In de jaren die achter ons liggen, hadden de lonen in Nederland harder moeten stijgen dan  ze gestegen zijn. De vakbonden zijn er niet in geslaagd redelijke loonstijgingen voor elkaar te krijgen voor de werkende Nederlander. Sterker, de stijging die we gezien hebben valt, zo kunnen we opmaken uit een deze week verschenen rapport van De Nederlandsche Bank (DNB), achteraf zelfs economisch onverantwoord te noemen. 

Op het eerste gezicht lijkt het DNB-rapport een reguliere publicatie. En toch zeg ik: het is niet zo. Het is tot op zekere hoogte zelfs een hypocriet rapport.

Laat ik beginnen met op te merken dat het me verbaast dat de conclusies van DNB met zoveel ophef werden gebracht. Het is namelijk alles behalve nieuws dat de werknemer er, relatief gezien, op achteruit is gegaan. Het is geen nieuws omdat het een trend is die we al enkele decennia lang zien. In de zogeheten G-10 landen, een groep bestaand uit Frankrijk, Duitsland, Nederland, België, Italië, Groot-Brittannië, Verenigde Staten, Canada, Japan en Zweden, zijn  de lonen als percentage van het bbp tussen medio jaren zeventig en vlak voor het begin van de huidige crisis duidelijk gedaald. Tegelijkertijd stegen bedrijfswinsten behoorlijk. De reden voor beide is de globalisering: die zorgde ervoor dat produceren daar waar de kosten het laagst zijn, makkelijker werd terwijl tegelijkertijd de loonstijgingen mager waren door de aanhoudende dreiging banen te verplaatsen naar andere landen. Het aanbod van arbeid overtrof de vraag zogezegd, op mondiaal niveau gezien althans.

In de tweede plaats: DNB schrijft dat de arbeidsinkomensquote, het aandeel van lonen in het bruto nationaal product van Nederland, veel lager ligt dan we allemaal denken. DNB heeft namelijk die zogeheten AIQ met een nieuwe methode berekend en dan blijkt die veel lager te zijn dan tot nu toe werd aangenomen.

De Nederlandsche bank schrijft niet dat de lage loonstijgingen al lang een trend zijn en het gevolg zijn van de werking van de basiswet van de economie, die van vraag en aanbod

AIQ en winsten van bedrijven zijn met elkaar verbonden: hoe hoger de AIQ des te lager de winsten en hoe lager de AIQ, hoe hoger de winsten. Wat DNB schrijft is dan ook dat als we naar de ouderwetse AIQ kijken, we het idee krijgen dat de financiële situatie van bedrijven fors is verslechterd sinds het begin van de crisis. In werkelijkheid is die dus juist flink verbeterd, ten koste van de werkenden in Nederland.

Hypocriet

Dat DNB dit achteraf een slechte zaak noemt, is gewoonweg hypocriet. Een belangrijke reden waarom de financiële situatie van bedrijven fors is verbeterd, is immers de historisch lage rente van de ECB en als gevolg daarvan van de marktrentes. DNB is een onderdeel van diezelfde ECB en heeft dus zelf bijgedragen aan wat de bank nu een slechte zaak noemt.

Tot slot de suggestie dat de lonen in Nederland de afgelopen jaren eigenlijk harder hadden moeten stijgen. Ik weet dat dit leuk klinkt: niemand minder dan DNB zegt tegen de werkende Nederlander dat hij in feite is beroofd. Zijn loon had hoger gemogen, gekund en gemoeten. En toch…hoe hoog de loonstijgingen kunnen zijn, op een eerlijke en verantwoorde manier, is afhankelijk van de verhoudingen op de arbeidsmarkt en de productiviteitsstijging van werknemers. Wanneer arbeid schaars is, is de vraag ernaar hoger dan het aanbod. In dat geval stijgt de prijs van arbeid en stijgen de lonen dus sneller. Wanneer daarentegen het aanbod van arbeid hoger is dan de vraag ernaar, is het alleen maar logisch dat de loonstijgingen mager zijn. En als de productiviteit sneller stijgt, dan is er meer ruimte voor loonsverhogingen dan wanneer die minder hard stijgt.

Wat we de afgelopen jaren hebben gezien is dat, door de crisis, de vraag naar arbeid lager was dan het aanbod. Dát dat zo is, zien we aan de barometer van de arbeidsmarkt, de werkloosheid. Die is gestegen…omdat het aanbod hoger is dan de vraag! Dit, de werking van wat waarschijnlijk de hoeksteen van de economie is, namelijk de wet van vraag en aanbod, komt echter niet voor in het onderzoek van DNB. In plaats daarvan impliceert DNB dat bedrijven meer ruimte hebben om behoorlijk hogere lonen te betalen.

