Er zijn weinig onderwerpen die de gemoederen zo kunnen verhitten als de vraag of de EU wel of niet een Staat moet worden. Ondertussen ís de EU in feite allang een Staat geworden!

Het was een week van vergezichten in de Europese Unie. De Franse minister van Economische Zaken Emmanuel Macron hield een pleidooi voor het ‘heruitvinden van de EU’ wat volgens hem synoniem is voor een begrotingsunie in de eurozone. Wat op zijn beurt betekent dat er een super-Eurocommissaris moet komen die dankzij zijn bevoegdheden tevens de aanvoerder van een regering voor de eurozone zou zijn. Ga maar na: minister van Financiën van de eurozone, laatste woord in het bepalen waar omvangrijke investeringsfondsen van de EU ingezet moeten worden, zeggenschap op het gebied van arbeidsmarktbeleid in de eurolanden en de bevoegdheid namens alle eurolanden samen geld te lenen op de kapitaalmarkt ofwel om eurozone staatsobligaties uit te geven. Die regering zou een echte regering zijn omdat veel bevoegdheden over zouden gaan van de lidstaten naar het centrum. Daarnaast ziet Macron een nieuw parlement geboren worden, het Euro-parlement, voor de landen van de eurozone.

Enkele dagen later hield Commissievoorzitter Jean-Claude Juncker zijn jaarlijkse State of the European Union toespraak, zeg maar de EU-versie van de Troonrede, in het Europees Parlement. Ook daar wemelde het van vergezichten die neerkomen op ‘meer EU’.

Beide heren reikten nieuw materiaal aan in een verhit debat, namelijk over de vraag of de EU of op zijn minst de eurozone, een Staat moet worden of niet. Er is een groep die voor een veel verdergaande samenwerking pleit: een politieke unie met gezamenlijke staatsobligaties (eurobonds) en een Europees Ministerie van Financiën. Lijnrecht tegenover deze federalisten staan diegenen die al die zaken ongewenst vinden of menen dat de samenwerking op veel gebieden afgebouwd moet worden. Doorgaans wordt deze groep populisten genoemd.

Er zijn EU ambassades, pardon, EU-delegaties, in 103 landen in de wereld

Ikzelf behoor tot de groep die meent dat een politieke unie of een veel verdere samenwerking binnen de EU op talloze gebieden ongewenst is, met als belangrijkste reden dat dat pás mag gaan gebeuren als de bevolking in alle EU-lidstaten zich daarover via een bindend referendum uitgesproken heeft en zijn goedkeurig heeft gegeven. Iets met demos en kratein zeg maar, wat vreemd genoeg veel democraten van nu verfoeien. Zonder zo’n referendum vind ik de push voor meer samenwerking en een politieke unie niet alleen ongewenst maar zelfs uiterst gevaarlijk. Dit op basis van een eerdere ervaring in mijn leven, waarover ik al uitgebreid geschreven heb. Maar…ik vraag me af of onze tijd en energie niet in een zonloos debat voeren. Dit is waarom.

Pak uw paspoort

Terwijl ik Juncker hoorde praten en een interview met Macron las, moest ik denken aan iets waar ik het in mijn zomervakantie met een reisgenoot over had.

Pak uw paspoort maar eens. Kijk er even op. Boven ‘Paspoort’ prijkt ‘Koninkrijk der Nederlanden’. Maar helemaal bovenaan ziet u ‘Europese Unie’ staan. Als u op een luchthaven buiten Europa landt, dan is het eerste wat de douanier daar ziet dat u uit de EU komt, met Nederland als een soort provincie. En mochten er in de rij achter u een Italiaan, een Duitser, een Fransman en een Spanjaard staan, dan zal die douanier alleen maar méér overtuigd zijn dat de EU een land is en wat er vlak onder staat aanduiding is van een provincie. De paspoorten van bijna alle EU-landen zijn namelijk rood; het enige wat anders is, behalve de taal waarin ‘Europese Unie’ en de naam van de lidstaat eronder zijn geschreven (Europese Unie klinkt in bijna alle Europese talen zodanig dat zelfs voor een douanier van Swaziland duidelijk is wat bovenaan al die paspoorten staat), is het wapen dat in het midden prijkt.

