Marjan Minnesma, directeur van Urgenda, waarover ik eerder schreef,  heeft aangekondigd van Utrecht naar Parijs te gaan lopen (512 kilometer) om aldaar de klimaatconferentie, die in december zal worden gehouden, bij te wonen. Een heuse pelgrimstocht: tippelen voor het klimaat!

Misschien heeft deze Jeanne d’Arc van het menselijke broeikasevangelie wel gedacht: ‘Paris vaut bien un pèlerinage.’ Maar het blijft verbazingwekkend dat een intelligente, welbespraakte en ondernemende vrouw als Minnesma zo’n groot offer wenst te brengen voor de bestrijding van een verschijnsel – opwarming van de atmosfeer – dat al meer dan 18 jaar geleden is gestopt en waarvan de terugkeer alleen maar bestaat in de virtuele werkelijkheid van de klimaatmodellen. Wat bezielt haar toch? Rationele verklaringen voor dat gedrag schieten tekort. We moeten het misschien meer zoeken in de sfeer van het diepgewortelde zondebesef dat deel uitmaakt van onze christelijke cultuur – schuld en boete dus! Als de plannen van Urgenda doorgaan, zullen we overigens allemaal wat meer boete moeten doen en meer moeten gaan lopen. Want deze zullen een onvoorstelbare aanslag op onze welvaart betekenen.

Als de plannen van Urgenda doorgaan, zullen we overigens allemaal wat meer boete moeten doen en meer moeten gaan lopen. Want deze zullen een onvoorstelbare aanslag op onze welvaart betekenen.

Zondigheid

Onder de titel, ‘Klimaatverandering als zondigheid’, schreef Maarten Keulemans reeds enkele jaren geleden een interessant artikel in het Vonk–katern van de Volkskrant. Hierin wees hij op de invloed van het religieuze zondebesef in onze cultuur op de wijze waarop wij op klimaatverandering reageren met waarschuwingen van nakend onheil en het discours van de angst. Hij trok daarbij een parallel met het zondvloedverhaal.

Toen ik in een grijs verleden de klimaathype met een pseudo–religie vergeleek, werd ik overladen met hoon en werd ik in de Eerste Kamer door senator en CDA–backbencher, Jos van Gennip, ten overstaan van dit illustere gezelschap belachelijk gemaakt. Het toont maar weer eens aan dat de rijping van bepaalde inzichten tijd nodig heeft en dat het niet aan iedereen is gegeven om de tekenen des tijds op het juiste moment en de juiste wijze te duiden.

In zijn artikel, ‘Bouw een ark, de wereld vergaat’ (dat voor zover mij bekend niet op internet staat. Jammer!), wijst Keulemans onder meer op de opvattingen van de Britse klimaatwetenschapper Mike Hulme: “Er is iets vreemds met de Britse klimaatwetenschapper Mike Hulme. In 2007 ontving hij samen met Al Gore en een handvol anderen [Noot HL: Het was in feite een ‘treinlading anderen’: allen die aan het IPCC–rapport hadden meegewerkt, inclusief schrijver dezes] de Nobelprijs voor de vrede, wegens het op de kaart zetten van de klimaatverandering. [Noot HL: Wat al die lieden voor de vrede hebben betekend, zal wel altijd in nevelen blijven gehuld.] De jaren daarop lobbyde hij voor de inperking van de uitstoot van CO2.”

“Alleen was dat voordat hij ophield in klimaatverandering te geloven. Want klimaatverandering, zegt de hoogleraar klimaat en cultuur van de universiteit van Oxford tegenwoordig, is een construct. Iets dat tussen de oren zit. ‘Klimaatverandering’ is een idee, zoals democratie of armoede. En net zoals je de democratie niet kunt oplossen, kun je ook klimaatverandering niet oplossen, vindt hij.”

“Niet dat hij een ‘klimaatscepticus’ is, zo iemand die ontkent dat het klimaat verandert door toedoen van de mens, god nee. ‘Die kritiek raakt mij echt’, zegt hij op een voordracht op internet. Maar wel is Hulme ervan doordrongen dat we het milieu bekijken door een verkeerde culturele bril. Want zeg ‘wereldwijde rampspoed’ en ‘door de mens veroorzaakt’ en westelijke mensen hebben nu eenmaal de onhebbelijkheid prompt in de verkeerde modus te schieten: hee, gevalletje zondvloed.”

En zo gaat Keulemans nog een tijdje door.

