Wat is voor u waardevast geld? Is dat het geld waarmee u elk jaar steeds minder voor kunt kopen of waarmee u jaar in jaar uit evenveel kunt kopen? Ik vermoed dat u neigt voor het tweede te gaan. Ik ook. Strikt genomen is het geld waarmee u elk jaar meer goederen en diensten kunt kopen niet waardevast; immers de waarde stijgt. Maar dat heeft u, neem ik aan, liever dan dat de koopkracht van uw geld elk jaar afneemt.

Wist u dat een groep Nederlandse economen ooit een vereniging opgericht heeft die als doel had de waarde van de gulden te verlagen. Niet dat u dat aan de naam van de vereniging kon zien overigens. Want op 20 oktober 1934 zag de Nederlandsche Vereeniging voor Waardevast Geld het daglicht, een vereniging die als doel had waardedaling van de gulden te bewerkstelligen. De initiatiefnemers van die vereniging waren drie hoogleraren economie uit Rotterdam, te weten hoogleraren Goudriaan, Polak en Verrijn Stuart.

De koppeling van de gulden aan het goud, de zogeheten gouden standaard, vonden zij een enorm probleem. ‘Jarenlang heeft men gemeend dat goud het enige waardevaste goed was in de wereld’, sprak waarnemend voorzitter van de oprichtingsvergadering, hoogleraar Polak. Zijn collega Verrijn Stuart, een van de meest prominente Nederlandse economen in die tijd, noemde de gouden standaard ‘een geldstelsel van betrekkelijk jongen datum’. Een nogal vreemde bewering aangezien goud en zilver niet jarenlang maar eeuwen- of zelfs millennia lang de rol van het monetaire anker hadden gespeeld.

In 1934 kreeg Nederland een vereniging die waardevast geld nastreefde door de waarde van de gulden fors te verminderen (ja, dat leest u goed)

De Vereeniging vond de koppeling van de gulden aan het goud een ‘verschrikkelijke ontwrichting’ en ‘geldbederf’ blijkt uit de redevoeringen op die 20ste oktober 1934. Het doel van de vereniging was om ‘de koopkracht van de gulden zoveel mogelijk te stabiliseren’, iets wat die genoemde koppeling van de gulden aan het goud volgens de Vereeniging in de weg stond. Om de koopkracht stabiel te maken moest die minder waard worden. Punt. Dat de economische geschiedenis vol is met voorbeelden waaruit blijkt dat als een munt in waarde daalt, inflatie, ofwel lagere koopkracht, het gevolg is, daar had niemand het over.

‘Sommige prijzen zullen stijgen’

Op die 20ste oktober deed men lacherig over de tegenstanders van de doelen van de Vereeniging, die het streven naar een waardevermindering van de gulden muntvervalsing vonden, iets wat tot aanhoudende inflatie zou zorgen. Dat het prijsniveau zou stijgen, vond men overdreven bangmakerij. ‘Waarschijnlijk zullen inderdaad sommige prijzen stijgen, met name die van goederen in den groothandel. Dat echter de levenskosten slechts een geringe weerspiegeling van een devaluatie zullen vertoonen, heeft een berekening van onzen voorzitter duidelijk geleerd’, sprak Verrijn Stuart toen. Ofwel: ja, hier en daar kan wel iets duurder worden als de eigen munt in waarde daalt maar we hebben uitgerekend dat het daarbij zal blijven. Zullen we eventjes naar de feiten kijken?

