Armoede in Nederland bestaat niet. Toch is het volgens de politiek en de media een groot probleem en ontkomt geen partij eraan om hier geld en aandacht aan te geven.

 

Uitbreiden verzorgingsstaat

De opvattingen ten aanzien van armoede en inkomensongelijkheid vormden in de afgelopen decennia een belangrijk motief om de reikwijdte van overheidshandelen steeds verder op te rekken, ten koste van economische vrijheid en welvaart. Volgens de Amerikaanse econoom en Nobelprijswinnaar James Buchanan zal de controle over de individuele vrijheid van handelen steeds verder worden uitgebreid. Niet in de eerste plaats omdat een dergelijke controle als vermeend efficiënter wordt gezien of beter tegemoet komt aan criteria voor herverdeling, belangrijke motieven in de Nederlandse context, maar vooral omdat onder auspiciën van de staat individuen aan het nemen van hun eigen verantwoordelijkheid kunnen ontsnappen, deze kunnen ontwijken of zelfs ontkennen. Het is de contradictie van de moderne maatschappij: In geen enkel ander tijdsgewricht eiste het individu zoveel ruimte voor zichzelf op, maar tegelijkertijd duikt hij of zij bij tegenslag de verantwoordelijkheid om te voorzien in het eigen levensonderhoud.

De drang om de controle van de staat, en daarmee de reikwijdte van de arrangementen van de verzorgingsstaat, steeds verder uit te breiden komt volgens Buchanan van ‘onderop’. Wie weleens een programma als Radar of Opgelicht op tv ziet, ziet de gedachten van Buchanan meteen geïllustreerd met voorbeelden. Elk item wordt afgesloten met de roep om overheidsingrijpen en/of vermijden van eigen verantwoordelijkheid. Zo verwachten mensen die hun financiële gegevens zo aan criminelen overhandigen schadeloos te worden gesteld door de bank. Een ander recent voorbeeld is de roep om een verplichte arbeidsongeschiktheids- en/of pensioenverzekering voor ZZP-ers of een verplicht minimum tarief voor de werkzaamheden van deze groep naar analogie van het wettelijk minimumloon. De combinatie van vrij ondernemerschap met allerlei garanties van overheidswege is eveneens een voorbeeld van bovengenoemde contradictie. Eerder moest de zorgtoeslag worden uitgebreid, zodat nu voor sociale minima de basisverzekering vrijwel volledig wordt vergoed (wat niet betekent dat het geld ook daarvoor wordt gebruikt). En het gaat niet alleen om de lagere inkomens, zoals de roep om meer kinderopvangtoeslag illustreert.

 

Gedachte-experiment 

De Amerikaanse filosoof John Rawls stelde in zijn boek A Theory of Justice het volgende gedachte-experiment voor: Als we niet weten wat onze positie zal zijn in de maatschappij, hoe zouden we die dan inrichten? Rawls beantwoordt deze vraag niet, maar wil ons aan het denken zetten. De meeste mensen hebben hun antwoord echter al klaar en roepen meteen dat je royaal moet zijn voor de zwakkeren. Echter, dit gedachtenexperiment is onzinnig. Het duwt je a priori in de positie om het risico op de meest kwetsbare situatie af te dekken en gaat er vanuit dat je helemaal geen invloed hebt om uit die situatie te geraken. Voor sommigen zal dit ook zo zijn, maar verreweg de meeste mensen verkeren niet of niet lang in een dergelijke situatie. Het grote probleem is juist dat als er zo’n royaal vangnet is, hoe zorg je er dan voor dat de mensen die het niet nodig hebben er geen onnodig gebruik van maken?

Wanneer ben je arm? Armoede is volgens de VN het niet kunnen voorzien in de eerste levensbehoeften. Volgens de VN ben je arm als je rond moet komen van minder dan 1,25 dollar per dag. Dat hoeft in Nederland helemaal niemand. De bijstandsuitkering voor een alleenstaande is €982,79 en voor een stel €1403,98 netto per maand; meer dan 25 keer zoveel. Deze vergelijking mag ik niet maken van linkse critici. Als je echter hetzelfde woord gebruikt om net als in de rest van de wereld in eigen land de omstandigheden van de mensen met de laagste inkomens aan te duiden, dan is een cijfermatige vergelijking ook terecht. Te meer daar woordkeus voor veel linkse mensen zo belangrijk is dat het gebruik van bepaalde woorden volstrekt taboe is. Dan is het gebruik van de term armoede in de Nederlandse context dus blijkbaar bewust gekozen.

