‘Een verlaging van de pensioenen in 2016 is niet aan de orde, maar de kans dat we de pensioenen in 2017 moeten verlagen wordt wel groter.’ Dat zei bestuursvoorzitter van het ABP, het grootste Nederlandse pensioenfonds, Corien Wortmann-Kool gisteren bij de presentatie van het kwartaalresultaat van het ABP. De bestuursvoorzitters van de andere pensioengiganten zoals pensioenfonds Zorg en Welzijn of metaalfondsen PME en PMT, uitten dezelfde waarschuwing. Bij Jalta las u in de zomer van vorig jaar al erover.

Let op: dit gaat over daadwerkelijk korten van de nominale pensioenen, zeg maar het bedrag dat gepensioneerden maandelijks ontvangen. Dit kunnen we zien als zichtbaar korten van de pensioenen. Dit om onderscheid te maken met ónzichtbaar korten van de Nederlandse pensioenen, wat al jaren achtereen gebeurt doordat de uitkeringen niet aangepast worden aan de inflatie. Deze zogeheten indexatie zat er de afgelopen jaren niet in en zit er de komende jaren ook niet in. Het komt erop neer dat het bedrag dat een gepensioneerde elke maand bijgeschreven krijgt niet verandert maar wat hij/zij ermee kan kopen wél, namelijk minder. Immers, alles wordt duurder maar het inkomen gaat niet omhoog. Het is alsof u elke week boodschappen gaat doen voor 50 euro. Als de prijzen stijgen en u loopt uw supermarkt nog steeds met een briefje van 50 binnen, zult u merken dat u steeds minder producten in uw boodschappenkar kunt gooien voor dat geld.

Het probleem is dat de dekkingsgraden van die pensioenfondsen te laag zijn. De dekkingsgraad is te zien als de hartslag van een pensioenfonds. Ligt die graad onder 100, dan betekent dat dat het fonds te weinig middelen heeft om alle pensioenen die het moet uitbetalen – nu en in de toekomst – ook uit kán betalen. Dat is, tenzij er of meer geld binnenkort óf de pensioenuitkeringen omlaag gaan.

Als de rentes binnen afzienbare tijd stijgen en/of de pensioenfondsen schitterende rendementen behalen op hun aandelenbeleggingen, hoeft er niet gekort te worden

De dekkingsgraad wordt uitgerekend door de bezittingen van een pensioenfonds te delen door de pensioenverplichtingen, waarbij die laatsten worden berekend door toekomstige verplichtingen aan te passen aan de huidige rente. Immers, hoe hoger de rente des te hoger het rendement en hoeven pensioenfondsen nú minder geld in kas te hebben. Maar bij een lage rente moeten ze juist meer geld in kas hebben om aan alle verplichtingen te kunnen voldoen.

Lege kassen

En daarmee komen we tot de crux van het verhaal. Het zal niemand ontgaan zijn dat de rentes van alle looptijden in Nederland en de eurozone historisch laag zijn. De Nederlandse lange rentes waren bijvoorbeeld sinds de middeleeuwen niet zo laag geweest als nu. Voor onze pensioenfondsen betekent dat dat ze dus veel meer geld in kas moeten hebben dan in het verleden om alle beloofde pensioenen uit te kunnen betalen.

Zoals ik al opgemerkt heb hoeft dat niet te leiden tot hogere pensioenpremies of een verlaging van pensioenuitkeringen. Als de rentes binnen afzienbare tijd stijgen en/of de pensioenfondsen schitterende rendementen behalen op hun aandelenbeleggingen, hoeft er niet gekort te worden.

