Ruim twee jaar geleden bracht ik voor de derde keer mijn sabbatical leave door bij het Economics Department van Harvard University in Cambridge, MA. Het Harvard Economics Department bezet reeds jaren de eerste plaats in de rankings van de Economics Departments in de wereld en een verblijf daar is dus een groot voorrecht voor elke economische wetenschapper. Vanwege mijn vele verplichtingen kon ik, anders dan in 2003 en 2008, niet meer dan drie maanden (maart, april en mei) bij Harvard doorbrengen, maar dat waren buitengewoon intensieve en inspirerende maanden.

Bij aankomst zag ik dat het gebouw is nog niets veranderd ten opzichte van mijn laatste sabbatical in het voorjaar van 2008, ondanks dat het al jaren op de nominatie staat om gerenoveerd te worden. Nog steeds dezelfde houten deuren met op de deuren geschilderde kamernummers. Op weg naar mijn office op de derde verdieping passeerde je de portretten van de beroemde Harvard-professoren als Joseph Schumpeter, Gottfried Haberler, John Kenneth Galbraith, Richard Musgrave, Wassily Leontief, Simon Kuznets, Hendrik Houthakker tot Janos Kornai. In Tilburg hangen er geen portretten van onze emeriti hoogleraren, maar die van bestuurders en anonieme studenten. Dat zal wel te maken hebben met onze calvinistische mentaliteit om niet trots te zijn op onze voorgangers.

Mijn goede vriend Ben Friedman heette mij zoals gebruikelijk zeer welkom met de woorden: “Welcome to your home in America!”. Ben is voor mij een van de meest gerespecteerde monetaire economen en een echte kenner van centrale banken in de wereld. Hij is het tegendeel van een studeerkamergeleerde en heeft een lange staat van dienst bij het adviseren van ministers van financiën, centrale bankpresidenten, IMF, Wereldbank en andere internationale organisaties. Dat geldt ook voor collega’s, zoals Philippe Aghion, Alberto Alesina, John Campbell, Marty Feldstein, Ed Glaeser, Oliver Hart, David Laibson, Greg Mankiw, Eric Maskin, Ken Rogoff, Andrei Shleifer en Amartya Sen (Economics Department), Ricardo Hausmann, Jeff Frankel, Dani Rodrik, Carmen Reinhart en Larry Summers (Harvard Kennedy School).

Mijn programma zag er vaak als volgt uit (zie voor een gedetailleerde beschrijving van mijn sabbatical de negen weekboeken op ScienceGuide: www.scienceguide.nl). De ochtend begon met het werken aan het boek met een co-auteur dat als werktitel heeft ‘The Age of Financial Repression’. Omdat alle collega’s altijd hard werken aan hun boeken of papers, werd ik nauwelijks lastig gevallen en kon ik in de ochtend flink wat onderzoek doen. Daar is een sabbatical voor bedoeld: onderwijs en onderzoek. Daarna was er ofwel een Faculty Lunch (op dinsdag en donderdag) of een lunch met een van de collega’s om mijn en hun onderzoek te bespreken en andere zaken op ons vakgebied. In de middag waren vrijwel elke dag seminars of workshops op het terrein van de verschillende subdisciplines. Van alle ervaringen tijdens mijn verblijf op Harvard heb ik in mijn negen weekboeken slechts de helft kunnen opschrijven. De grote belangstelling voor mijn weekboeken op ScienceGuide geeft mij hoop voor de toekomst van onze universiteiten, waarop wij gerust trots mogen zijn.

Gegeven de toenemende studentenaantallen en de afnemende financiering door de Nederlandse overheid hebben de Nederlandse universiteiten in de afgelopen decennia een uitstekende prestatie op het gebied van hoger onderwijs en onderzoek geleverd. Dat kan niet van alle door de overheid gefinancierde goederen en diensten gezegd worden. Dat wil niet zeggen dat er nog veel te verbeteren is, maar onze universiteiten zijn zeer goed gepositioneerd om de wereldwijde concurrentie verder aan te gaan. Het wachten is op een overheid die dat niet probeert te sturen, maar juist zo goed mogelijk gaat faciliteren.

Sylvester Eijffinger is hoogleraar Financiële Economie aan Tilburg University en was gedurende 2003, 2008 en 2013 visiting professor aan het Economics Department van Harvard University, Cambridge MA.