Dat is nogal een beeld van iets wat volgens de website van de Rijksoverheid ‘een economische en politieke samenwerking is van 28 Europese landen (lidstaten). ’ De EU is dus een samenwerkingsverband. Geen staat, geen confederatie, geen federatie maar samenwerkingsverband van 28 Europese landen. Of het een federatie wel of niet moet worden, daar gaat het debat dus over.

Formeel gesproken bestaan ze niet, EU-ministeries; in werkelijkheid zijn die er wel degelijk, alleen noemen we ze in het ‘Europees’ portefeuilles met aan het hoofd geen minister maar een Eurocommissaris

Als u nu denkt, goed, op onze paspoorten prijkt ‘Europese Unie’, dat maakt het nog geen Staat, zeker niet de iure maar ook niet de facto: daar ben ik het mee eens. Dat is, als het alleen om ‘Europese Unie’ op onze paspoorten zou gaan. Maar er is veel meer.

Als het kwaakt als een eend

Sinds 2009 en het Verdrag van Lissabon (in feite de eerder onder meer in Nederland afgewezen EU Grondwet, alleen nu met een andere naam) is de EU een rechtspersoon. Het mag dus met andere landen en instellingen verdragen sluiten en afspraken maken. Sinds 1985 al heeft de EU een eigen vlag. De EU heeft ook, eveneens sinds 1985 al, een eigen volkslied en een eigen feestdag (9 mei, de Dag van Europa). Een vlag, een volkslied en feestdagen, het zijn allemaal kenmerken van landen, niet van samenwerkingsverbanden. Zelfs op het sportgebied is bij minstens één sport sprake van een EU-team. De belangrijkste golftoernooi voor mannen is de Ryder Cup. Die wedstrijd gaat tussen Europa en de VS, maar we kunnen het net zo goed een wedstrijd tussen de VS en de EU noemen, aangezien alle spelers voor Europa uit de EU-landen komen.

Het hart van de EU is de Europese Commissie, die gezien de omvangrijke formele en informele bevoegdheden, de facto de EU-regering is. De Commissie kan wetsvoorstellen indienen, voert die vervolgens uit, ziet erop toe dat de EU-landen die Europese wetten implementeren, kan sancties opleggen als dat niet gebeurt, beheert de begroting van de EU (die jaar in jaar uit geen goedkeuring van de rekenkamer krijgt, wat elk jaar weer zonder gevolgen blijft) en vertegenwoordigt de EU in de wereld. Analoog aan ‘loopt het als een eend, en kwaakt het als een eend, dan is het een eend’ geldt hier in mijn ogen: ‘gedraagt het zich als een regering en ziet het eruit als een regering, dan is het een regering’. Om de schijn op te kunnen houden dat de EU-landen het voor het zeggen hebben, heet dat hart echter de Europese Commissie en geen regering. Dit zien we wel vaker in ‘Brussel’.

Formeel is de Pool Donald Tusk bijvoorbeeld de permanente voorzitter van de Europese Raad (raad van Staats- en regeringshoofden van alle EU-landen én de voorzitter van de Europese Commissie!) maar in de wandelgangen wordt hij genoemd zoals hij genoemd had moeten worden als de EU Grondwet was aangenomen, namelijk de EU President. Nog een voorbeeld? Op papier heeft de EU geen Ministeries. Logisch, dat kan ook niet want formeel heeft de EU ook geen regering. In werkelijkheid zijn die ministeries er wel degelijk, alleen noemen we ze in het ‘Europees’ portefeuilles met aan het hoofd geen minister maar een Eurocommissaris.

Het mooiste voorbeeld voor dat die portefeuilles en Eurocommissarissen de facto ministeries en ministers zijn en dus dat de Commissie de facto de EU-regering is, vind ik het feit dat de EU eigen ambassades heeft. Ik vermoed dat iedereen het hebben van ambassades associeert met een soeverein land. Komt u in problemen in een vreemd land, dan probeert u de ambassade van uw land te bereiken. Maar de EU en eigen ambassades? Zeker! Alleen spreekt de EU ook hier – de rode lijn, weet u nog – niet van ambassades maar noemt die ‘EU delegaties’. En daar zijn er nogal was in de wereld.

