8 Februari 2015 kan de geschiedenisboeken ingaan als de dag waarop het uiteenvallen van de eurozone is begonnen. Griekenland heeft laten weten zich niet te zullen houden aan de afspraken op basis waarvan het land honderden miljarden euro aan noodleningen heeft gekregen sinds het begin van de crisis. 

Het mag voor sommigen kort door de bocht zijn, maar gisterenavond heeft Griekenland bij wijze van spreken oorlog verklaard aan de rest van de eurozone en de Europese Centrale Bank (ECB). De nieuwe minister-president Alexis Tsipras zei in zijn toespraak in het Griekse parlement dat het door de andere eurolanden opgelegde beleid van forse bezuinigingen voorbij is. Hij gaat ook veel van de in dat kader genomen maatregelen terugdraaien. En verkoop van het Griekse tafelzilver, tegen afbraakprijzen want noodgedwongen verkoop, gebeurt niet als het aan Tsipras ligt. ‘De Grieken hebben de Memorandum (afspraken met andere eurolanden, op.a.) verscheurd, wij zullen niet onderhandelen over onze soevereiniteit’ klonk het door de grote zaal van het Griekse parlement.

Ik zie niet in hoe je deze uitspraken ánders kunt interpreteren dan een duidelijke afwijzing van de eerder gemaakte afspraken met de eurolanden in ruil voor noodleningen. En als het voor alle hoofdsteden van de eurolanden om een of andere reden al niet duidelijk was dat Tsipras op een harde confrontatie stuurt, zorgde hij dat het wél duidelijk was toen hij het onderwerp van de leningen die Griekenland moest verstrekken aan Nazi-Duitsland in de Tweede Wereldoorlog oprakelde. Hij wil dat geld terug. Als er íets is wat de bloed onder de nagels van Merkel en alle Duitsers vandaan haalt, dan is het dat onderwerp wel. Tsipras wil opnieuw gaan praten over het aflossen van de gekregen noodleningen, in de zin wanneer aflossen en tegen welke rente en met nadruk níet over wat Griekenland moet doen in ruil voor dat geld.

Soevereiniteit terug

Voor de goede orde: Tsipras heeft het volste recht met zijn eisen te komen. Hij is democratisch gekozen en zijn kiezers wisten waar hij voor stond. Hij heeft meer recht deze plannen op tafel te leggen en van alles te eisen dan bijvoorbeeld de baas van de Europese Centrale Bank (ECB) Mario Draghi of andere bestuursleden ervan; zij zijn technocraten.

En omdat hij het volste recht heeft dat te eisen als leider van een soeverein land, zijn ook de gevolgen voor hem, als de leider van een soeverein land. Bovendien: net zoals hij het recht heeft op een confrontatie aan te sturen, hebben de andere eurolanden het recht die aan te gaan. Sterker, zij hebben die plicht.

Als de eurolanden nú toegeven aan de Griekse eisen, dan zal de eurozone, als die niet uiteenvalt, zeker voor altijd een zwakke muntunie zijn waar vele lidstaten slechter en niet beter van worden. Het zal een muntunie zijn waar het loont alle regels en afspraken te negeren en het zal een muntunie zijn die stoelt op het decenniaoude economische model van de Club Med-landen: hoe zwakker je munt, hoe beter, hoge inflatie is beter dan lage inflatie en structurele begrotingstekorten zijn een plicht van de overheden omdat begrotingsevenwicht laat staan begrotingsoverschotten van de eurozone een soort woestijn zouden maken. Dit staat haaks op het economisch model van het noorden van Europa, het model dat overigens aantoonbaar van die landen de sterkste en meest welvarende landen van Europa en de wereld heeft gemaakt. 

Eurozone verliest altijd

Later deze week vergaderen de eurolanden over deze nieuwe situatie. Hoe men ook reageert op de Griekse oorlogsverklaring, de eurozone zal verliezen. Accepteert men de Griekse eisen, dan komen er Syriza-achtige partijen binnenkort aan de macht in sommige andere eurolanden. Dit jaar nog staan de verkiezingen in Spanje, Portugal en Finland op de agenda. Willig de Griekse eisen in en dit jaar nog zetten Portugal en Spanje soortgelijke eisen op de agenda. Finland daarentegen gooit die in de prullenbak. Spanningen in de eurozone gegarandeerd.

Wijst Europa de Grieken af en zegt de eurozone daarmee ‘daar is de deur, tot ziens’ dan wordt in één klap duidelijk dat de euro níet omkeerbaar en absurd is, zoals men al jarenlang roept (overigens, was het in bijvoorbeeld 1980 niet ook al absurd denken dat Duitsland en Frankrijk een gemeenschappelijke munt zullen hebben?). De financiële markten nemen het vervolgens over en gaan speculeren welk land als tweede de eurozone zal verlaten. Het kan zomaar tot een Black Wednesday in het kwadraat leiden. Op 16 september 1992 was Groot-Brittannië gedwongen het Europese wisselkoersmechanisme te verlaten. 

Komt er, zoals altijd, een compromis uit, dan zal dat in feite betekenen dat Griekenland op zijn minst deels zijn zin krijgt. En als de Spanjaarden, Portugezen en anderen zien dat het ook mogelijk is de rest van de eurozone te chanteren én ermee weg te komen, dan is de kans groot dat Syriza-achtige partijen in die landen bij de volgende verkiezingen als winnaar uit de bus zullen komen. Kortom hoe dan ook de eurozone gaat een verlies lijden. In de eurocasino geldt dat de bank altijd verlíest.

Kijkend naar de toespraak van Tsipras in het Griekse parlement, kon ik één gedachte niet uit mijn hoofd krijgen: wat zou het toch goed zijn als Mark Rutte zich eindelijk eens een keer als Tsipras zou gedragen en zou kiezen voor het belang van Nederland, het belang van de Nederlandse bevolking. Wat zou het goed zijn als uit de mond van Rutte in de grote zaal van de Tweede Kamer zou klinken: ‘Op 1 juni 2015 moet óf Griekenland uit de euro zijn of wíj stappen eruit.’ Ik realiseerde  me wel meteen dat de kans groter is dat de Fransen het Duits als voertaal zullen invoeren dan dat Rutte die woorden zal uitspreken. Maar ook al doet hij het niet: omdat de eurozone alleen kan verliezen, zal 8 februari 2015 en de toespraak van Tsipras, waarin hij in feite de Griekse soevereiniteit terugnam,  in mijn ogen de geschiedenisboeken ingaan als het begin van het einde van de euro. De enige vraag is wie, waar en wanneer de stekker eruit trekt. Van mij mag Nederland dat doen, dit jaar nog en een betere plek daarvoor dan Maastricht kan ik niet bedenken. Het is na 434 jaar tijd voor een nieuwe Acte van Verlatinghe.