Een muntunie is geen lang leven beschoren als de betrokken landen niet ook een politieke unie vormen. Dat is een zeer vaak gehoorde conclusie bij debatten, discussies en vergezichten over de toekomst van de euro. Hét argument dat een muntunie niet zonder een politieke unie kan bestaan, is de historie van muntunies.

Er zijn veel muntunies geweest maar zonder een politieke unie erbij eindigden ze allemaal op de afvalberg van de historie. De Scandinavische en de Latijnse muntunies uit de negentiende eeuw – waarover later meer – zijn enkele voorbeelden.

Ik heb, om een paar redenen, enige moeite met die conclusie.

In de eerste plaats omdat die, als die waar zou zijn, geen ruimte laat voor een primeur.

In de tweede plaats is het feit dat twee of meer landen met elkaar een monetaire én een politieke unie vormen, geen garantie voor het eeuwige bestaan ervan. Ik kan het weten, ik ben geboren en getogen in voormalig Joegoslavië. Dat bestond uit zes lidstaten die samen én een muntunie én een politieke unie vormden. Die unie bestaat al ruim twintig jaar niet meer. Hetzelfde geldt voor Tsjecho-Slowakije of de Sovjet-Unie.

Als de mensen een unie niet (meer) willen, dan zal die, als die opgedrongen wordt, vroeg of laat op de klippen van de democratie vergaan

In de derde plaats is de genoemde conclusie in mijn ogen ook niet waar. Ik ken minstens één de facto monetaire unie die niet alleen lang bestond maar ook een groot succes was, terwijl er geen sprake was van een politieke unie. Ik heb het dan niet over een of andere obscure muntunie tussen twee landen waarvan u nog nooit hebt gehoord, maar over de facto monetaire unie tussen Nederland en Duitsland. Wij hebben begin jaren tachtig onze gulden vastgekoppeld aan de Duitse mark. In wezen hebben wij toen een muntunie gevormd met Duitsland. Maar behalve af en toe een vooral symbolische, gezamenlijke vergadering van de twee regeringen, hebben die twee landen in vredestijd nooit een politieke unie gekend. Aan de Nederlands-Duitse monetaire unie is wel een einde gekomen maar alleen omdat de eurozone tot stand kwam en beide landen erin opgingen. Afgaand op de ervaringen, óók in zeer volatiele, spannende en onzekere tijden op de beurzen en in de economie, vermoed ik dat als we geen euro hadden gehad, de gulden anno 2015 nog steeds vastgeklonken zou zijn aan de mark en dat die koppeling uiterst succesvol was geweest.

Normen en waarden

Het succes van de Nederlands-Duitse monetaire unie zónder een politieke unie schuilt in het feit dat het een monetair huwelijk was tussen twee landen die dezelfde financieel-economisch-monetaire normen en waarden deelden.

Wat kunnen we met deze opmerkingen in relatie tot de euro? In de eerste plaats kunnen we stellen dat ook áls de eurolanden een politieke unie vormen, zoals de politieke en economische elite in Europa maar ook Nederland wil, dat niet zal betekenen dat de euro voor eeuwig zal zijn (wel dat de rekening om te proberen er iets van te maken, zal oplopen). Als de mensen zo’n unie niet meer willen, dan zal die vroeg of laat op de klippen van de democratie vergaan. Dit zal zeker gelden wanneer zo’n politieke unie aan de mensen opgedrongen wordt, dus als velen die vanaf het begin niet willen. Wederom is mijn geboorteland Joegoslavië een goed voorbeeld, waarover ik eerder uitgebreid geschreven heb.

In de tweede plaats kunnen we stellen dat een gemeenschappelijke munt in Europa wel degelijk kan werken. Ook – of misschien wel juíst – zonder een politieke unie, zolang de landen die eraan meedoen dezelfde financieel-economisch-monetaire waarden delen.

Hanze-euro

Dat houdt in: als alle deelnemende landen fiscale discipline belangrijk vinden én ernaar handelen, de gezamenlijke centrale bank echt onafhankelijk is van de politici (dus niet ECB-onafhankelijk) en de gemeenschappelijke markt een echte gemeenschappelijke markt is voor goederen, diensten, kapitaalverkeer en mensen. Die landen kunnen een muntunie vormen zonder op te moeten gaan in een superstaat. In Europa hebben we landen die aan dat profiel voldoen en die volgens mij samen in staat zouden zijn een succesvolle muntunie te vormen zónder een politieke unie. Ik heb die gedroomde muntunie de Hanze-euro genoemd en heb die al eerder uitgebreider beschreven.

Er zijn gewoon wetten en regels van kracht die een overname door een buitenlands bedrijf in feite verbieden

De huidige eurozone voldoet níet aan dat profiel. Fiscale discipline is er ver te zoeken, de ECB is niet onafhankelijk of apolitiek en over de gemeenschappelijke markt gesproken: probeer maar eens een dienst in een ander EU-land aan te bieden, grote kans dat je lid moet zijn van een gilde of aan allerlei eisen moet voldoen voordat je je gang mag gaan. Een gemeenschappelijke markt in diensten is er in de EU nauwelijks. En hoe vaak lezen we niet dat een bedrijfsovername is verijdeld door de autoriteiten in een EU-land? Denk aan ABN AMRO en Antonveneta destijds. Die bescherming tegen overnames van ‘eigen’ bedrijven door buitenlandse partijen is inmiddels in veel EU-landen volkomen geïnstitutionaliseerd, vooral in Frankrijk, maar andere landen kunnen er ook wat van.

