De rente die de Nederlandse Staat moet betalen om geld te lenen is sinds 1550 niet zo laag geweest als nu. Hét moment dus om die lage rente voor een lange periode vast te leggen, iets wat jaarlijks miljarden rentevoordeel kan opleveren voor een lange periode. Het Ministerie van Financiën roeit echter juist de andere kant op en financiert de Staat met almaar meer kortlopende leningen.

Het jaar is bijna voorbij en dat betekent onder meer dat het Ministerie van Financiën weet hoeveel geld de Staat volgend jaar moet lenen om alle uitgaven te financieren. In 2015 gaat het om 94,4 miljard euro. Nederland zal 46,4 miljard euro lenen op de geldmarkt, meldt het Agentschap van het Ministerie van Financiën in zijn Outlook 2015. Geldmarkt is de naam voor de markt waarop leningen met een looptijd van maximaal één jaar worden verhandeld. Met andere woorden, Den Haag gaat ongeveer de helft van zijn financieringsbehoefte voor 2015 lenen tegen een variabele rente. Van de overige 48 miljard euro die de Staat op de kapitaalmarkt – dat is de markt voor leningen met een looptijd van meer dan één jaar – wil aantrekken, zal 15 miljard een lening met een looptijd van 3 jaar zijn. De Staat gaat nog eens 10 miljard euro lenen voor 5 jaar en 15 miljard euro voor 10 jaar. Slechts 5 miljard euro betreft een lening met een looptijd van 30 jaar.

Hét voordeel van zich vooral kort te financieren is uiteraard de lage rente. Als Nederland op dit moment geld leent voor 10 jaar lang, betaalt het slechts 0,76 procent rente. Op een lening met een looptijd van minder dan 2 jaar is de rente zelfs negatief; beleggers betalen de Nederlandse overheid om dat geld te lenen!

De rente voor de Nederlandse staat is nooit eerder zo laag geweest en wat doet de Staat? Die weigert die lage rente voor een lange periode vast te zetten.

Hierbij is een opmerking op zijn plaats, namelijk dat het een zeer abnormale zaak is dat beleggers een land geld toe geven om aan dat land geld te mogen lenen. Aangezien dit abnormale stand van zaken is, is het te verwachten dat het niet eeuwig zal aanhouden. Je kunt dan zeggen ‘profiteer ervan zolang je kan’ maar er is ook iets voor te zeggen dat de Staat – juist de Staat – verder moet kijken dan zijn neus lang is. En dát betekent dat wellicht een heel andere mix van leningen nodig is.

Rentelasten hoger dan defensie-uitgaven

Dit jaar geven we als land 8,6 miljard euro uit aan rentelasten over onze staatsschuld van ruim 450 miljard euro. Ter vergelijking: dat is méér dan wat we uitgeven aan defensie, namelijk 7,3 miljard euro, en iets minder dan ongeveer 10 miljard euro die Nederland spendeert aan veiligheid en justitie of basisonderwijs (ook 10 miljard euro). Die 8,6 miljard euro is historisch laag door de lage rente. In 2013 bijvoorbeeld bedroeg de renterekening 9,5 miljard euro. En toen was de rente ook, historisch bezien, laag. Als Nederland ervoor zou kunnen zorgen dat het een lagere rente betaalt over zijn staatsschuld, zou dat een behoorlijke meevaller betekenen op de begroting. En anno 2014 en 2015 heeft de Staat dé kans daarvoor te zorgen!

Rentelasten in perspectief

edinrente1

De rente die Nederland betaalt om geld te lenen is nog nooit in de geschiedenis zo laag geweest als nu. Zoals reeds genoemd staat de tienjarige rente op 0,76 procent. Leent Nederland voor 20 jaar lang, dan betaalt het 1,27 procent rente en voor een lening die in 2045 afgelost moet worden bedraagt de jaarlijkse rente 1,51 procent. De gemiddelde looptijd van onze staatsschuld is 7 jaar en de gemiddelde rente die we betalen over die schuld bedraagt 2,7 procent. Dit betekent dat als Nederland zijn hele staatsschuld zou financieren met één staatsobligatie, die een looptijd van 7 jaar zou hebben en een rentevergoeding van 2,7 procent zou geven aan kopers ervan.

