Maak kennis met de rentenierseconomie” schreef vooruitgangscorrespondent Rutger Bregman op 11 juli. Iedereen heeft uiteraard zijn mindere momenten maar in termen van onsamenhangende demagogische argumentatie bereikt Bregman in dit stuk toch wel een nieuw hoogtepunt. Of dieptepunt zo u wilt.

Het verhaal is dermate incoherent dat een volledige bespreking lastig is. Laten we dat ook maar niet doen en inzoomen op de kerngedachte van Bregman’s ‘analyse’: “Wie werkt, creëert iets nieuws. Werk is dan ook de bron van nieuwe welvaart. Maar er is nog een andere manier om geld te krijgen, en dat is rentenieren. Hierbij gebruik je de controle over iets wat al bestaat – denk aan land, kennis of geld – om je rijkdom te laten groeien. Je produceert niets nieuws, maar profiteert toch. Dit betekent dat de rentenier per definitie leeft op de kosten van anderen. Hij gebruikt zijn macht om een uitkering naar zich toe trekken” stelt hij.

Aperte nonsens

Als ik Bregman niet zou kennen als voorstander van het basisinkomen dan zou ik in hem een bijbelvaste aanhanger van de oudtestamentische bezwering ‘In het zweet uws aanschijns zult gij uw brood verdienen’ vermoeden. In de Christelijke traditie was het berekenen van rente lange tijd onacceptabel omdat het gezien werd als een vorm van inkomen waarvoor geen arbeid was verricht. En ook de Islamitische koran kent een verbod op het heffen van rente (ribah). Maar religieuze sentimenten ten spijt, het ter beschikking stellen van middelen is een economisch uiterst belangrijke functie. De door Bregman bewonderde meneer van het café aan de overkant had zijn zaak waarschijnlijk niet kunnen openen zonder een lening van een bank of andere financier die bereid is vermogen ter beschikking te stellen en het risico dat die hardwerkende ondernemer er misschien een potje van maakt op de koop toe neemt. Dat hier een vergoeding tegenover staat is volstrekt logisch en de stelling dat een ‘rentenier’ per definitie leeft op kosten van een ander is dus aperte nonsens. In de basis is ‘rentenieren’ het tegen een vergoeding ter beschikking stellen van middelen aan anderen die daar een behoefte aan hebben. In Bregman’s wereld echter lijkt iedereen die dat doet een vuile profiteur te worden. Ook de huisbaas die woningen verhuurt leeft in zijn universum op kosten van anderen omdat hij niets nieuws produceert maar enkel zijn controle over een paar (bestaande) pandjes te gelde maakt. De redenring van Bregman doortrekken betekent eigenlijk dat elke vorm van huur betalen voor alles ‘wat al bestaat’ afgeschaft zou moeten worden omdat er sprake zou zijn van een uitkering die iemand ten koste van anderen naar zich toetrekt. Wellicht zal Bregman desgevraagd deze verregaande consequentie verwerpen maar dat toont wel de inconsistentie van zijn hele betoog en de onzinnigheid van zijn definitie van de ‘rentenier’.

Los zand kretologie

Het probleem van Bregman is dat hij alles en iedereen waar hij een hekel aan lijkt te hebben als rentenier wil bestempelen. Van private equity investeerders (rooffondsen!) en banken tot de farmaceutische industrie en bedrijven als Airbnb, het zijn volgens hem in de kern allemaal renteniers. Maar ook eigenwoning bezitters zijn volgens hem renteniers. Als huurder ben je in Bregman’s wereld slachtoffer van iemand die zijn controle over reeds bestaande zaken gebruikt om zich ten koste van jou te verrijken maar bezit je je eigen woning dan is het blijkbaar ook weer niet goed. Verwarrend allemaal. Het is maar één van de kleine dingen die toont dat Bregman’s analyse van de ‘rentenierseconomie’ niet veel meer is dan los zand kretologie. En dat is jammer want daardoor verliest gerechtvaardigde kritiek op managers als die van scholengemeenschap Amarantis die hun organisatie naar de rand van de afgrond brachten aan kracht. Natuurlijk zijn er talloze voorbeelden van ‘managers’ die teveel betaald krijgen voor hun (wan)prestaties. Dus beste Rutger, als je het hier nog eens over wilt hebben doe dat dan zonder alles op een grote hoop te gooien.

Ewoud Jansen is op twitter te volgen via @ewoudjansen