Er was eens de EEAS

Terwijl de afgelopen jaren alle ogen gericht waren op nieuwe instellingen zoals het noodfonds voor de euro, werd in 2011 het EEAS opgericht. EEAS staat voor European External Action Service ofwel de Europese dienst voor extern optreden. Dat is het ‘Europees’ voor de eigen diplomatieke dienst. Waar vinden we EEAS zoal? Het is makkelijker de vraag waar vinden we de EEAS níet te beantwoorden. Er zijn EU ambassades, pardon, delegaties in 103 landen in de wereld. Daarnaast zijn er 12 EU-delegaties die verantwoordelijk zijn voor meer dan één land, zoals bijvoorbeeld die in China (dekt ook Mongolië) en Zwitserland (ook verantwoordelijk voor Liechtenstein). Wat moet de EU in ‘s hemelsnaam met een delegatie in Zwitserland, dat zulke sterke banden met de EU heeft dat het voor een groot deel tot de EU gerekend mag worden, vraag ik me af?

Er zijn ook delegaties bij instellingen en andere entiteiten dan landen, zoals bij de Wereldhandelsorganisatie. Dáár kan ik me iets bij voorstellen, immers, de EU regelt de internationale handelsverhoudingen namens de EU-landen. Maar een EU-delegatie bij de Afrikaanse Unie? Waarom? Of bij de OESO die in Parijs zetelt? Of, om het helemaal bont te maken, drie EU-delegaties bij de VN, in Geneve, Wenen en New York. Ik kan me vergissen maar de EU is toch echt geen VN-lid dacht ik.

De welbekende G-20 bestaat uit 19 landen. Toch spreken we niet van G-19 maar de G-20. En dat komt door de Europese Unie

Die EU-delegaties en de EEAS vallen onder verantwoordelijkheid van de Hoge Afgevaardigde voor Buitenlandse Zaken en vice-president van de Europese Commissie Federica Mogherini. ‘Brussel’ noemt haar de Hoge Afgevaardigde waar gewoon EU Minister van Buitenlandse Zaken hoort te staan lijkt me. Wat doen die EU-amb..delegaties? Zij vertegenwoordigen, en dit komt van de site van EEAS vandaan, ‘de EU en zijn burgers in de wereld’. Maar worden de EU-burgers in de wereld niet vertegenwoordigd door de ambassades van hun land in den vreemde? Welke burgers vertegenwoordigen de EU-delegaties? Nederland heeft zijn eigen burgers, net als Duitsland, Frankrijk en elk ander EU-land maar blijkbaar ook de EU. En kan een samenwerkingsverband überhaupt iemand vertegenwoordigen?

Trouwens: wist u dat we, ware het niet voor de EU, niet zouden spreken over de welbekende G-20 maar G-19? G-20 bestaat namelijk uit 19 – negentien dus – landen (Argentinië, Australië, Brazilië, Canada, China, Duitsland, Frankrijk, India, Indonesië, Italië, Japan, Mexico, Rusland, Saoedi-Arabië, Turkije, het Verenigd Koninkrijk, de Verenigde Staten, Zuid-Afrika en Zuid-Korea). De reden waarom we het toch over G-20 hebben is dat ook de EU er lid van is hoewel de EU, officieel, geen land is en er niet zoiets als de ‘EU-economie’ bestaat; er zijn alleen economieën van de EU-lidstaten. Om het nog bonter te maken: de Europese Centrale Bank (ECB), een EU-instelling, heeft een vertegenwoordiger bij het Internationaal Monetair Fonds (IMF) en die vertegenwoordiger vinden we in het bestuur ervan. Weliswaar zonder stemrecht, maar toch, hij zit aan tafel bij elke vergadering en praat mee.