In een afzonderlijke ‘posting’ op zijn blog, onder de titel ‘Klimaatdebat is in zekere zin een voortzetting van bijbels eindtijdverhaal’, gaat Keulemans verder met zijn betoog: “Ik heb iets met het artikel ‘Bouw een ark, de wereld vergaat!’ dat ik schreef voor de bijlage Vonk van komende zaterdag. U moet weten: sinds een jaar of wat voel ik mij nogal eenzaam en onbegrepen in wat ‘het klimaatdebat’ is komen te heten. Voorheen nam ik altijd klakkeloos aan dat de door de mens veroorzaakte opwarming van de aarde een van de meest verontrustende problemen van deze tijd is. Maar dat was voordat ik mij ging verdiepen in apocalyptische mythen, voor mijn boek Exit Mundi, Het einde van de wereld (2008). [Noot HL: Hij had zich in 2004 reeds kunnen verdiepen in ‘Man–Made Global Warming: Unravelling a Dogma’. Daarin had hij dat ook kunnen lezen.]”

“Gaandeweg begon me te dagen dat ons klimaatnarratief in zekere zin gewoon een constructie is, een voortzetting van het Bijbelse eindtijdverhaal met moderne middelen. De zeespiegel stijgt en de mens heeft het gedaan; het is weliswaar feitelijk juist, voor een ander, niet te onderschatten deel resoneert het met een oud cultureel thema – dat van de zondvloed. Dat blijkt wel uit de inconsistenties in het hedendaagse verhaal. Zo ligt de nadruk veel sterker op de nadelen dan op de voordelen die de opwarming óók met zich meebrengt; benadrukken we de abrupte, heftige verschijnselen op de korte termijn in plaats van de eeuwen en millennia waarover klimaatverandering zich afspeelt; en ligt in de voorstellingen van klimaatverandering onevenredig veel nadruk op zeespiegelstijging.”

“En – ook niet te onderschatten – als het over klimaatverandering gaat, reageren de betrokkenen vaak erg emotioneel. Dat is vaak een aanwijzing dat hier iets gaande is dat raakt aan onze diepe culturele identiteit.”

“Maar vertel dat maar eens aan de klimaatwetenschap. Onderzoekers van het klimaat zijn in de regel bèta’s, mensen die niet vertrouwd zijn met sociale constructies of het inzicht dat wat we waarnemen altijd deels mensenwerk is (zelf ben ik er als cultureel–antropoloog en sociaal–historicus wat meer aan gewend).”

“Groot was dan ook mijn vreugde toen ik ontdekte dat ik niet de enige ben die inziet dat we gevangen zitten in onze oude, apocalyptische kramp. ‘No, you are not the first’, antwoordde de Britse hoogleraar klimaat en cultuur Mike Hulme prompt op mijn voorzichtige vraag of ik soms knettergek was geworden. …”

Aldus Maarten Keulemans. Lees verder hier.

In het licht van het oprukkende obscurantisme inzake klimaat is het tegenwoordig ondenkbaar dat de Volkskrant nog zo’n artikel zou plaatsen, waarin de twijfel aan het de klimaatapocalyps zo voortreffelijk is verwoord. Maar een van mijn favorieten is nog steeds de analyse van (wijlen) Michael Crichton, het meest bekend als auteur van ‘Jurassic Park’. Zijn voordracht, ‘Environmentalism as religion‘, voor de Commonwealth Club, San Francisco op 15 September 2003 is een klassieker. Ik pik er een aantal krenten uit:

“Ik ben uitgenodigd om te spreken over wat ik de grootste uitdaging van de mensheid beschouw. En ik heb een fundamenteel antwoord daarop. De grootste uitdaging is het maken van een onderscheid tussen werkelijkheid en fantasie, waarheid van propaganda … Als voorbeeld daarvan zal ik vandaag spreken over ecologisme [‘environmentalism’]…”

“Ik studeerde antropologie op de universiteit en een van de zaken die ik toen leerde was dat bepaalde menselijke sociale structuren steeds weer opnieuw opduiken. Zij kunnen niet worden uitgebannen door de gemeenschap. Vaak wordt gezegd dat we in een seculiere samenleving leven, waarin vele mensen – de beste en meest verlichte mensen – niet meer in welke godsdienst dan ook geloven. Maar ik denk niet dat men religie kan verdrijven uit de psyche van de mens. Als je men een vorm probeert te onderdrukken, komt het in een andere gedaante weer terug. Je hoeft niet in God te geloven, maar je moet in iets geloven dat betekenis aan het leven geeft en bepalend is voor onze perceptie van de wereld. Zo’n geloof is religieus van aard.”