Rentes voor Nederland historisch laag

edinrente2

Bron:www.investing.com

Wij hebben al vijf jaar te kampen met de ergste economische en financiële crisis in bijna een eeuw. Iedereen hoopt dat de economische situatie spoedig zal verbeteren. Dat zit er helaas voorlopig niet in maar je moet wel erg zwartgallig zijn om te verwachten dat de huidige crisis eeuwig zal duren en de economie zich nooit zal herstellen. Dat is bij geen enkele crisis hiervoor het geval geweest en ik zie niet in waarom dat nu anders zou zijn. Met andere woorden, vroeg of laat gaat de economische situatie normaliseren. Dat zullen ook de rentes onvermijdelijk normaliseren wat inhoudt dat de tienjarige rente voor de Nederlandse Staat, net zoals vóór de crisis, naar tussen 4 en 5 procent zal oplopen. De twintig- en dertigjarige rente zal nog hoger liggen.

Wat te doen?

Het Agentschap van het Ministerie van Financiën heeft als taak ‘schuldfinanciering tegen zo laag mogelijke rentekosten onder acceptabel risico voor de begroting’ te regelen. In de Comptabiliteitswet 2001 valt te lezen dat ‘het risico voor de begroting laag is wanneer de rente op leningen zo lang mogelijk wordt vastgezet’. Het Ministerie van Financiën is de uitvoerder van de wet, de Tweede Kamer is de opdrachtgever.

Het Ministerie van Financiën heeft de opdracht schuld te financieren tegen zo laag mogelijke rente en tegen een acceptabel risico voor de begroting. De wet zegt dat het risico voor de begroting laag is wanneer de rente zo lang mogelijk vastgezet wordt. Financiën doet echter precies het tegenovergestelde.

Combineren we een en ander, namelijk de historisch lage rente op het moment, het belang van voorbij de korte termijn te kijken en de wet die zegt dat ‘het risico voor de begroting laag is wanneer de rente op leningen zo lang mogelijk wordt vastgezet’, dan ligt het voor de hand dat de Staat zich juist meer dan ooit lang gaat financieren. Daarmee zou Nederland de historisch lage lange rente voor een lange periode vastleggen. Dat kan ons decennialang elk jaar miljarden euro’s aan rentelasten schelen. In plaats daarvan leent de Staat volgend jaar zoals gezegd slechts voor 5 miljard euro met dertigjarige staatsobligaties; ruim 71 miljard euro betreft leningen met een looptijd van minder dan 5 jaar.

Ik heb hier dertigjarige staatsobligatie genoemd omdat dat op het moment de langstlopende staatsobligatie is die de Nederlandse staat uitgeeft. Maar waarom zouden we ons als land die beperking opleggen? Onder meer Frankrijk, Groot-Brittannië en Oostenrijk geven staatsobligaties met een looptijd van 50 jaar uit, net als China en Japan. Enkele jaren geleden heeft Mexico zelfs een lening met een looptijd van 100 jaar afgesloten en Groot-Brittannië heeft plannen om hetzelfde te doen.

Vraag en aanbod cruciaal

Een mogelijk tegenargument tegen staatsobligaties met een looptijd van 50 jaar is dat de rente daarop hoger ligt. Immers, beleggers lopen meer risico en eisen een hogere rente als compensatie. In de toelichting op de begroting van het Ministerie van Financiën voor 2015 staat inderdaad ook dat ‘als de rente langer vastgezet wordt, dat echter over het algemeen gepaard gaat met hogere kosten’. En hoewel dat plausibel klinkt, is het niet of nauwelijks waar.