Er zijn gewoon wetten en regels van kracht die een overname door een buitenlands bedrijf in feite verbieden. Vrij verkeer van mensen staat behoorlijk onder druk omdat daar vaak misbruik van wordt gemaakt maar dát komt weer doordat de lidstaten economieën hebben die behoorlijk van elkaar verschillen; niet alleen qua welvaart maar ook qua vooruitzichten voor de toekomst. Als een Zweed naar Nederland verhuist, is er niemand die daar moeite mee heeft. Iedereen weet dat die Zweed hier niet komt voor onze uitkeringen of dergelijke; die heeft hij thuis ook. Voor een Griek, Spanjaard, Portugees et cetera ligt dat heel anders.

De euro is net een werk van Escher: wat je ziet lijkt echt te kunnen maar als je beter kijkt, zie je dat je voor de gek gehouden wordt

Euro is een onmogelijk project

Dit betekent in mijn ogen dat de eurozone geen lang leven is beschoren. De euro is net een werk van Escher: wat je ziet lijkt echt te kunnen maar als je beter kijkt, zie je dat je voor de gek gehouden wordt. Ik zou niet weten op welke basis, grenzeloos geloof in sprookjes daargelaten, iemand nog een greintje hoop kan hebben dat álle eurolanden fiscale discipline belangrijk zullen vinden en ernaar zullen handelen. Als de interne markt in diensten in de afgelopen decennia, toen de economische bomen tot aan de hemel groeiden en dus de draagvlak voor zoiets in principe sterk was, niet tot stand is gekomen, dan komt die waarschijnlijk nooit meer tot stand. Over vrij verkeer van kapitaal praten op het moment dat geld overmaken vanuit Griekenland naar andere eurolanden onmogelijk is, is gewoon krankzinnig. Onder deze omstandigheden is het rentebeleid van de gemeenschappelijke centrale bank altijd verkeerd voor bijna alle landen: de rente is te hoog voor de ene groep landen, en tegelijkertijd te laag voor de andere landen. Hetzelfde geldt voor de euro, die is op elk gegeven moment te sterk voor een deel van de muntunie en te zwak voor het andere deel.

Proberen de economische modellen, economische normen en waarden van twee groepen landen met elkaar samen te voegen, zoals in de eurozone, is net als proberen olie en water te mengen: die twee gaan nooit samen

In de EU is er alle ruimte voor muntunies. De nadruk ligt hier op meervoud. Landen die dezelfde financieel-economisch-monetaire normen en waarden kennen, kunnen gerust samen een munt delen. Dus Nederland en Duitsland kunnen dat, maar Nederland en Griekenland niet. Zweden en Finland kunnen dat, maar Zweden en Italië niet. Nederland, Zweden, Finland én Duitsland kunnen ook een munt delen, net als Italië, Griekenland, Portugal en Spanje wellicht. Maar níet Nederland, Duitsland, Zweden, Finland, Italië, Griekenland, Portugal en Spanje. Proberen de economische modellen, economische normen en waarden van die twee groepen landen met elkaar samen te voegen is net als proberen olie en water te mengen: je kunt schudden totdat je een ons weegt maar olie en water gaan nooit samen.

Grexit…opnieuw?

Trouwens, over Griekenland gesprokken, de monetaire historie leert ons een belangrijke les met betrekking tot dat land, een les die relevant is vandaag de dag. De euro is niet de eerste muntunie die Griekenland vormt met enkele andere Europese landen.

In 1866 vormden Frankrijk, Italië, België en Zwitserland de Latijnse Monetaire Unie. Die muntunie had geen eigen gemeenschappelijk geld, de afspraak was simpelweg dat alle munten van de deelnemende landen een bepaalde hoeveelheid edelmetaal moesten bevatten en in alle deelnemende landen geldig betaalmiddel waren. Twee jaar later trad Griekenland toe tot die muntunie.

Latin_Monetary_Union_TreatyMaar Griekenland had een structureel zwakke economie (sommige dingen veranderen blijkbaar nooit). Athene probeerde dat niet te verhelpen met de nodige hervormingen, maar koos de makkelijke uitweg, namelijk het uithollen van de waarde van het geld. Griekenland verlaagde stiekem het aandeel van edelmetalen in eigen munten. Die waren daardoor in feite minder waard dan het getal wat erop stond en Griekenland kon zo goedkoper invoeren want het betaalde de invoer met munten die minder waard waren dan de nominale waarde.

Toen de andere landen erachter kwamen, gooiden de Griekenland eruit. Die grexit of beter grexpulsion vond plaats in 1908. Twee jaar later stonden ze Griekenland toe opnieuw toe te treden. Dat bleek het begin van het einde van de Latijnse Muntunie te zijn. De uitbraak van de Eerste Wereldoorlog was de doodsteek. Niet alleen voor die muntunie maar ook de Scandinavische muntunie tussen Noorwegen, Zweden en Finland in het noorden van Europa. Overigens, net als bij de Latijnse muntunie trad Griekenland twee jaar na de geboorte ervan toe tot de euro. En de gebeurtenissen van de laatste weken en dagen kunnen we, met een beetje fantasie, zien als het uittreden uit de euro en het opnieuw toetreden. Dat is een omen aan het euro-firmament. ‘Als je wilt dat het heden anders wordt dan het verleden, bestudeer het verleden dan’ schreef Baruch Spinoza ooit. Wijze woorden. Ook nu. Zeker nu.