Wat er ook niet in voorkomt is de relatie tussen lonen, loonstijgingen, productiviteit en productiviteitsstijgingen. Die relatie is in Nederland niet scheef.

Het nieuwe rekenen

Dit niet noemen van de wet van vraag en aanbod en de productiviteitsgroei is wat ik bedoelde met een artikel dat ik eerder op Jalta schreef. Daarin stelde ik dat onze beleidsmakers de afgelopen decennia zich als een soort God zijn gaan gedragen, overtuigd dat de samenleving en economie maakbaar zijn. Onze DNB schrijft niet dat de lage loonstijgingen al lang een trend zijn en het gevolg zijn van de werking van de genoemde basiswet van de economie. In plaats daarvan zegt de bank dat de AIQ eigenlijk veel lager is dan iedereen dacht en bewijst dat met een nieuwe berekening ervan. Uit die nieuwe berekening vloeit dan voort dat de winsten te hoog zijn en dus de lonen te laag. Maar wie is DNB om te impliceren dat de winsten te hoog zijn? Of die te hoog zijn of niet, dat kan niemand weten. Hoewel…niemand…alleen iemand die overtuigd is dat de economie en samenleving maakbaar zijn, kan beweren dat te weten.

Als de Nederlandse Staat op dit moment een lening opneemt met een looptijd van 30 jaar, dan betaalt die op zo’n lening circa 1,15 procent rente; laat de Staat vandaag 20 miljard lenen om in 2017, 2018, 2019 en 2020 de inkomstenbelasting en werkgeverslasten met 5 miljard euro per jaar te verlagen

Onze DNB zegt ‘er is ruimte voor hogere loonstijgingen, de afgelopen jaren zijn die te laag geweest’ zonder te kijken naar de arbeidsmarktverhoudingen en productiviteitsstijging. Het ziet er zo eerder naar uit dat DNB een soort moraalridder aan het spelen is; de lonen kunnen en moeten omhoog en dat de ontwikkelingen op de arbeidsmarkt dat niet onderstrepen…ach ja, het zijn maar de vraag en het aanbod.

Dát DNB graag zou zien dat de lonen de afgelopen jaren harder waren gestegen en de komende jaren hard zouden stijgen, dat is begrijpelijk. Binnenlandse consumptie is cruciaal voor economische groei. Een hoger inkomen betekent al snel meer consumptie en dus een hogere economische groei, iets wat we met zijn allen willen.

Maar waarom pleit DNB er niet voor de netto-lonen te verhogen via lagere lasten voor werknemers en werkgevers en dan niet door het geld daarvoor vrij te maken door het van diezelfde werkgevers en werknemers elders af te pakken? Toch niet omdat dat zou betekenen dat de overheid moet krimpen, om zo geld vrij te maken?  Ik weet het goed gemaakt. Ik ben principieel tegen begrotingstekorten. Het hebben van een staatsschuld vind ik normaal mits met mate (nu geen sprake van, is in mijn ogen te hoog). Waarom? Omdat je als land vaak moet investeren in de toekomst. Als die investeringen zich terugbetalen, dan mag…nee dat moet je dat met een lening financieren. Moet en niet mag omdat op die manier de investering ten laste van meerdere generaties komt en niet alleen van één generatie.

Als de Nederlandse Staat op dit moment een lening opneemt met een looptijd van 30 jaar, dan betaalt die op zo’n lening circa 1,15 procent rente. Laat de Staat vandaag 20 miljard daarvoor lenen om in 2017, 2018, 2019 en 2020 de inkomstenbelasting en werkgeverslasten met 5 miljard euro per jaar te verlagen. Het zou me niet verbazen als de voordelen ervan, namelijk meer consumptie, hogere lonen en meer banen, zoveel oplevert, zelfs bij een lager IB-tarief, dat de Staat zowel de rente als de aflossing van die lening er makkelijk mee kan financieren. En zoals ik eerder voorgesteld heb op deze plek: de Staat kan ook ervoor zorgen dat die in elk jaar tussen nu en 2046 minstens 5 miljard euro vrijmaakt voor een structurele verlaging van de belastingen en werkgeverslasten.

Als DNB toch zo graag nieuwe rekenmethodes wil ontwikkelen voor verschillende indicatoren, dan heb ik overigens eentje waar best wat mankracht en tijd in gestoken mag worden, namelijk toch even nader kijken naar de manier hoe de inflatie wordt berekend en of dat wel goed wordt gedaan want het kan geen toeval zijn dat een zeer grote groep Nederlanders zich niet kan vinden in de officiële inflatiecijfers zoals het Centraal Bureau voor de Statistiek die elke maand publiceert.