Nederland heeft van Brussel een naheffing van 642 miljoen euro gekregen. Die zullen we ongetwijfeld wel betalen want “afspraak is afspraak”. Maar we hebben méér afspraken in de EU. Op basis van één daarvan, het Stabiliteits- en Groeipact (SGP), kan Nederland ‘Brussel’ een forse naheffing sturen.

De Europese Bank in Frankfurt

De Europese Bank in Frankfurt

Hoeveel een land jaarlijks afdraagt aan de EU is in belangrijke mate afhankelijk van hoe groot de economie van dat land is. De vuistregel is: hoe groter de economie, hoe hoger het absolute bedrag (let op: de afdracht als percentage van de totale economie blijft gelijk). Dit is een Europese afspraak die Nederland mede heeft opgesteld. De bijstellingen zijn ook niets nieuws; elk jaar kijken statistici in de lidstaten hoe groot de economie van hun land is geweest. Is dat groter dan verwacht, dat betaalt het land in kwestie extra aan Brussel en is de economie kleiner dan werd gedacht, dan stort Brussel een bedrag terug. Het enige wat dit jaar nieuw is, is dat de statistici de cijfers over de omvang van elke economie in de Europese Unie (EU) voor een periode van 20 jaar hebben bijgesteld op basis van een nieuwe statistische methode. Merk op dat die aanpassingen over de omvang van elke economie het werk zijn van nationale statistische bureau en níet van de Eurostat. Eurostat controleert alleen de aangeleverde cijfers uit de lidstaten. Hoeveel groter de Nederlandse economie is geweest vergeleken met wat we eerder dachten, is dus bepaald in Den Haag, op de burelen van het Centraal Bureau voor de Statistiek en nergens anders. De statistici van het CBS hebben gewoon hun werk naar eer en geweten gedaan. Omdat de naheffing volledig in lijn is met de geldende Europese afspraken moet Nederland zich er dus in principe aan houden en 642 miljoen euro overmaken aan ‘Brussel’. Maar…

Boetes voor niet naleven regels

Met elkaar hebben we in de EU wel meer afgesproken. Één van die afspraken betreft de overheidsfinanciën van de lidstaten, ook wel bekend als het Stabiliteits- en Groeipact (SGP). Kort samengevat: in principe moet de begroting in evenwicht zijn, in slechte economische jaren is een afwijking tot 3 procent van het bruto binnenlands product (bbp) toegestaan. Onder strenge voorwaarden is zelfs een tekort van meer dan 3 procent toegestaan, maar dan moet er bijvoorbeeld sprake zijn van een diepe recessie. Vóór 2008 was dat nergens in de EU het geval. De bepalingen uit het SGP komen er in het kort op neer dat als een euroland zich niet houdt aan die regels én waarschuwingen en oproepen de regels wél in acht te nemen negeert, dat land een boete krijgt. Die boete bedraagt 0,5 procent van het bbp. In eerste instantie wordt dat geld opzij gelegd, op een rentedragende deposito. Als het land dat zo een voorwaardelijke boete gekregen heeft, ook daarna er niet voor zorgt dat zijn begroting voldoet aan de Europese regels, wordt die voorwaardelijke boete permanent.

De bepalingen uit het SGP komen er in het kort op neer dat als een euroland zich niet houdt aan die regels én waarschuwingen en oproepen de regels wél in acht te nemen negeert, dat land een boete krijgt.

Sinds de invoering van de euro hebben slechts een paar landen zich aan de regels gehouden. Ik heb gekeken naar begrotingstekorten tot en met 2008, het laatste, economisch gezien, ‘normale’ jaar. Daarvoor heb ik gebruik gemaakt van de officiële cijfers zoals gemeld door Eurostat, het Europese bureau voor de statistiek. Het jaar 2008 is gekozen als eindpunt omdat we na 2008 te maken hebben met de Grote Recessie, met alle gevolgen van dien voor onder meer begrotingen in de eurolanden.