En daar zit het probleem van de Nederlandse pensioenen. Aangezien de Europese Centrale Bank (ECB) tegenwoordig met zijn beleid van kwantitatieve verruiming (ofwel voor meer dan 60 miljard euro per maand, ofwel circa 30.000 euro per seconde, opkopen van staatsobligaties van de eurolanden) in feite de langetermijnrentes in het euroland bepaalt én gezien het feit dat de bank onlangs besloten heeft daarmee tot minstens diep in 2017 door te gaan, ziet het er niet naar uit dat de langetermijnrentes binnen afzienbare tijd omhoog zúllen gaan. Die ontsnappingsroute is dus geblokkeerd voor onze pensioenfondsen.

Wat ik voor me zie is een soort once in a lifetime perfecte storm waarmee de Nederlandse pensioenfondsen te maken kunnen krijgen

Dan maar proberen via hogere rendementen op aandelen weg te komen. Helaas lijkt die route ook dicht te zijn. De laatste tijd zijn de aandelenkoersen fors gezakt en, zoals ik eerder uitgebreid omschreven heb, moeten we er rekening mee houden dat het tijdperk van hoge aandelenrendementen voorlopig over is. De kunstmatig lage rente – in navolging van het schandaal met de software van Volkswagen en het woord van het jaar namelijk ‘sjoemelsoftware’ noem ik de rentes in het euroland voortaan sjoemelrente, een woord dat ontstaan is in een late avond twittergesprek met Kees Maas van het bedrijf DCA – heeft onder meer op de aandelenmarkt voor een enorme zeepbel gezorgd. Hét probleem met zeepbellen is dat ze niet houdbaar zijn, de ECB moet steeds ruimer beleid voeren om de zeepbel in stand te houden, maar dat maakt de situatie alleen maar onhoudbaarder op termijn en drukt die sjoemelrentes verder omlaag, met alle gevolgen van dien voor de dekkingsgraden. De winsten van bedrijven rechtvaardigen de hoge aandelenkoersen ook al lang niet meer. Die twee zaken samen beloven niet veel goeds voor de aandelenkoersen voor de komende jaren.

Perfecte storm

Wat ik voor me zie is een soort once in a lifetime gebeurtenis waarmee de Nederlandse pensioenfondsen te maken kunnen krijgen, namelijk (fors) dalende aandelenkoersen terwijl de langetermijnrentes tegelijkertijd, door het beleid van de ECB, voorlopig laag blijven. Dat zou betekenen dat terwijl de dekkingsgraden omlaag gaan, waardoor het vermogen met een lagere rente verdisconteerd moet worden zoals dat heet, de omvang van dat vermogen ook zal afnemen door de lagere aandelenkoersen. Tel daarbij de vergrijzing op – wat betekent dat er straks meer geld úit de pensioenfondsen vloeit, aan pensioenuitkeringen, dan dat erin komt, aan premies – en we hebben inderdaad de perfecte storm voor de Nederlandse pensioenen te pakken.

Hoe erg het kan worden, bleek overigens eerder deze week toen de European Insurance and Occupational Pensions Authority (EIOPA) de resultaten van de eerste stress test voor pensioenfondsen bekend maakte. De EIOPA ging na wat voor gevolgen een behoorlijke daling van de koersen op de financiële markten voor pensioenfondsen en dus pensioenen zou hebben en omschrijft de gevolgen als ‘dramatisch’. De pensioenfondsen zouden bijna van de ene dag op de andere hun dekkingsgraden met tientallen procentpunten zien dalen, tot ca. 60. Mocht dat werkelijk gebeuren dan zouden pensioenuitkeringen met minstens 10 tot 20 procent omlaag moeten, is mijn inschatting. Dat de Nederlandse pensioenfondsen kwetsbaar zijn, wisten we natuurlijk ook zonder zo’n stress test.

Het mag duidelijk zijn dat de kans niet groot is dat de financiële positie van de Nederlandse pensioenfondsen binnen afzienbare tijd zal verbeteren door stijgende rente en/of behoorlijke toename van het rendement.