De Britse vijftigjarige rente bedraagt 2,5 procent en dat is lager dan de dertigjarige rente (2,55 procent). De Franse vijftigjarige rente bedraagt op het moment 2,02 procent, wat slechts een fractie hoger is dan 1,92 procent, de stand van de dertigjarige rente. Dat de Franse vijftigjarige rente hoger ligt dan de dertigjarige rente is echter zeker geen regel maar is juist als een uitzondering te zien. Doorgaans is de vijftigjarige rente namelijk láger. Vreemd? Alleen ogenschijnlijk.

Uiteindelijk is de rente het gevolg van het spel van vraag en aanbod. Aangezien het aanbod van staatsobligaties met een looptijd van 50 jaar veel kleiner is dan de vraag, ligt de rente daarop ook lager dan bij staatsobligaties met een looptijd van 30 jaar waar vraag en aanbod veel meer in evenwicht zijn. Overigens een saillant detail is dat de vraag naar de Franse vijftigjarige staatsobligaties uit Nederland groot is. Nederland heeft honderden pensioenfondsen. Die hebben financiële verplichtingen, namelijk het uitkeren van pensioenen, die pas over een lange tijd, vaak over 50 jaar relevant worden. Om hun beleggingen aan te laten sluiten op hun verplichtingen, kopen ze vaak Franse vijftigjarige staatsobligaties door het gebrek aan Nederlandse equivalenten. Daarop krijgen ze een vaste rente en ze lopen geen wisselkoersrisico. Als Nederland vijftigjarige staatsobligaties zou uitgeven, zou het niet verbazen als de rente erop (veel) lager zou zijn dan op dertigjarig schatkistpapier. Immers, al die Nederlandse pensioenfondsen zouden in de rij staan dat papier te kopen. De vraag zou enorm zijn en het aanbod veel kleiner.

Enorm financieel voordeel

Hoe groot zou het mogelijke voordeel per jaar zijn als de Staat in plaats van zich vooral met kortlopende leningen te financieren dat via dertigjarige staatsobligaties of staatsobligaties met een nog langere looptijd zou doen?

Om het mogelijke voordeel te schetsen, voeren we een gedachtenexperiment uit. We gaan na wat de rentelasten zouden zijn als de Staat nu de gehele staatsschuld zou herfinancieren met een nieuwe lening die een looptijd van 30 jaar heeft en dus een rente van 1,5 procent. Met andere woorden we nemen aan dat de Staat 450 miljard euro leent voor 30 jaar lang en daarmee alle oude schulden van Nederland aflost. Dit kan ze overigens in de praktijk doen want niets weerhoudt de Staat ervan oude staatsobligaties, waarop de rente aanzienlijk is, terug te kopen.

Tot wel 10 miljard euro lagere rentelasten elk jaar, dat kan het voordeel zijn als de Staat de huidige lage rente voor een lange periode vastlegt.

1,5 procent over 454 miljard euro is 6,8 miljard euro aan rentelasten per jaar. Zoals gezegd bedroegen de rentelasten in 2014, het jaar met historisch lage rentes, 8,6 miljard euro. Dus zelfs ten opzichte van zo een jaar, hebben we het over een voordeel van bijna 2 miljard euro.

De Nederlandse tienjarige rente historisch

  edinrente3

In de jaren met normale rentestanden zouden de rentelasten verdubbelen. Klinkt ongeloofwaardig of overdreven? Men neme de Miljoenennota van 2007 erbij, toen de rentes veel hoger waren dan nu, wat, nogmaals, de normale stand van zaken is. Daarin zien we onder meer dat de rentelasten in dat jaar 9,5 miljard euro zijn geweest.  Dat is niet veel meer dan 8,6 miljard dit jaar, maar de staatsschuld bedroeg toen wel 217 miljard euro, ofwel minder dan de helft van de staatsschuld nu! Zo bezien zouden de rentelasten voor de Nederlandse staat bij normale rentes én gelijkblijvende staatsschuld bijna 20 miljard euro bedragen elk jaar. De rentelasten worden nog hoger als de staatsschuld verder stijgt en/of de rentes van alle looptijd hoger worden dan vóór de crisis. Dit laatste zou bijvoorbeeld kunnen gebeuren door de lagere kredietwaardigheid (hoe lager de kredietwaardigheid hoe hoger de rente op den duur) en/of hogere inflatie, iets wat op middellange termijn een zeer reëel gevaar is door het monetaire beleid van de centrale banken in de wereld. Bij een hogere inflatie of alleen al de verwachtingen daarover, horen hogere langetermijnrentes omdat beleggers compensatie willen zien voor het inflatierisico.

