De man die tot de beste DNB-Presidenten ooit behoort, heeft juist een uiterst naar begin van zijn relatie met de centrale bank gekend.

Op 2 november 114 jaar geleden werd volgens vele experts een van de beste Presidenten die De Nederlandsche Bank (DNB) heeft gehad geboren: Marius Holtrop. Behalve een van de beste DNB-Presidenten ooit is Holtrop ook een van de langstzittende Presidenten geweest. Hij was de baas 21 jaar lang, tussen 1946 en 1967.

Holtrop vooral geroemd als architect van het handboek van de modus operandi van DNB, ook wel bekend als het model-Holtrop. Dit model mag zeker opmerkelijk worden genoemd. Het was namelijk gericht op de geldhoeveelheid terwijl in de rest van de wereld op dat moment doorgaans het keynesianisme de klok sloeg. In het keynesiaanse denken is geldhoeveelheid vrijwel onbelangrijk. Met zijn model wordt Holtrop ook wel de grondlegger van de Nederlandse monetaire school genoemd, waarmee hij niet alleen een zeer belangrijke bijdrage heeft geleverd aan wat ik het DNA van DNB noem maar ook aan de monetaire theorie in het algemeen. Het is geen overdrijving om te stellen dat Holtrop met zijn monetair analysekader Nederland en DNB, in monetair opzicht, op de wereldkaart heeft gezet.

Neutraal

De monetaire denkbeelden van Holtrop zijn, hoewel decennia oud inmiddels, juist zeer actueel. Neem zijn uitgangspunt dat het monetaire beleid neutraal moest zijn om de economie niet te verstoren, met andere woorden dat het monetaire beleid voorwaarden moet scheppen voor een economie om te groeien maar geen invloed mag hebben op hoeveel en waar bedrijven investeren en huishoudens lenen. Dit staat haaks op alles wat onze centrale bank anno 2016 doet. Ik doel hiermee op het beleid van de Europese Centrale Bank (ECB), wiens beleid alles behalve economisch neutraal is en in grote mate bepaalt waar bedrijven en huishoudens investeren en uitgeven.

Er bestaat geen techniek om de gevolgen van inflatie voor alle bevolkingsgroepen te compenseren (Marius Holtrop)

Holtrop is ook een centrale bankier die herhaaldelijk waarschuwde tegen hoge inflatie, beleid gericht op hoge inflatie vond hij een gevaar voor de waarde van de gulden. Maar hij was ook faliekant anti-inflatie om een andere reden, namelijk omdat de negatieve aspecten van inflatie niet makkelijk of zelfs helemaal niet te compenseren waren in zijn ogen. Of zoals Holtrop dat zelf ooit verwoorde: ‘Er bestaat geen techniek om de gevolgen van inflatie voor alle bevolkingsgroepen te compenseren. Het is onredelijk om te gaan zoeken naar ingewikkelde maatregelen om te herstellen hetgeen fout is gegaan. Voorop moet staan dat er geen fouten gemaakt moeten worden.’

Het is in dat opzicht bijzonder zuur te moeten constateren dat onder Marius Holtrop de prijzen in Nederland tussen 1946 en 1967 met ruim 100 procent zijn gestegen. Opgemerkt moet echter worden dat deze slechte prestatie Holtrop slechts voor een deel aan te rekenen valt. Hij was een fel tegenstander van elke vorm van economisch beleid dat de inflatie zou aanwakkeren. In 1952 keerde hij zich duidelijk tegen voornemens voor zo’n beleid binnen de Sociaal Economische Raad. Zonder succes overigens; Den Haag stelde zijn inflatoir gefinancierde werkgelegenheidsbeleid door. Met zeer hoge inflatie tot gevolg dus.

Vreemde zaak

Voor een deel ligt de schuld echter misschien wel bij Holtrop zelf. De man die onder kenners van de Nederlandse monetaire economie het imago heeft van een zeer anti-inflatie centrale bankier, is opmerkelijk genoeg óók een van de oprichters van de in oktober 1934 opgerichte Vereeniging voor Waardevast Geld. Niets aan de hand zou je denken, die vereniging past juist precies bij de denkbeelden van Holtrop lijkt het wel. De zaak verandert echter als we ontdekken dat die Vereeniging juist voor een forse waardedaling van de gulden pleitte!

Holtrops denkbeelden over waar monetair beleid voor moest dienen en waar juist niet voor, is niet het enige voorbeeld van hoe zijn denkbeelden van een halve eeuw geleden juist zeer actueel zijn.

Hij was een groot voorstander van een onafhankelijke centrale bank maar uiteindelijk, als het puntje bij paaltje kwam, zag hij ook in dat een centrale bank niet langdurig een andere koers kan varen dan de koers die de maatschappij, vertegenwoordigd door de politiek, wil. ‘Er is op het schip van Staat maar één kapitein, en dat is de regering. Maar de wetgever heeft voorgeschreven dat in het zo moeilijke vaarwater van de monetaire politiek, het schip van staat gebruik dient te maken van de diensten van een loods. Die loods is de Nederlandsche Bank. Een ervaren kapitein vertrouwt op zijn loods. Maar zoals iedere zeevarende weet blijft ook wanneer de loods aan boord is en de navigatie voert, de kapitein de eindverantwoordelijkheid dragen’. Voor Holtrop zijn de verhoudingen dus helder: de staat en niet de centrale bank is uiteindelijk de baas.

Het is maar de vraag of Holtrop, een van de beste Presidenten die DNB heeft gehad, een voorstander zou zijn van de euro

Merk echter op dat waar Holtrop de analogie van een loods en een kapitein gebruikte om te zeggen dat de Staat de baas is, we die analogie ook juist zo kunnen opvatten dat de bank de baas is en niet de Staat! Immers, geen kapitein zal de loods overrulen want doet hij dat wel, dan is de kans groot dat het schip op te rotsen komt en vastloopt. De kapitein mag op papier de baas zijn, in de praktijk is, zeker op precaire momenten, de loods dat. Als ik naar de huidige stand van zaken in de eurozone op dit gebied kijk, dan kan ik me niet aan de indruk onttrekken dat de ECB vaak én de kapitein én een loods is.

Holtrop tegen de euro?

Holtrop zelf zou daarvan waarschijnlijk gruwen, net als van het ECB-beleid, gezien zijn eerder genoemde denkbeelden over waar monetair beleid voor moet dienen. Het is zelfs de vraag of Holtrop een voorstander zou zijn van de euro! Hij zag een centrale bank namelijk als een element van de soevereiniteit van een land. Het overdragen van monetaire soevereiniteit aan een Europese instelling, waar in de jaren zestig voorzichtig over werd gesproken,  zag hij als een gevaar omdat zo’n instelling daardoor veel te machtig zou worden. Als Holtrop zou zien hoeveel macht en invloed tegenwoordig in de ECB zijn geconcentreerd, dan vraag ik me oprecht af of hij het euro-experiment een goede zaak zou vinden.

Wat misschien het meest ironische is aan de relatie tussen Holtrop en DNB is dat de bank de man die, zoals gezegd door vele experts wordt gezien als een van de beste zo niet dé beste President die DNB heeft gehad, nooit de moeite heeft genomen een afwijzend antwoord te sturen op zijn sollicitatiebrief die hij naar DNB stuurde direct na zijn afstuderen. Zijn sollicitatie werd gewoonweg genegeerd, blijkbaar vond de HR destijds Holtrop niet geschikt om bij de centrale bank te werken.

Bron foto: Joost Evers / Anefo