Uit de cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek blijkt dat zaken zoals brood, rijst, suiker, koffie, vlees, kaas of boter sinds 1936 (toen de gulden losgekoppeld werd van het goud, waarover later in dit stuk meer) wel degelijk duurder zijn geworden. En niet ‘gering’ zoals Verrijn Stuart destijds verwachtte maar met, laat ik zeggen, iets meer dan dat, zoals u in de tabel hieronder kunt zien.

monetairge

Bron: www.monetairegeschiedenis.nl  / CBS

De totale inflatie in Nederland sinds ons land de gouden standaard liet vallen zoals de Vereeniging voor Waardevast Geld wilde, spreekt ook boekdelen.

monetairge2

Bron: www.monetairegeschiedenis.nl / Instituut voor Sociale Geschiedenis

Keynes

We moeten het moment van de oprichting van de Vereeniging voor Waardevast Geld zien in de context van die tijd. De leer van de jonge Britse econoom John Maynard Keynes – die, heel kort samengevat, erop neerkwam dat de overheid zo goed als alles in een economie moest bepalen, dus ook de waarde van het geld – was zeer populair, ook in Nederland. En de Grote Depressie die net achter de rug was, weet men aan de veel markt en dat starre regime van de gouden standaard.

De waarde van de gulden verlagen noemde DNB-President Trip een onbehoorlijke maatregel en asociaal omdat daarmee de over een lange periode opgebouwde koopkracht in één klap ongedaan werd gemaakt

De eerder genoemde hoogleraar Verrijn Stuart zei in zijn voordracht bij de oprichting dat één land in zijn eentje er niet naar kan streven om de waarde van zijn munt stabiel te houden. ‘Dat kan niet en zeker niet wanneer het een klein land is, zooals Nederland. In een wereld zonder politieke samenwerking is een land, dat den gouden standaard heeft, eenvoudig overgeleverd aan de willekeur van de sterks defleerende landen’ (lees, landen die hun munt losgekoppeld hebben van het goud en wiens munten het sterkst in waarde dalen). Verrijn Stuart had volkomen gelijk. Dat hij en anderen ervoor streden dat de gulden de andere munten achterna moest gaan, dat kan ik nog heel goed begrijpen. Maar wat ik níet kan begrijpen is dat de Vereeniging voor Waardevast Geld die devaluatie an sich, dus het afstappen van de gouden standaard als principe, voorstond. En dát is hét verschil met de andere monetaire hoofdrolspelers van die tijd, DNB-President Leonardus Trip en de minister-president Hendrikus Colijn.

Voor hen was het vasthouden aan de gouden standaard een morele zaak, het was moreel verwerpelijk in hun ogen van die standaard af te willen stappen. Als Nederland de gulden zou loskoppelen van het goud, dan zou Nederland zijn woord breken en dat was onacceptabel voor Trip en Colijn. Het willens en wetens willen verzwakken van je eigen munt vonden ze niets minder dan valsmunterij (merk op dat op valsmunterij vroeger de doodstraf stond, iets wat Trip en Colijn ongetwijfeld wisten toen ze pleidooien voor een waardedaling van de gulden, en degenen die die pleidooien hielden dus, voor valsmunterij en dus valsmunters uitmaakten). Muntverzwakking was in hun ogen asociaal beleid en een instrument dat inkomens- en vermogensverdeling in het land oneerlijk zou beïnvloeden; de koppeling tussen gulden en goud stond voor stabiliteit en zekerheid. Devaluatie, waardevermindering, van de gulden wezen ze hardnekkig af. “Wij zijn geen muntvervalsers”, voerde Trip altijd als argument tegen devaluatie aan.

De gouden standaard was een mechanisme dat het voor overheden onmogelijk maakte om structureel meer geld uit te geven dan er binnenkwam. Kortom, een mechanisme dat voor begrotings- en monetaire discipline en stabiliteit zorgde

