Tenzij er in de laatste weken van dit jaar een wonder gebeurt, zalCapital in the Twenty-First Century (verder Capital) van de Franse econoom Thomas Piketty hét economisch boek van 2014 blijven. Dat boek bevat een schat aan historische cijfers en is zeer het lezen waard. De interpretatie van die cijfers door de auteur maakt Capital echter een potentieel uiterst gevaarlijk boek.

r-g

Volgens Piketty ontstaat vermogensongelijkheid als het rendement op kapitaal groter is dan de economische groei.

De kern van Piketty’s boek is dat het rendement op kapitaal door de tijd heen hoger is dan de economische groei. Dit leidt ertoe dat er groeiende vermogensongelijkheid ontstaat, wat vervolgens tot groeiende economische en maatschappelijke instabiliteit leidt. Op de these dat r > g valt wel het een en ander af te dingen. Anderen hebben dat al uitvoerig gedaan, ik zal dat hier niet overdoen (zie voor een bespreking van de kritiek op zijn data-analyse dit artikel uit The Economist). Laten we voor het moment als een soort gedachtenexperiment aannemen dat Piketty gelijk heeft met zijn r > g these. En laten we ook aannemen dat groeiende economische ongelijkheid op zich ook inderdaad tot ongewenste maatschappelijke ontwrichting kan leiden (voedselrellen, revoluties etc). Mijn bestudering van de monetaire geschiedenis (uitmondend in mijn boek Geldmoord) leidde me tot dezelfde conclusie. Merk wel op dat grote ongelijkheid ongewenste maatschappelijke gevolgen kan hebben, niet enige ongelijkheid an sich.

Vermogen hebben is vies

Aangenomen dat r inderdaad > g en dat groeiende economische ongelijkheid inderdaad ongewenste maatschappelijke gevolgen kan hebben, wat voor conclusies moeten we dan hieruit trekken? Het is op dit punt dat Capital van een nuttig statistisch naslagwerk verandert in een potentieel gevaarlijk boek. De beleidsagenda die aan de statistische analyse wordt gekoppeld, is namelijk buitengewoon radicaal.

Een belangrijk deel van Pikettys oplossing is vermogenden, in fiscale termen, vogelvrij verklaren. Vermogensbelasting moet fors omhoog. Het suggereert dat vermogen hebben een vies iets is. Het maakt niet uit hoe iemand rijk is geworden, ook al is het door een geniale uitvinding of een leven lang hard werken: accumulatie van kapitaal is ongewenst en dient dus te worden bestreden. Een ander belangrijk aspect van Piketty’s beleidagenda is dat ongelijkheid volgens hem alleen door overheidsingrijpen kan worden aangepakt. Zonder het met zoveel woorden te zeggen, pleit Piketty in feite voor een socialistische samenleving. Overigens is dat in een vrije samenleving een volstrekt legitiem streven. Het is helaas wel een streven dat ertoe kan leiden dat diezelfde vrije samenleving wordt ondermijnd. De geschiedenis van de laatste veertig jaar leert namelijk dat in handen van socialistische beleidsmakers gelijkheid en vrijheid communicerende vaten zijn: hoe meer we van de een hebben, des te minder houden we over van de ander.

In handen van socialistische beleidsmakers zijn gelijkheid en vrijheid communicerende vaten: hoe meer we van de een hebben, des te minder houden we over van de ander.

Zorgen voor de zwaksten

Pikettys geloof in de gelijkheidsbevorderende rol van de overheid komt me overigens wat naief voor. In tegenstelling tot de auteur zelf ben ik geboren en getogen in een land waar de rol van de overheid in het economisch leven zeer groot was (het voormalige Joegoslavië). De belastingtarieven lagen er hoog, de private sector werd zo klein mogelijk gehouden. Gelijkheid was één van de hoofddoelen van het overheidsbeleid. Toch was er ook in dat land grote ongelijkheid – zowel van inkomen als van kapitaal. Dat mag geen verbazing wekken. Ongelijkheid tussen mensen is namelijk een natuurlijk verschijnsel. Het heeft niet noodzakelijk te maken met de staatsinrichting of economische ordening van een land. Of met het kapitalisme, hoe graag Piketty ons dat ook wil doen geloven.