Boetes nooit geïnd

Welke eurolanden zich tussen 1999 en 2008 keurig aan de Europese begrotingsregels gehouden hebben zal voor velen waarschijnlijk een verrassing zijn. België, Ierland, Spanje, Luxemburg en Finland hebben in die periode niet één keer een te hoog begrotingstekort gehad. Finland had zelfs elk jaar een, vaak fors, begrotingsoverschot! (Het kan dus wel Den Haag, in goede economische jaren geld overhouden op de begroting zónder dat het land verpaupert!). Het ‘slechtste’ jaar voor de Finse overheidsfinanciën was 1999 toen het land ‘maar’ een begrotingsoverschot van 1,7 procent van het bbp had. Finland en Luxemburg hebben zelfs tussen 2009 en 2013 geen te hoog begrotingstekort gehad.

Er zijn méér afspraken in de EU. Op basis van één daarvan, het Stabiliteits- en Groeipact (SGP), kan Nederland ‘Brussel’ een forse naheffing sturen.

Er zijn méér afspraken in de EU. Op basis van het SGP kan Nederland ‘Brussel’ een forse naheffing sturen.

De overige eurolanden zondigden allemaal minimaal één keer tussen 1999 en 2008. Wie de grootste zondaars zijn? Als u nu denkt aan Portugal, Griekenland en Italië, dan heeft u gelijk. Ook Frankrijk hoort in dat rijtje. Maar weinig bekend is dat Duitsland vaker gezondigd heeft tegen de Europese begrotingsregels dan Frankrijk! Duitsland had vijf keer een te hoog begrotingstekort, Frankrijk vier keer. In al die tijd is er echter niet één keer een voorwaardelijke boete opgelegd, laat staan dat er ooit één cent boete daadwerkelijk is geïnd. Was dat wel gedaan dan had Nederland een behoorlijk geldbedrag gekregen. Hoe dat zo?

Net zo standvastig als over naheffing

Wanneer de Europese Commissie een boete geeft aan Europese bedrijven voor illegale prijsafspraken, dan vloeit de opbrengst naar de Europese schatkist. Een boete aan een euroland dat zich niet houdt aan de begrotingsafspraken daarentegen vloeit níet naar de Europese schatkist maar wordt verdeeld onder de landen die zich wél aan de regels houden. Artikel 16 van de ‘Verordening (EG) nr. 1467/97 van de Europese Raad van 7 juli 1997 over de bespoediging en verduidelijking van de tenuitvoerlegging van de procedure bij buitensporige tekorten’ is duidelijk: de boetebedragen ‘worden onder de deelnemende lidstaten die geen buitensporig tekort hebben…verdeeld naar rato van hun aandeel in het totale BNP van de in aanmerking komende lidstaten.’

Zoals gezegd hebben Duitsland, Griekenland, Frankrijk, Italië en Portugal meer dan eens begrotingsregels aan hun laars gelapt. En niet alleen regels, ook alle waarschuwingen hun leven te beteren. Doorgaans moet een land twee jaar of zelfs langer alle waarschuwingen negeren wil er een boete opgelegd worden. In theorie want zoals gezegd is er niet één cent boete geïnd. Dat had echter wel gemoeten: net zoals de afdrachten aan de EU en de naheffingen, is hier ook sprake van Europese regels. Maar stel dat de Europese Commissie net zo standvastig was als over de naheffing die onder meer Nederland moet betalen. Hoeveel boetes hadden geïnd moeten worden? En hoeveel had Nederland daarvan moeten krijgen?

Berekening

Om een schatting te maken, voeren we de volgende berekening uit. Duitsland voldeed tussen 2001 en 2005 niet aan de Europese regels. We nemen aan dat Berlijn minstens één keer een boete had moeten krijgen. Aangezien 2001 het eerste jaar was waarin het begrotingstekort te hoog was, gaan we uit van 2003 als het jaar waar Duitsland een boete had moeten krijgen.