Gekkenhuis

Voor zowel Trip als Colijn gold ook dat ze de gouden standaard enorm waardeerden vanwege zijn disciplinerende werking op de overheden. Die konden daardoor niet structureel rood staan, waar de belastingbetaler uiteindelijk altijd voor zou opdraaien. Natuurlijk, elke overheid kan in plaats van die opgelegde discipline zelf ervoor kiezen in een omgeving zonder gouden standaard ook niet rood te staan, maar Colijn en Trip hadden er weinig vertrouwen in dat dat zou gebeuren. Zelfs als Den Haag verstandig zou omgaan met de nieuwe vrijheid, dan vreesden beiden dat de andere landen dat niet zouden doen. Elders zou men van die vrijheid misbruik maken wat uiteindelijk Nederland hard zou raken omdat Nederland in economisch opzicht afhankelijk was van anderen (in dat opzicht hebben ze meer dan gelijk gehad, weten we nu). De munten van andere landen zouden bijvoorbeeld verzwakken, waardoor de producten uit die landen voor de Nederlanders aantrekkelijk zouden worden dan eigen producten. Ook zouden de Nederlandse producten voor consumenten in andere landen, uitgedrukt in lokale valuta, te duur worden. Tenzij Nederland zijn gulden ook in waarde zou verlagen. Waardedaling in het ene land zou dus in hun ogen leiden tot een wedloop. Een wedstrijd ‘wie kan de waarde van zijn munt meer de grond in boren’, waar uiteindelijk geen land beter van zou worden. Trip omschreef de wereld zonder de gouden standaard ooit als een ‘gekkenhuis’. Een gekkenhuis is het inderdaad geworden.

Trip en Colijn beschouwden devaluatie van de gulden als muntvervalsing, het was bijna een scheldwoord voor hen. De waarde van de gulden verlagen noemde Trip een onbehoorlijke maatregel en asociaal omdat daarmee de over een lange periode opgebouwde koopkracht in één klap ongedaan werd gemaakt. Het afdanken van de goudstandaard zag Trip als ‘een experiment van conjunctuurbeïnvloeding waarmee een nieuw element van onzekerheid en ontwrichting zal ontstaan’. Het bleken profetische woorden. Sinds de overheden in het Westen van de gouden standaard afstapten – we lezen vaak dat gouden standaard gevallen is, wat een grove misleiding is, de gouden standaard is nooit gevallen, ze is afgeschaft door de politici – is in die landen op grote schaal ongedekt geld gedrukt, gaven de overheden structureel meer uit dan er binnenkwam en zijn er torenhoge schulden opgebouwd, schulden waaraan we de huidige, al acht jaar durende crisis te danken hebben. De gouden standaard was een mechanisme dat het voor overheden onmogelijk maakte om structureel meer geld uit te geven dan er binnenkwam. Kortom, een mechanisme dat voor begrotings- en monetaire discipline en stabiliteit zorgde.

Geen land had meer moeite met het laten vallen van de disciplinerende werking van de goudstandaard en het omarmen van het fiat geldstelsel dan Nederland, dat de standaard trouw bleef totdat het niet meer vol te houden was

Aan het begin van 1936 was Nederland, samen met Frankrijk en Zwitserland, het enige overgebleven land waarvan de munt was vastgeketend aan het goud. In 1935 behoorde ook België tot die kleine groep, maar op 28 maart van dat jaar lieten de Belgen de belga, zoals de Belgische munt tussen 1926 en 1944 heette, fors devalueren. In loop van 1936 zou Nederland de enige gouden standaard-musketier blijven. Op 25 september verliet namelijk ook Frankrijk de gouden standaard. Nederland was een dag eerder door Parijs op de hoogte gesteld van dit besluit. Het land had Nederland opgeroepen hetzelfde te doen. De volgende dag liet Colijn echter weten dat Nederland dat niet van plan was. Nederland en Zwitserland zouden samen de gouden standaard overeind houden.