Om toch aan alle toekomstige verplichtingen te kunnen voldoen móeten de pensioenfondsen dan inderdaad de pensioenuitkeringen verlagen en/of de premies verhogen. Het ABP bijvoorbeeld heeft dat laatste al aangekondigd; per 1 april dit jaar – helaas geen grap – betalen deelnemers bij het ABP meer pensioenpremie. Meer premie dus voor een zeer waarschijnlijk láger nominaal pensioen om nog te zwijgen over hun reëel (wel of niet aangepast aan de inflatie) pensioen.

Wat zou kunnen helpen is als die pensioenfondsenbesturen beter op de hoogte zouden zijn van wat het beleid van de ECB precies inhoudt en betekent voor de toekomst

Maar het kan toch niet zo zijn dan de pensioenfondsbesturen niets kunnen doen dan alleen maar toekijken hoe de Nederlandse pensioenen de grond ingeboord worden, hoor ik u denken. Nou, voor een deel is dat toch echt waar. Wat moeten die besturen doen? Om pensioenen uit te kunnen betalen móeten ze wel beleggen, premies alleen zijn voldoende voor misschien 20 procent van een pensioenuitkering. Maar wáár moeten ze beleggen dan, behalve (staats)obligaties en aandelen? De oude beursles dat je je investeringen moet spreiden om zo minder risico te lopen ermee, gaat ook niet meer op door het beleid van de centrale banken zoals de ECB. Immers, zij hebben zowel op de aandelen- als de obligatiemarkt voor een enorme zeepbel gezorgd.

Wie zijn beleggingen dan spreidt tussen die twee, dénkt dat die goed bezig is terwijl het in feite heel weinig tot niets uitmaakt. Beide zijn immers een zeepbel. William White van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OECD) zei onlangs over beleggingen in staatsobligaties dat ‘het bij een volgende recessie duidelijk zal worden dat veel van die obligaties nooit terugbetaald zullen worden of zelfs de rente erover betaald zal worden, iets wat zeer hard aan zal komen bij mensen die denken bezittingen te hebben die iets waard zijn.’

Meer gaan beleggen in andere landen is, afgezien van de regels waaraan pensioenfondsen zich moeten houden, nauwelijks een optie voor onze pensioenfondsen. Het risico kan te hoog zijn, denk alleen aan wisselkoersrisico’s maar ook politieke en economische risico’s (andere landen kunnen door eigen problemen besluiten de grens de sluiten voor kapitaal, waardoor je je beleggingen niet naar Nederland kunt terughalen). Meer risico nemen op het moment dat een grote groep deelnemers met pensioen gaat – vergrijzing he! – is niet raadzaam.

Borrel belangrijker dan beleid

Wat wel zou kunnen helpen is als die pensioenfondsenbesturen beter op de hoogte zouden zijn van wat het beleid van de ECB precies inhoudt en betekent voor de toekomst. Daardoor zouden ze bijvoorbeeld hun deelnemers beter kunnen uitleggen wat er gaande is, in plaats van in het nieuws te komen, zoals de voorzitter van het pensioenfonds PMT Jan Berghuis, met dat het moeilijk is de situatie aan zijn deelnemers uit te leggen. Ja natuurlijk is het moeilijk als je het ECB-beleid en de gevolgen ervan niet begrijpt.

Er wordt in Nederland een pensioenzesdaagse á 2.000 euro georganiseerd over ‘actuele pensioenthema’s’ met aandacht voor van alles en nog wat… behalve voor het ECB-beleid

