Een van de voordelen van het feit dat Nederland zich op een referendum mocht uitspreken over het associatieverdrag tussen de EU en Oekraïne is dat de kennis van de natie over Oekraïne waarschijnlijk nooit in de historie beter is geweest dan tegenwoordig. Dat is goed, nieuwe kennis opdoen, daar is niets mis mee. Maar…wat weten we over andere landen, meer specifiek, wat weten we over de landen waarmee we in het eurohuis zitten? Natuurlijk, de namen ervan komen we dagelijks tegen in onze kranten en op de radio en TV, maar wat er achter die namen zit, daar is vaak barweinig over bekend. Vandaar deze serie bij Jalta, getiteld Muntgenoten.

In de eerste twee afleveringen hebben we vertoefd in het zuiden van de muntunie, in Italië en op Malta. In deze derde aflevering gaan we haar het verre noorden van het euroland, naar Finland, sinds 1995 een EU-lidstaat.

Finland is lek. Althans, geologisch gesproken. Het land dat liefkozend ‘het land van duizend meren’ wordt genoemd – in de praktijk zijn er net iets minder dan 188.000 meren te vinden – is namelijk in economisch opzicht zo solide als het maar kan. In elk gegeven jaar is het vaker wel dan niet een van de sterkste landen van de eurozone.

Finland, een relatief jong land want is pas sinds 1917 zelfstandig, is ruim acht keer zo groot als Nederland qua oppervlakte maar er wonen er maar 5,5 miljoen mensen (waarvan een derde in en rond de hoofdstad Helsinki in het zuiden) wat van het noordelijkst gelegen muntgenoot het minst dichtbevolkt EU-land maakt. Met een gemiddeld inkomen van ruim 40.000 euro per jaar is Finland een van de rijkste eurolanden.

Arbeidsmarkt Achilleshiel

Dat we het over een sterk euroland hebben, blijkt ook uit de Finse score op de jaarlijkse toonaangevende lijst Global Competitiveness Index van het World Economic Forum. Hoewel Finland daarop sinds het begin van de crisis gezakt is, vinden we het land in de laatste editie op een gedeelde vierde plaats, de plek die het land deelt met Duitsland, Nederland, Japan en Hong Kong.

Wanneer we kijken naar het innovatief vermogen van de landen in de wereld, dan is er maar één die, marginaal, beter scoort dan Finland

Die score, hoewel uiteraard prima te noemen, verbloemt het feit dat het land, op de voor economische groei belangrijke deelgebieden, veel beter scoort en tot de beste ter wereld behoort. Zo zijn er nergens ter wereld publieke instellingen eerlijker, transparanter en efficiënter dan in Finland. Hetzelfde geldt voor de kwaliteit van de zorg en het basisonderwijs. De situatie in het hoger onderwijs is wel slechter…op dat lijstje vinden we Finland op plek 2. Wanneer we tot slot kijken naar het innovatief vermogen van de landen in de wereld, dan is er maar één die, marginaal, beter scoort dan Finland.

Wil dat alles zeggen dat er niets slecht te noemen is in Finland en dus geen ruimte voor verbetering bestaat? Nee. Op zaken zoals infrastructuur vinden we Finland niet bij de beste 30 bijvoorbeeld; een score waar veel andere landen een moord voor zouden doen maar voor Finland toch wel een slechte prestatie te noemen is.

Waar echter vooral veel terrein te winnen is, en waar Finland het gewoonweg laat afweten dus, is op het gebied van de inrichting van de arbeidsmarkt. De flexibiliteit daarvan laat te wensen over, op dat onderdeel vinden we Finland pas op plek 103. Het is vooral de manier waarop de loonafspraken worden gemaakt die uitblinkt in inflexibiliteit. Daarop scoort Finland zo slecht dat er geen enkel land ter wereld is dat het slechter doet! Het zijn deze zaken op de arbeidsmarkt die ervoor zorgen dat Finland, hoewel het zeer innovatief is, een prima opgeleide beroepsbevolking heeft en rijk is, de werkloosheid er opvallend hoog is voor een land met die kenmerken. In de jaren voor de crisis lag de werkloosheid er tussen 7 en 8 procent. Daarmee had Finland een hogere werkloosheid dat Italië, om maar een land te noemen.