Nederlandse monetaire capitulatie

Op 26 september 1936 werd echter duidelijk dat Zwitserland het voorbeeld van Frankrijk wel volgde. In de herfst van 1936 stond Nederland dan ook echt alleen. De economische situatie was rampzalig geworden en nu ook Frankrijk en Zwitserland van het goud afgestapt waren, adviseerde Trip Colijn dat Nederland hetzelfde moest doen. Het alternatief was de officiële rente richting 10 procent te brengen om de gulden te verdedigen. De economische situatie was echter al slecht en de officiële rente stond op 3 procent. De rente zo fors verhogen zou het land in een nieuwe recessie storten. Diep in de avond van 26 september 1936 nam het kabinet in Den Haag dan ook het besluit om de gulden los te koppelen van goud. Het besluit ging de volgende dag, op 27 september 1936, in.

Nederland was het laatste land waar men dus zijn bankbiljetten kon inwisselen tegen goud tegen de prijs die gold vóór het begin van de Eerste Wereldoorlog. Zelfs Zwitserland gaf de strijd voor een gave munt eerder op dan Nederland. Kritiek die tegenwoordig klinkt, dat Trip en Colijn enorme economische schade aanrichtten in Nederland, is niet helemaal juist. Op dat moment hoopten ze, en die kans was aanwezig, dat de wereld als geheel terug zou keren naar de gouden standaard. Dáár streden ze voor. Pas toen het duidelijk werd dat die terugkeer er niet meer in zat, ging Nederland overstag. Dus terwijl andere Europese landen een voor een hun munten losmaakten van het goud en devalueerden, voerde Nederland sinds 1931 een strijd voor het behoud van de gave gulden. Geen land had meer moeite met het laten vallen van de disciplinerende werking van de goudstandaard en het omarmen van het fiat geldstelsel dan Nederland, dat de standaard trouw bleef totdat het niet meer vol te houden was.

Waar de goudstandaard gepaard ging met liberalisme, vrijhandel en kapitalisme, gaat de moderne monetaire standaard (die gericht is op aanhoudende inflatie) hand in hand met imperialisme, protectionisme en socialisme

De Nederlandsche Vereeniging voor Waardevast Geld haalde zijn tweede lustrum niet. In 1943 hield die vereniging er namelijk mee op. De gulden was toen definitief losgeraakt van het goud, net als elke andere munt. Na het einde van de Tweede Wereldoorlog zou ons werelddeel, ondanks de semi-gouden standaard afgesproken in Bretton Woods, alleen maar stijgende prijzen kennen. Vooral sinds 1971 zouden daar structurele begrotingstekorten en almaar hogere schulden bij de overheden, huishoudens en bedrijven bij komen. De beroemde Oostenrijkse econoom Ludwig von Mises oordeelde ooit dat waar de goudstandaard gepaard ging met liberalisme, vrijhandel en kapitalisme, de moderne monetaire standaard (die gericht is op aanhoudende inflatie) hand in hand gaat met imperialisme, protectionisme en socialisme. Strijden voor het behoud van die standaard zoals Colijn en Trip deden, lijkt me zo bezien een juiste strijd, in ieder geval een juistere strijd dan waar de Nederlandsche Vereeniging voor Waardevast Geld voor stond.

En hoewel die vereniging zoals gezegd sinds 1943 officieel niet meer bestaat, heeft Nederland al heel lang te maken met een veel ergere, zij het informele, vereniging, aangezien zo goed als alle Nederlandse economen, zeker die uit de academische wereld, een groot voorstander zijn van het streven naar structurele inflatie, jaar in jaar uit. Wat er ook gebeurt. Dus als we morgen allemaal door een wonder twee keer zo productief worden zodat de prijzen fors kunnen dalen, onze reële inkomens kunnen stijgen én bedrijven meer winst kunnen maken, dan nog zou die informele Vereeniging strijden en pleiten voor structurele inflatie. In de wetenschap dat structurele inflatie de middenklasse verarmt en een sterke en stabiele middenklasse een cruciale voorwaarde is voor economische, politieke en maatschappelijke stabiliteit, vind ik dat een ernstige zaak, een zaak waartegen ik, zo goed als het kan, blijf strijden. Nederland voorlichten over deze zaken is de eerste stap, zoals ik met dit project probeer te doen.