Op de één of andere manier leeft er een soort latente angst onder de mensen. Angst voor de technologie en de machines die we zelf creëren maar waarover we de controle gaandeweg verliezen.

En ik bedoel hier niet het verliezen van coördinatie over wat mensen zelf allemaal voor engs kunnen uithalen met die technologie. Ik heb over het bang zijn voor slimme robots die zichzelf kunnen programmeren en ontwikkelen. Die ons niet meer nodig hebben en sterker nog, die zich tegen ons keren en de macht op aarde zullen overnemen. Robotfobie zeg maar. Irrationele angsten voor zeer speculatieve scenario’s zijn natuurlijk onzinnig maar kunnen wel mooie literatuur opleveren. In 1818 publiceerde Mary Shelley een roman waarin de geleerde Victor Frankenstein uit levenloos materiaal een metgezel maakte die verwerd tot een moordlustig monster. We moeten niet voor God willen spelen, dan worden we gestraft is de boodschap. De milde variant van dit soort fobieën is de vrees dat robots ons dan wel niet naar het hiernamaals zullen verdrijven, maar dat ze ons op de arbeidsmarkt wel volledig gaan verdringen. Dit spookbeeld kwam weer eens ter sprake in het discussieprogramma Buitenhof op 15 mei. De filosoof Thomas Decreus schetste een beeld waarin voor het eerst in ‘de kapitalistische geschiedenis’ er meer banen verdwenen dan er bijkwamen. Helaas onderbouwde hij zijn constatering niet met cijfers of relevante bronnen en het was dus gissen waarop zijn uitspraak gebaseerd was. Maar de oplossing voor dit scenario was uiteraard een universeel basisinkomen. Goed, als er door voortschrijdende automatisering echt helemaal geen enkele activiteit meer is die mensen nog via arbeidsrelaties en marktverhoudingen kunnen en zullen verrichten dan is een basisinkomen een mogelijkheid. Als in een luilekkerland kan dan met zo’n basisinkomen iedereen voor een deel aanspraak maken op de louter door machines voortgebrachte weelde.

Koos werkeloos

Maar of het zover komt? Ik denk het niet. Het is best mogelijk dat er in tijden van snelle technologische ontwikkelingen meer banen verdwijnen dan er bijkomen. Ontwikkelingen gaan meer schoksgewijs dan vloeiend en harmonieus. Tot nu toe zijn eerdere angstvisioenen over een wereld zonder banen echter altijd ongegrond gebleken.

‘Kijk he, je hoort vaak zeggen waar moet dat heen? Straks doen computers al het werk alleen. Maar mensen het gaat toch prima zo. Gratis vrije tijd cadeau.’ Aldus zong in 1983 ene ‘Koos’ en hij was met groot genoegen werkeloos. Goed, Koos had er met zijn specifieke arbeidsethos geen problemen mee, maar in de jaren tachtig bestond inderdaad brede angst dat er door de automatisering heel veel banen zouden verdwijnen. En dat gebeurde uiteraard ook. Maar wat de geschiedenis ook altijd leert is dat er weer nieuwe banen voor terugkomen. En omdat niemand kan zien of voorspellen wat voor soort banen dat zijn, hebben we alleen oog voor de verdwijnende banen die we kennen.

Of de geschiedenis zich wat betreft de relatie tussen technologische vooruitgang en creatie van nieuwe type banen inderdaad blijft herhalen is natuurlijk geen zekerheid. Het is niet onmogelijk dat het deze keer dan toch echt anders is en wordt. Maar de bewijslast ligt wel bij diegenen die soort profetieën doen. Tot nu toe is de angst dat er door technologie geen werk voor mensen overblijft volstrekt irrationeel gebleken. Zeker, banen als de lantaarnopsteker en de trekschuitschipper zijn verdwenen. Maar de tijdsbesparing die nieuwe technologieën die dit soort werk deed verdwijnen heeft opgeleverd is een enorme bron van vooruitgang in zowel welvaart als welzijn geweest. Hoe meer werk er ons door automatisering en robotisering uit handen wordt genomen, hoe liever ik het zie.

Ewoud Jansen is op twitter te volgen via @ewoudjansen