In dat jaar bedroeg het tekort 4,2 procent van het bbp. In de afspraken uit 1997 werd een methode afgesproken over de omvang van de boetes. Die zouden bestaan uit een vast deel van 0,2 procent van het bbp vermeerderd met een variabel deel, namelijk 0,1 procent van het bbp per elke 1-procentpunt afwijking van de 3-procentnorm, met een maximum van 0,5 procent van het bbp. Voor Duitsland had de boete in 2003 dus moeten zijn 0,3 procent van het Duitse bbp. Het gaat dan om het bbp in het jaar voorafgaand aan 2003, dus 2002. Nu kunnen we een berekening maken. Volgens de cijfers van Eurostat bedroeg het Duitse bbp in 2002 2.132 miljard euro. 0,3 Procent daarvan is 6,4 miljard euro.

Coulant voor zondaars

Als we dezelfde, coulante, aanpak loslaten op andere zondaars, dan had Frankrijk in 2004 een boete moeten krijgen, Italië in 2003 en 2006 en Portugal en Griekenland 2001, 2004 en 2008. Merk op dat we de jaren sinds 2009 hier zelfs buiten beschouwing laten!

Al met als komen we dan, per land en per jaar, op de volgende bedragen die geïnd hadden moeten worden:

Jalta-Infographic-begrotingsregels
In totaal gaat het om 22,2 miljard euro aan niet geïnde boetes. De Nederlandse economie is goed voor ca. 4,9 procent van de economie van de EU, dus Nederlands had in principe het recht op 4,9 procent van dat bedrag ofwel iets minder dan 1,1 miljard euro sinds 1999. ‘In principe’ want zoals eerder genoemd worden boetes verdeeld onder landen die zich wél aan de regels houden. Stel dat Duitsland in 2003 inderdaad een boete had gekregen. Dan was de Duitse boete á 6,4 miljard euro verdeeld over andere EU-landen met uitzondering van bijvoorbeeld Frankrijk en Italië omdat die in 2003 een te hoog tekort hadden. In elk jaar waarin een boete opgelegd was geweest, waren er namelijk landen die een te hoog begrotingstekort hadden en dus geen recht hadden op een deel van de geïnde boetes. In 2001 bijvoorbeeld, toen Portugal en Griekenland een boete hadden moeten krijgen, waren Duitsland en Italië in overtreding. En in 2003 en 2004 waren Frankrijk en Italië in overtreding.

Naheffing van 1,5 miljard voor Brussel

Voor Nederland betekent dit dat ons land aanzienlijk meer dan 4 procent van alle geïnde boetes had moeten krijgen van Brussel, als de EU net zo voortvarend te werk was gegaan met het handhaven van de Europese begrotingsregels. Aanzienlijk meer omdat Duitsland, Frankrijk en Italië, de landen die dus uit de berekeningen van de verdeling van boetes zouden vallen in al die jaren, de drie grootste economieën van de EU zijn. Nederland is zoals gezegd goed voor 4,9 procent van de totale economie van de EU. Maar als we Frankrijk en Italië weglaten, dan stijgt het Nederlands aandeel naar 6,75 procent. En in die jaren waarin Duitsland en Italië uit de berekeningen vallen, is Nederland zelfs goed voor ongeveer 7,25 procent. Aangezien in elk gegeven jaar óók Portugal en Griekenland steeds in overtreding waren, kunnen we grofweg stellen dat Nederland recht had op ongeveer 6,5 procent van de eerder genoemde 22,2 miljard aan boetes die geïnd hadden kunnen worden. Dat is 1,5 miljard euro die Nederland had moeten krijgen als de EU niet alleen streng was opgetreden bij de regels over afdrachten maar ook over begrotingstekorten in de EU. Als we het over naheffingen hebben: Nederland kan in feite een naheffing van 1,5 miljard aan ‘Brussel’ sturen. Na aftrek van 642 miljoen euro krijgen we van de EU per saldo eigenlijk nog ruim 800 miljoen. Hoeft niet vóór 1 december, 1 januari 2015 is ook goed. Zo flexibel zijn we wel.

Na aftrek van 642 miljoen euro krijgen we van de EU per saldo eigenlijk nog ruim 800 miljoen. Hoeft niet vóór 1 december, 1 januari 2015 is ook goed. Zo flexibel zijn we wel.