Crisis komt hard aan

De huidige economische en financiële crisis heeft Finland hard geraakt. De economische groei kreeg een behoorlijke klap en de overheidsfinanciën verslechterden. De economische schade lijkt ook langdurig te zijn: terwijl het Nederlands bruto binnenlands product sinds kort terug is op het niveau van vóór de crisis, zal het in Finland nog jaren duren voordat het zo ver is. En waar de regering in Helsinki sinds de invoering van de euro elk jaar een begrotingsoverschot kon melden (met als het ‘slechtste’ jaar 1999 toen er ‘maar’ een overschot van 1,7 procent van het Finse bbp gerapporteerd kon worden, gemiddeld bedroeg het overschot elk jaar 3,8 procent van de Finse economie) en de staatsschuld tot slechts iets meer dan 30 procent van het bbp gedaald was, meldt het land begrotingstekorten en in de staatsschuld bijna verdubbeld.

Voor vele, keynesiaanse, economen en politici is Finland daarom hét bewijs dat gezonde overheidsfinanciën, lees een begrotingsoverschot en een lage staatsschuld, geen goede zaak zijn. Immers, Finland had aanhoudende begrotingsoverschotten en een zeer lage staatsschuld voor de crisis en is toch hard geraakt erdoor.

Sinds de komst van de euro had Finland elk jaar een begrotingsoverschot; gemiddeld genomen bedroeg dat 3,8 procent van het Finse bruto binnenlands product

Wat de jubelende zie-je-wel-dat-zwarte-cijfers-schrijven-geen-bescherming-bidt crowd ‘vergeet’ echter is dat er een duidelijk aanwijsbare reden is voor het feit dat Finland relatief hard geraakt is door de crisis. In de eerste plaats is de Finse economie niet echt gediversifieerd, niet qua economische sectoren – de techsector domineert – en niet qua export, met Rusland als een zeer belangrijke handelspartner. Rusland verkeert in een behoorlijk diepe economische crisis, wat vooral Finland dus hard raakt, zeker als we bedenken dat Rusland en de EU over en weer allerlei sancties ingesteld hebben.

Wat de genoemde crowd ook ‘vergeet’ te noemen is dat door de kwaliteit van zijn instituties én toch een behoorlijk gezonde financiële positie, Finland niet alleen wel eens snel uit deze crisis kan komen maar het land ook meer dan voldoende ruimte had om de crisispijn te verzachten door de schuld en het begrotingstekort te laten oplopen. Natuurlijk, andere eurolanden deden dat ook, maar Finland was een van de weinige eurolanden die daar ook de ruimte voor had zonder met dat opvoeren van de schuld met een faillissement in de toekomst te flirten. Wellicht is een vergelijking met de uiterwaarden een goede: toen de crisis toesloeg, kon Finland die gebieden vol laten lopen (lees, een begrotingstekort toestaan en de staatsschuld opvoeren) zonder schade waar andere eurolanden het water in de straten en pleinen zagen stromen (lees, die stonden er al financieel slecht voor en door de crisis moeten ze vrezen voor een faillissement). Met andere woorden: de verslechterde overheidsfinanciën van Helsinki zijn geen onoverkomelijk probleem voor de komende jaren, iets wat over landen zoals Frankrijk, Spanje of Italië zeer zeker niet gezegd kan worden. Die moeten echt vrezen voor een faillissement wanneer de economische situatie, en dus situatie op de financiële markten, normaliseert.  Finland hoeft dat niet te doen en is, met het oog op alles, een prachtig land om mee een munt te delen.