Jobs for the boys

Elk jaar geeft de EEAS ruim 500 miljoen euro uit. Dat is veel geld, zeker in deze crisistijden. Sinds de oprichting in 2011 heeft deze diplomatieke dienst van de EU die we geen diplomatieke dienst mogen noemen, ruim 2 miljard euro gekost. Waar dat geld aan uitgegeven wordt, dat blijkt al snel als we het jaarverslag (over 2013, dat van 2014 is er nog niet!) erbij pakken.

De dienst heeft 3.474 werknemers verdeeld over het hoofdkantoor in Brussel (1598 werkenden) en de EU-delegaties in de wereld (1876 werknemers). In 2013 bedroeg de begroting van de EEAS 508,8 miljoen euro. Elk jaar sinds de oprichting is de begroting ervan flink gestegen. Het grootste deel van die stijging is opgegaan aan extra lonen voor die bijna 3.500 werknemers. Dit zeg ik overigens niet, dit komt rechtstreeks uit het jaarverslag van de EEAS. Wat daar óók in staat is dat in 2013 134,6 miljoen euro is opgegaan aan lonen van de EEAS-personeel op het hoofdkantoor. Het personeel dat over de hele wereld de belangen van de EU en zijn burgers (!) vertegenwoordigt was goed voor 106,6 miljoen euro aan salarissen. Als je het totaal optelt en deelt door 3.474 werknemers, dan rolt er uit de bus dat een werknemer in de diplomatieke dienst van iets wat geen diplomatieke dienst zou mogen hebben, namelijk een samenwerkingsverband zoals de EU, gemiddeld 69.430 euro krijgt per jaar! Ter vergelijking: het gemiddeld inkomen in Nederland, een van de rijkste EU-landen, bedroeg in 2013 22.900 euro, ofwel één derde van het gemiddelde salaris binnen de EEAS.

Een opvallend feit is dat als de EU het over zijn vlag of het volkslied heeft, er altijd bij staat dat het niet om de EU gaat; alles om te voorkomen dat er de indruk ontstaat dat de EU in feite een land ís

Bora-Bora

Bora-Bora

De misschien voor de hand liggende vraag is waarom de lidstaten niet ingrijpen. Het antwoord is verbijsterend simpel: het is niet in het belang van de ambtenaren van die landen. De EEAS is een heerlijke banenmachine voor eigen diplomaten, ambtenaren et cetera, die kunnen na jarenlang hun eigen land gediend te hebben op de kosten van de belastingbetaler nog eens ‘de EU en zijn burgers’ vertegenwoordigen in alle hoeken van de Aarde. Ik weet niet hoe het met u zit maar ik zou best de EU en zijn burgers, op kosten van diezelfde burgers, voor een tijdje willen vertegenwoordigen in Nouméa, de hoofdstad van Frans Polynesië, bekend van onder meer Tahiti en Bora-Bora. En geheel in de lijn van absurde feiten over de EU-diplomatieke dienst: Frans Polynesië is een deel van Frankrijk, een EU-land! In het Franse parlement zitten er vertegenwoordigers van die eilanden en als Frankrijk zijn nieuwe president kiest, wordt ook ruim 16.000 kilometer verder op, aan de andere kant van de wereld, óók gestemd.

Een opvallend feit is dat als de EU het over zijn vlag of het volkslied heeft, er altijd bij staat dat het niet om de EU gaat. In de uitleg over de vlag bijvoorbeeld lezen we dat ‘de Europese vlag symbool staat voor de Europese Unie en, in bredere zin, voor de identiteit en de eenheid van Europa.’ En het volkslied ‘is niet alleen een symbool van de Europese Unie, maar ook van Europa in ruimere zin.’ De EU mag niet centraal staan, wat prima past bij het gebruikt zaken niet bij hun echte naam te noemen. Alles om te voorkomen dat er de indruk ontstaat dat de EU in feite een land is.

Dit allemaal is belangrijk. Niet om te achterhalen wie dit prima vindt en wie niet, maar om in het debat dat dus hierover gevoerd wordt en nog een lange tijd gevoerd zal worden, alle feiten op tafel te hebben. Hoe (on)gemakkelijk die ook mogen zijn.