“Vandaag de dag, is ecologisme een van de machtigste religies in de westelijke wereld. Ecologisme lijkt de favoriete religie te zijn voor stedelijke atheïsten. Waarom noem ik het een religie? Kijk naar de inhoud ervan. Als je goed kijkt, zie je dat ecologisme in feite een eigentijdse metamorfose is van de traditionele Judeo–Christelijke geloofsovertuigingen en mythen.”

“Er is een oorspronkelijke hof van Eden, een paradijs, een staat van genade en eenheid met de natuur. Er is een zondeval waarna ellende volgt als resultaat van het eten van de appel van de boom van kennis van goed en kwaad. En aan het einde moeten wij allen op de dag van het laatste oordeel rekenschap afleggen voor onze daden. We zijn allen energiezondaars, die gedoemd zijn te sterven, tenzij wij verlossing zoeken, die thans duurzaamheid wordt genoemd. Duurzaamheid is de redding van de kerk van het ecologisme. Net zoals organisch voedsel zijn communie is – die pesticide–vrije hostie die politiek correcte mensen nuttigen.”

“De hof van Eden, de zondeval, het verlies van genade, de nakende apocalyps – het zijn alle diepgewortelde mythische voorstellingen. In wezen zijn het conservatieve opvattingen. Zij zijn mogelijk diep geïmpregneerd in onze hersenen … Dat zijn geloofszaken. …”

“Er is geen hof van Eden. Er is nooit een hof van Eden geweest. Want wat was dat hof van Eden, dat we kennen uit een prachtig mythisch verleden? Is het de tijd dat de kindersterfte 80% bedroeg? Een tijd waarin vier van de vijf kinderen aan ziekte stierf voor hun vijfde levensjaar? Waarin één op de zes vrouwen bij hun bevalling overleed? Waarin men gemiddeld 40 jaar oud werd, zoals in de Verenigde Staten honderd jaar geleden? Waarin plagen zich over de planeet verspreidden, waarbij miljoen mensen in één klap de dood in werden gejaagd? Was dat Eden?”

“Kortom, de romantische kijk op de natuur als een gelukzalige hof van Eden treft men alleen aan bij mensen die geen ervaring hebben met de natuur. De mensen die in de natuur leven, doen daar helemaal niet romantisch over. … de natuurlijke wereld is niet zo maakbaar. Integendeel, je moet je eraan aanpassen – en als je dat niet doet, overleef je het niet. Het is een harde, overweldigende en genadeloze wereld, die de meeste stedelijke westerlingen geheel vreemd is. …”

“Okay, de prekers hebben zich vergist. Zij zaten er naast met hun voorspelling; en vergissen is menselijk. Wat maakt dat uit? Helaas geldt dat niet voor slechts een enkele voorspelling maar een groot aantal. De olievoorraden raken op. Alle natuurlijke hulpbronnen raken uitgeput. Paul Ehrlich: in de jaren tachtig zullen 60 miljoen Amerikanen van honger sterven. Elk haar sterven 40.000 dier– en plantensoorten uit. De helft van de biodiversiteit zal in het jaar 2000 zijn verdwenen. Enz. enz..”

“In het licht van zo vele voorspellingen die niet zijn uitgekomen, zou men verwachten dat de verkondigers daarvan voorzichtiger zijn geworden. Maar dat geldt niet als het om religie gaat. Denk maar aan de malloot die op het trottoir rondloopt met een bord waarop het einde van de wereld wordt aangekondigd. Hij houdt daar niet mee op als de aarde niet vergaat op de dag waarop hij dat heeft voorspeld. Hij wijzigt slechts de tekst op zijn bord, schrijft daarop een nieuwe datum en vervolgt zijn activiteiten. Een van de kenmerken van religie is dat het geloof zich niet door feiten van de wijs laat brengen, omdat het niets te maken heeft met feiten.”

“Maar deze voorbeelden zullen slechts op weinigen onder u indruk maken, omdat religieuze dogma’s niet op feiten berusten, maar een kwestie zijn van geloof. Onwrikbaar geloof!”

Aldus Michael Crichton.

Flagelantisme

Ondertussen bereidt Marjan Minnesma zich voor op haar flagelantistische voettocht naar Parijs. Zij zal merken dat wie in het opwarmingsdogma en alle ellende die dat met zich mee zou brengen gelooft, op de blaren moet lopen. Of haar gezinsleden daar zo blij mee zijn, is de vraag. Misschien dat zij haar voornemen nog eens in het familieberaad zou moeten bespreken.

Voor mijn eerdere bijdragen zie hier.

Foto © Sebastiaan ter Burg