Dus het rentevoordeel zou behoorlijk zijn ook bij deze uitzonderlijk lage rentestanden. Zou de Staat echter de hele staatsschuld financieren met een dertigjarige lening, dan zou ze de historisch lage rente vastleggen en zouden de rentelasten per jaar 6,8 miljard euro bedragen ofwel ongeveer 12 miljard euro mínder dan bij normale rentestanden.

Zoals gezegd is dat plan om de staatsschuld in zijn geheel te financieren met een dertigjarige lening een gedachtenexperiment. Maar laat de Staat de historisch lage lange rente voor slechts een deel van de staatsschuld vastleggen en het rentevoordeel beloopt ook dan al snel in de miljarden euros. En vergeet niet: dat is het voordeel jaar in jaar uit!

Het zou betekenen dat begrotingstekorten verleden tijd zouden zijn en er veel ruimte zou zijn om belastingen in Nederland structureel en fors te verlagen. Iets waardoor de economische groei zou stijgen en de staatsschuld dalen en daarmee de rentelasten.

Tweede Kamer kom in actie!

Het Ministerie van Financiën heeft een unieke kans op de historisch ongekend lage rente voor een lange periode vast te leggen. Dat kan Nederland gedurende een lange tijd, zelfs decennialang, elk jaar miljarden euro schelen. Een groter deel van de Nederlandse staatsschuld omzetten in langlopende schuld zou ook prima passen in de opdracht om ‘schuldfinanciering tegen zo laag mogelijke rentekosten onder acceptabel risico voor de begroting’ te regelen. De wetgever heeft, terecht, bepaald dat ‘het risico voor de begroting laag is wanneer de rente op leningen zo lang mogelijk wordt vastgezet’. Het Ministerie van Financiën weigert echter ook in 2015 de rente op leningen zo lang mogelijk vast te zetten. Sterker dat gaat juist steeds meer kortlopende leningen aan en geeft slechts mondjesmaat staatsobligaties uit die een looptijd van 10 jaar of langer hebben.

De Tweede Kamer moet minister Dijsselbloem opdragen de huidige lage rente voor een lange periode vast te leggen.

Aangezien de rente zo lang mogelijk vast leggen Nederland jaar in jaar uit gedurende een lange periode miljardenvoordeel kan opleveren, ligt hier een duidelijke taak voor de Tweede Kamer in het verschiet. Het Ministerie van Financiën is namelijk slechts de uitvoerder van de wet, het is de Tweede Kamer die de opdracht formuleert. De Tweede Kamer doet er goed aan minister Jeroen Dijsselbloem op te dragen  de plannen voor de financiering van de begroting en de staatsschuld in 2015 de prullenbak in te gooien en met een nieuw plan te komen waarin de Staat de gemiddelde looptijd van de Nederlandse staatsschuld fors verhoogt van de huidige circa 7 jaar en de historisch ongekend lage rente voor een zo lang mogelijke periode vast moet leggen.

Voormalig President van De Nederlandsche Bank, minister van Economische Zaken en Financiën én minister-president van Nederland, Jelle Zijlstra, zei ooit dat ‘de overheidsfinanciën puik in orde moeten zijn want daardoor voorkom je dat rente en aflossing zo op de rijksbegroting drukken dat wezenlijke, essentiële overheidstaken erdoor in het gedrang komen’. In de toekomst kunnen de rentelasten alleen al daarvoor zorgen als Nederland niet in actie komt.