A Theory of Justice - John Rawls

A Theory of Justice – John Rawls

Wat wij, omwille van economische, politieke en maatschappelijke stabiliteit, gezamenlijk moeten doen is voor de zwaksten in de samenleving zorgen. Niet alleen omdat grote ongelijkheid inderdaad een maatschappij kan ontwrichten maar ook omdat het vanuit het vrije individu een rationele keuze is. Zoals de Amerikaanse sociaaldemocratische filosoof John Rawls schreef in zijn A Theory of Justice: als ieder van ons het sociale contract zou mogen opstellen voor de samenlevingen waarin hij/zij geboren zal worden, zonder te weten of wij in die maatschappij bij de sterken of zwakken zullen horen, dan is het logisch om, uit eigenbelang, het contract zodanig op te stellen dat de rechten van allen worden gerespecteerd en de zwakkeren toch een fatsoenlijk bestaan kunnen hebben. Maar dat is níet hetzelfde, of liever gezegd: dat mág niet hetzelfde zijn als alles wat boven het maaiveld uitsteekt een kopje kleiner maken. En dat is wel waar de voorstellen van de Fransman op neer lijken te komen.

Spaartegoeden belasten verzwakt middenklasse

De kern van Piketty’s bewijsvoering is, zoals gezegd, dat het rendement op kapitaal door de tijd heen hoger is dan de economische groei.  Piketty stelt voor dat probleem op te lossen door het rendement op kapitaal omlaag te drukken. Maar als je het hogere rendement al een probleem vindt, waarom dan niet ervoor kiezen dit probleem op te lossen door de economische groei op te krikken? Dat is een veel betere oplossing omdat daardoor diegenen die achter zijn gebleven, gemeten naar inkomen en vermogen, op de welvaartsladder omhoog klimmen in plaats van onderaan blijven bungelen. Vrij naar Margaret Thatcher: wat kan het ons schelen dat de rijken rijker worden, zolang de levensomstandigheden van de armen nadrukkelijk verbeteren? Streven naar vooruitgang, innoveren, uitvinden en steeds efficiënter worden is wat economische groei aanjaagt. Niemand gaat innoveren en uitvinden als hij/zij de vruchten daarvan niet mag plukken. Anders gezegd: door te kiezen voor de weg van economische groei aanjagen kiezen we ook voor het creëren van een sterke middenklasse. Piketty’s keuze – hun spaartegoeden zwaarder belasten – maakt de middenklasse juist zwakker.

Streven naar vooruitgang, innoveren, uitvinden en steeds efficiënter worden is wat economische groei aanjaagt.

Ik vraag me overigens af waarom Piketty niet kiest voor de aanvliegroute van het aanjagen van economische groei en in plaats van het maaiveld voor iedereen te verhogen juist alles wat boven het maaiveld uitsteekt een kopje kleiner te maken. Als economisch historicus moet hij toch weten dat de geschiedenis uitwijst dat een kleinere overheid innovatie aanjaagt en daarmee economische groei stimuleert. Het feit dat hij deze historische bewijslast negeert, helpt misschien om zijn politieke agenda te versterken, maar het komt de wetenschappelijke geloofwaardigheid van het boek bepaald niet ten goede.

Een van de 33 krijgswetten van de Chinese generaal Sun Tzu luidt ‘ken uw vijand’. Capital is zeker een aanrader: goed geschreven, grondig, provocerend. Maar vergeet bij het lezen niet dat de nauwelijks verborgen agenda van de auteur in zijn uitwerking funest zou zijn voor de vrije samenleving waar u en ik in geloven.

Vandaag verschijnt bij Amsterdam University Press Waarom Piketty Lezen: 49 reflecties op Kapitaal in de 21ste eeuw, ISBN 9789089648402