En dáár, daar kunnen de pensioenfondsen wel veel aan doen. Zij hebben enorme opleidingsbudgetten die ze echter spenderen aan conferenties zoals de pensioenzesdaagse van IIR, dat zichzelf omschrijft als ‘kennis- en netwerkorganisatie die al ruim 25 jaar de meest actuele vakinhoudelijke kennis voor professionals’ verzorgt. Dat bedrijf organiseert dus dit jaar zijn Pensioenreeks 2016; een zestal bijeenkomsten over ‘actuele thema’s die wij (IIR dus, E.M.) op basis van onderzoek in de markt en samen met onze Pensioen Adviesraad hebben gekozen’. Geloof het of niet, maar tijdens die zes dagen – á 2.000 euro overigens – is er aandacht voor werkelijk alles en nog wat – nog net niet voor de relatie tussen het weer in Zuid-Afrika en de rendementen van de Nederlandse pensioenfondsen…behalve voor het ECB-beleid! Er wordt met geen woord tijdens die pensioenzesdaagse over de olifant in de pensioenkamer, de ECB, gerept en dat terwijl dát beleid de Nederlandse pensioenen, zowel nominaal als reëel, bepaalt, nu en de komende jaren!

Het feit dat in de 5 regels lange omschrijving van die zesdaagse twee keer het woord ‘borrel’ in voorkomt, zegt veel over waar de focus op ligt. Het enige wat erger is dan het organiseren van een pensioenzesdaagse over ‘actuele thema’s’ en geen seconde aandacht te schenken aan het ECB-beleid is dat de bestuurders van de Nederlandse pensioenfondsen en masse naar zo’n bijeenkomst zullen gaan. En dan later dit jaar herhalen dat het moeilijk is de situatie aan de deelnemers uit te leggen! Maar ja, het opleidingsbudget is op, er was een heerlijke borrel en dáár gaat het blijkbaar om.

Zoals gezegd gaat bij het ABP de pensioenpremie per 1 april omhoog terwijl de uitkeringen in 2017 waarschijnlijk omlaag gaan. De deelnemers betalen dus méér voor een láger pensioen. Ik vrees dat het ABP niet het enige pensioenfonds zal zijn dat met die voor de deelnemers dodelijke combinatie te maken zal hebben. Dat deelnemers almaar meer moeten betalen voor een almaar lager pensioen, is voor het overgrote deel te danken aan het beleid van de ECB. Dan kom ik toch even terug op de vraag of de pensioenfondsen niet iets kunnen doen. Ze kunnen wel iets doen maar niet veel.

Wie wél veel kan doen voor de Nederlandse pensioenen is natuurlijk onze regering in Den Haag. Die kan en moet zeggen dat het ECB-beleid níet in het belang van Nederland is en zich inzetten voor een verandering van dat beleid. Maar dat gaat moeilijk als de minister van Financiën in die regering het ECB-beleid goed voor Nederland noemt! In deze monetaire oorlog die aan de Nederlandse spaarder, gepensioneerde en deelnemers die nog met pensioen moeten gaan (niet alleen de pensioenen die in 2017 uitbetaald worden, worden gekort, ook de opgebouwde aanspraken gaan omlaag) verklaard is, hoeft de Nederlander niet te rekenen op steun van zijn overheid. Den Haag zwijgt in alle toonaarden en wie zwijgt stemt toe.

O ja, tot slot: in dit artikel heb ik het vooral gehad over het zichtbaar korten op de pensioenen en heb ik even verwezen naar de onzichtbare kortingen de afgelopen jaren, toen de uitkeringen niet aangepast werden op de inflatie. Die is op het moment zeer laag, dus dat onzichtbaar korten is daarmee nog onzichtbaarder als het ware. Een zeer waarschijnlijk gevolg van het ECB-beleid in de toekomst zal veel hogere inflatie zijn. Die aanslag op onder meer ons pensioengeld moet dus nog komen. Wellicht moeten we ondertussen gaan spreken van een pensioenmoord door de ECB, een gevolg van wat ik eerder geldmoord heb genoemd, tegenwoordig uitgevoerd met sjoemelrentes dus.

Dit is een artikel dat onder meer als doel heeft aandacht vestigen op het belang van wat ik maatschappelijk verantwoord monetair beleid noem. Doe mee!

Pensioenfondsbesturen die wél alles over het ECB-beleid en de mogelijke gevolgen willen weten, worden vooral van harte uitgenodigd mee te doen!