Vorige maand heb ik hier uitgelegd waarom ik er niet van overtuigd ben dat Thomas Piketty’s Kapitaal in de 21ste eeuw de status van openbaring over mens en maatschappij verdient die zovelen het willen toekennen. Piketty’s theorie van het kapitalisme en zijn feitelijke bevindingen over de rol van het kapitaal in de economie zijn, zover ik kan beoordelen, nauwelijks gerelateerd aan de empirische werkelijkheid om ons heen. Maar laten we deze week eens doen alsof.

Hoe doen we alsof professor Piketty gelijk heeft, met zijn analyse? We gaan er, in grote lijnen althans, vanuit dat de eerste helft van zijn boek zo ongeveer klopt – dat zijn data kloppen, dat de trends in zijn data eruit hebben gezien zoals hij claimt, en dat kapitaal, inkomen, en bevolking zullen blijven groeien zoals Piketty impliciet of expliciet voorspelt. Dan gaan we beoordelen of het overheidsbeleid dat hij voorstaat nodig is om de resultaten te boeken die hij wil, of dat we de boel wellicht beter zouden kunnen organiseren dan hij denkt.

Goed, daar gaan we dan – en ik focus hier weer op de situatie in de Verenigde Staten, het grootste land dat Piketty bestudeert, en bovendien het land dat momenteel op velerlei beleidsvlakken het verst afstaat van zijn voorkeuren. Volgens Piketty is totale waarde van het kapitaal in de Amerikaanse economie iets meer dan viermaal zo groot als het nationale inkomen, en dat is ongeveer de verhouding die hij tot in lengte van dagen verwacht te zien. Zijn bron van bezorgdheid is dat veel van dat kapitaal eigendom is of zal worden van de allerrijksten, en dat de erfgenamen van de allerrijksten er nauwelijks iets voor hoeven te doen om een almaar groeiend gedeelte van dat kapitaal in handen te krijgen.

Om dat te voorkomen wil Piketty een wereldwijde belasting op kapitaal van een paar procent voor de allerrijksten, en een toptarief voor de inkomstenbelasting van zo’n 80%.

Dat is wat drastisch, denkt u wellicht. Ten eerste is het natuurlijk niet noodzakelijkerwijs een probleem als de ongelijkheid toeneemt; vroeger waren we allemaal volkomen aan elkaar gelijke apen, en dat was ook niet goed voor de vervulling of zelfs de ontdekking van de hogere Maslov-behoeften. Zolang iedereen steeds rijker en gezonder, wellicht zelfs slimmer en blijer wordt, maakt de exacte verdeling van het kapitaal niet zo veel uit.  En dat gaat al een paar eeuwen goed, ondanks – of ja, precies, dankzij – het kapitalisme. Wilt u daar bewijs voor? Kijk recht vooruit, naar het internet dat u momenteel aan het lezen bent en naar het apparaat waar het in zit.

Maar maar maar, zegt u, wij voelen ook een intrinsieke woede over ongelijkheid, en wij vermoeden net als Piketty dat groeiende ongelijkheid onmogelijk te verenigen is met een fatsoenlijk functionerende democratie, dus we zijn toch bezorgd! Vooralsnog is daar weinig reden toe, dus kalm aan: Piketty zelf geeft aan dat waar de Amerikaanse middenklasse een eeuw geleden zo’n 5% van het kapitaal bezat, dat nu zo’n 25% is, een flink stuk meer dus. (Om de vorige koe ook nog maar even uit de sloot te trekken, dat is vijf keer zo veel van een totale hoeveelheid kapitaal die 16 keer groter is geworden, ofwel 80 keer meer spullen!) Voor drastisch nivelleren lijkt er dus nog geen aanleiding te zijn, en die hoge belastingtarieven van Piketty zijn dan vooral schadelijk.

Maar ja, ik weet het, wie weet wat de toekomst brengt, en juist daar gaat volgens de Fransman alle ellende plaatsvinden. Je weet wel, als de inherente tegenstellingen in het kapitalisme de democratische rechtsorde ten gronde richten.

Speculeren dus maar: wat zal de toekomst ons brengen? Op theoretische gronden is er amper reden om te verwachten dat rijk automatisch veel rijker zal worden, zoals N. Greg Mankiw, hoogleraar economie aan Harvard, dit afgelopen weekeinde uitgebreid uitlegde op het jaarlijkse congres van de American Economic Association. Een gedeelte van zijn verhaal verkondigde ik in deel I van deze serie al, maar om het hier maar even kort samen te vatten: een gedeelte van hun rijkdom geven renteniers uit, erfgenamen (en voormalige echtgenoten!) moeten vermogens delen met elkaar, en overheden belasten allerlei dingen. Plotseling blijft er dan een stuk minder over voor de volgende generatie.

Gelooft u dat niet? Zelfs dan is confisqueren niet nodig. Herinnert u zich nog  van hiervoor dat de ratio tussen kapitaal en nationaal inkomen voor altijd rond de vier zal blijven hangen? Dat kunnen we eenvoudig uitbuiten. Als we ervoor zorgen dat middenklasse twee keer het nationale inkomen bezit, zouden we een nog gelijkere verdeling zien dan nu. En dat is relatief eenvoudig te bewerkstelligen: door alle pensioenen, werkloosheidsuitkeringen,  en zorgvoorzieningen vorm te geven als spaarplannen en levensloopvoorzieningen in plaats van verzekeringen of belastingpotjes, kunnen enorme grote groepen mensen forse hoeveelheden kapitaal opbouwen. En die klapt komt Piketty’s schrikbeeld nooit meer te boven. Want twee keer twee is vier, dat vindt hij zelfs. En zo maken we iedereen rijk, zonder iedereen arm te hoeven maken.