 

Bijstand

Het niveau van de bijstand is in Nederland niet het totale verhaal, zo betoogde ik vorige week al. Er zijn tal van inkomensafhankelijke regelingen op rijks- en gemeenteniveau die het inkomen van iemand in de bijstand opkrikken. Keren we even terug naar de tabel waarnaar ik vorige week ook al verwees, opgenomen in de antwoorden op Kamervragen van het lid Dijkgraaf uit juli 2016. Het betreft hier een pdf waarvoor ik geen hyperlink kan maken, dus u moet even googelen. Een alleenverdiener die voltijds werkt tegen het minimumloon (per maand bruto €1551,60) heeft een bruto jaarinkomen van iets meer dan 20.000 euro. Dat correspondeert na belastingen en inclusief zorg- en huurtoeslag en kindgebonden budget met een netto inkomen van ruim 25.700 euro. Iemand met een bruto inkomen van ruim 32.000 euro per jaar (ofwel €2500 bruto per maand, wat 160 procent van het minimumloon is) heeft een netto inkomen van rond de €26.700. Dus wie 1000 euro bruto per maand meer verdient, houdt 1000 euro per jaar netto over. We noemen iemand met een bruto maandinkomen van €2500 niet arm.

Nu gaan we even terug naar het stel in de bijstand. Zij hebben bij een totale uitkering van ruim €18.000 per jaar een netto jaarinkomen, op basis van de gegevens in de tabel, van €24.000. Dat is €225 euro per maand netto minder dan iemand die €2500 bruto per maand ontvangt met werken. Degene met het maandinkomen van €2500 uit werk moet daarvoor 36 tot 40 uur per week aan de bak, representatief eruit zien, kosten voor vervoer van en naar het werk maken etc. Vaak worden deze kosten op circa 10 procent van het inkomen geschat, waarmee het inkomensvoordeel van werken is verdwenen. Degene in de bijstand heeft niet alleen die kosten niet. De gemeente vergoedt uitgaven aan sportclub, bibliotheek en school. Ook voor grote eenmalige uitgaven als de aanschaf van een koelkast of wasmachine kan bij de gemeente worden aangeklopt en je kwalificeert  als bijstandsgerechtigde voor de voedselbank en andere extra’s.

Kijken we naar de Nederlandse inkomensverdeling dan zitten er een paar miljoen huishoudens in het traject tussen 100 en 160 procent van het minimumloon. Zij zijn materieel niet (veel) beter af dan iemand in de bijstand, al hebben tweeverdieners wat meer fiscaal voordeel dan een eenverdiener (maar ook kosten voor bijvoorbeeld kinderopvang). U zult nu wellicht zeggen dat er weinig stellen in de bijstand zitten. De meesten zijn alleenstaand en die krijgen 70 procent van de bijstandsnorm van een paar en gaan er dus meer op vooruit. Dat klopt, maar dat alleenstaanden ver in de meerderheid zijn is niet helemaal toevallig. De meeste mensen zullen naar eer en geweten hun huishoudsituatie opgeven, maar sjoemelen is erg aantrekkelijk. Twee keer de individuele norm van €982,79 is €1965,58, wat een stuk meer is dan de €1403,98 van een stel. Iedereen die weleens een kamer (tijdelijk) heeft verhuurd, weet dat hij benaderd gaat worden door mensen die met een bepaalde reden (al dan niet tijdelijk) op zoek zijn naar een inschrijfadres.

 

Holle retoriek

Zo vallen er tal van situaties te modelleren en de ene keer zal het iets meer zijn en de andere keer iets minder, maar de conclusie blijft steeds in de kern dezelfde: Mensen in de bijstand zijn materieel gezien niet of nauwelijks slechter af dan miljoenen werkende Nederlanders.

Het voorgaande toont aan dat het inkomensbeleid in Nederland totaal is dolgedraaid en de bijbehorende retoriek nogal hol is. Er zullen altijd mensen zijn met meer of minder inkomen, maar om  het eerste armoede te noemen slaat nergens op. In Nederland bestaat een riant sociaal vangnet voor degenen die zelf niet in hun inkomen kunnen (of helaas soms ook willen) voorzien. Materiële armoede in Nederland bestaat niet.