het toenmalig bestuurslid van de Fed (en later de baas ervan) Ben Bernanke een toespraak met als titel ‘Deflatie: making sure it does not happen here’ hield. Wat deflatieprofeten maar niet kunnen of willen begrijpen is dat inflatie geen buitenaards fenomeen is maar het gevolg van het beleid van mensen van vlees en bloed, namelijk centrale bankiers.

Misschien dat u, de bovenstaande regels lezend, denkt: maar de jaren zeventig dan, de twee olieschokken leidden toen tot torenhoge inflatie (ruim 10 procent is veel Westerse landen). Dat is simpelweg niet waar. De olieschokken van toen hebben geleid tot enorme stijging van de olieprijs en energieprijzen, dat is waar. Maar als de centrale banken de geldpersen niet hadden aangezet, dan waren de prijzen van alle andere goederen en diensten gedaald. Waarom? Omdat er geen extra geld was. Mensen gaven meer geld uit aan energie en zouden daardoor per definitie minder over hebben gehouden voor andere goederen en diensten. De vraag ernaar was daardoor gedaald en de prijzen ook en de inflatie was per saldo zeer laag geweest of had hooguit een tijdelijke piek vertoond, op de korte termijn. Het is het feit dat de centrale banken de monetaire sluizen wijd open hebben gezet dat tot torenhoge inflatie heeft geleid. Die was vervolgens alleen met zeer pijnlijke maatregelen, zeg maar een opzettelijke recessie veroorzaken, uit de leidingen van de economie te verdrijven, zoals Paul Volcker deed eind jaren zeventig en begin jaren tachtig. De inflatie in de jaren zeventig was het laagst in die landen waar de centrale bank de geldpersen het kortst aangezwengeld had, zoals Duitsland en Nederland.

Fiat geld stelsel

Monetaire historie leert onder meer dat het stelsel van fiat geld (geld wordt niet gedekt door goud, zilver of iets anders maar de waarde ervan is gebaseerd op het vertrouwen in de uitgevers ervan, zoals de centrale banken nu) en deflatie niet samen gaan. Fiat geld en inflatie des te meer. Dat is logisch. Alleen onder het stelsel van fiat geld kan een overheid onbeperkt geld drukken. Zoals we weten is dat de enige manier voor aanhoudende inflatie te zorgen – en de enige manier om deflatie uit te roeien. De wereld heeft sinds 1971, voor het eerst in de menselijke geschiedenis, een volledig fiat stelsel, met alle gevolgen van dien. En zolang we fiat geldstelsels blijven houden, zal inflatie onvermijdelijk blijven.

Onze moderne economieën stoelen op groeiende kredietverlening; aanhoudende kredietgroei heeft structurele inflatie nodig en is juist bij deflatie ten dode opgeschreven

Onze moderne economieën worden door minsten twee zaken gekenmerkt. Zij kennen een mondiaal fiat geldstelsel en zij stoelen op kredietgroei, dat wil zeggen geld lenen en uitgeven. Dat is waar we economische groei van verwachten. Kredietgroei heeft structurele inflatie nodig en is ten dode opgeschreven bij deflatie. Waarom? Het vooruitzicht op aanhoudende inflatie betekent dat geld lenen aantrekkelijk is (immers, inflatie verlaagt je reële schuldenlast), sparen is minder aantrekkelijk en niet uitgeven betekent dat je straks meer kwijt bent aan alles wat je wilt kopen. Dat is nóg een reden waarom structurele deflatie in mijn ogen zeer onwaarschijnlijk en aanhoudende inflatie zeer waarschijnlijk is.

Centrale banken willen dus inflatie, enerzijds omdat de hoge schulden iets anders niet kunnen verdragen en anderzijds omdat het spel ‘geld-lenen-en-uitgeven-en-doen-alsof-dat-houdbare-groei-is’ continue stijging van de kredietverlening vereist. Een fiat geldstelsel maakt dit mogelijk. Tel daarbij op het feit dat velen, waaronder bijna alle academische economen, inflatie ophemelen en daarmee hebben we een alibi voor politici en centrale banken voor hun inflatiebeleid. Immers, ‘prominente economen’ zoals ze in de media worden genoemd, zeggen dat het een goed en gewenst beleid is. Dat geen van hen ooit hoge inflatie en gevolgen ervan meegemaakt heeft en de lessen van de monetaire geschiedenis negeert of nog erger: niet eens kent, ach dat zijn maar details nietwaar?

Deflatie is niets om bang voor te zijn… voor iemand die geen of weinig schulden heeft, een beetje spaart en niet op de pof leeft. Dit is nou precies het tegenovergestelde van wat onze moderne economieën zijn: torenhoge schulden onder meer bij de overheden, wie spaart is een soort financieel terrorist (lid van Al Sparida zeg maar) en op de pof leven is de kern van het economisch model van de Westerse landen!

Onze centrale banken, zo politiek als ze zijn, kunnen voor niets anders dan (stijgende) inflatie in de toekomst zorgen. Want een ander beleid, gericht op lage inflatie, zou onvermijdelijk betekenen minder kredietgroei en lage economische groei. Kredietgroei is de kurk waar moderne economieën op drijven. Dit is niets nieuws, dit is wat we al enkele decennia meemaken. De Amerikaanse econoom Thomas Sowell zei ooit dat ‘bij nader inzien veel problemen van vandaag het gevolg blijken te zijn van de oplossingen van gisteren’. Grote kans dat we Sowells uitspraak in de toekomst vaak tegen zullen komen. Wat nu het heden is, zal in de toekomst verleden zijn. En allerlei oplossingen van nu kunnen zomaar de kern van de problemen van de toekomst zijn. Het ziet er sterk naar uit dat onze politici en beleidsmakers de huidige crisis oplossen met maatregelen die ons richting een nieuwe, hevigere crisis voeren op termijn.