Er zijn waarschijnlijk weinig, if any, onderwerpen die links Nederland meer in beroering brengen dan inkomens- en vermogensongelijkheid. De Franse econoom Thomas Piketty is met zijn aandacht voor het onderwerp een soort heilige geworden voor links. Voor de goede orde: enorme inkomensongelijkheid is ongewenst. Grote en toenemende inkomensongelijkheid zorgt er namelijk voor dat de middenklasse onder druk komt te staan.

Het is voor de economische, sociale en politieke stabiliteit in een land nauwelijks mogelijk het belang van een stevige en grote middenklasse te overdrijven. Al in de tijd van filosofen zoals Aristoteles, eeuwen voor Christus, waren de denkers van mening dat een stevige middenklasse cruciaal is voor een stabiele democratie. Een stevige, stabiele en grote middenklasse gedijt in landen waar de welvaart stijgt. Stijgende welvaart stuwt namelijk veel armen een trede omhoog naar een groot plateau genaamd middenklasse.

Omdat een sterke en groeiende middenklasse onontbeerlijk is voor sociale, politieke en economische stabiliteit in een land, is grote en toenemende inkomens- en vermogensongelijkheid, samen economische ongelijkheid, zeer ongewenst. Grote en toenemende economische ongelijkheid betekent namelijk dat de middenklasse juist verzwakt.

Tussen 1917 en begin jaren zeventig is economische ongelijkheid in de VS afgenomen; sinds het begin van de jaren zeventig is de trend juist dat de economische ongelijkheid toeneemt en dat is niet zonder reden

Maar grote inkomensongelijkheid een ernstige zaak vinden, betekent niet dat inkomensongelijkheid an sich ernstig is. Sterker, inkomensongelijkheid is een natuurlijk kenmerk van elke maatschappij. Ieder van ons wordt geboren met een talent of ontwikkelt zich anders, mede door meer of minder eigen inzet en hard werken. Het is daarom niet de taak van een overheid om te proberen volledige inkomensgelijkheid te bewerkstelligen. De overheid van een land moet ervoor zorgen dat iedereen gelijke mogelijkheden krijgt maar waar iedereen eindigt in die race, dáár heeft een overheid niets te zoeken.

Mislukking

Historische ervaringen leren ons ook dat het streven een maatschappij te creëren met zeer lage inkomensongelijkheid, gedoemd is te mislukken. Ook de voormalige communistische en socialistische landen, waar inkomensongelijkheid op papier zo ongeveer staatsvijand nummer één was en dus alles geoorloofd was de inkomensverschillen tussen inwoners te verkleinen, kenden in de praktijk behoorlijke inkomensverschillen.

Het is het feit dat inkomensongelijkheid, waardoor overigens bankiers de gebeten hond zijn want zij worden als personificatie van grote inkomensongelijkheid gezien, voor links zo’n belangrijk onderwerp is, dat ik me als monetair econoom verbaas over de voorkeuren van datzelfde links op het gebied van monetair beleid. Ik heb sterk de indruk dat links weinig tot niets begrijpt van dat beleid.

Inflatie is niets anders dan een onzichtbaar maar prima werkend herverdelingsmechanisme in elke samenleving. Diegenen die vooraan in de rij staan, winnen bij inflatie, de rest verliest

Linkse economen, commentatoren, analisten en anderen vinden dat de centrale banken de officiële rente altijd laag moeten houden en bij een beetje crisis pijlsnel naar 0 procent moeten brengen. Als het moet, moet die rente ook negatief worden en mogen de centrale banken onbeperkt geld bijdrukken, het zogeheten quatitative easing beleid voeren. Dat de ECB een tijdlang weigerde de officiële rente (snel) te verlagen en over te gaan tot quantitative easing, was een doorn in het oog van de keynesianen, die in feite een synoniem zijn voor links. In het verlengde daarvan pleiten commentatoren, journalisten, economen en anderen uit de linkse kamp vaak voor een structureel hogere inflatie. En daar begin ik het allemaal vreemd te vinden.

Herverdelingsmechanisme

Inflatie is namelijk niets anders dan een onzichtbaar maar prima werkend herverdelingsmechanisme in elke samenleving. Diegenen die vooraan in de rij staan, winnen bij inflatie. Wie dat zijn? De rijken en de financiële instellingen, ofwel de bankiers. O ja, en de overheden ook. De verliezer is de gewone man. Die wordt het hardst geraakt door hoge inflatie. Inflatie zorgt er namelijk voor dat de lonen maar mondjesmaat stijgen of zelfs, in reële termen, dalen. Inflatie zorgt er ook voor dat de spaarder bloedt omdat hoge inflatie de koopkracht van het spaargeld aanvreet. Anders gezegd: hoge inflatie raakt de werkenden en de spaarders en beloont de rijken en de financiële sector. Anders gesteld: hoge inflatie beloont de rijke klasse en verkleint en verzwakt de middenklasse. Dat betekent dat pleiten voor hoge inflatie in feite pleiten voor economische, sociale en politieke instabiliteit inhoudt. Een cynicus zou zeggen dat het begrijpelijk is waarom links dat wel prima vindt: er is namelijk alle reden voor méér overheidsbemoeienis met alle facetten van ons leven om die misstanden recht te breien en economische, politieke en sociale stabiliteit te leveren.

Uit een onderzoek van het Pew Research Center is gebleken dat economische ongelijkheid in de Verenigde Staten tussen 1917 en begin jaren zeventig is afgenomen. Sinds het begin van de jaren zeventig is de trend juist dat de economische ongelijkheid toeneemt. In de Verenigde Staten is de Gini-coëfficiënt, die de mate van inkomensongelijkheid weergeeft, volgens het Amerikaanse ministerie van Handel gestegen van 0,35 begin jaren zestig naar 0,48. Bij een Gini-coëfficiënt van 0 heeft iedereen precies hetzelfde inkomen. Kortom, de inkomensongelijkheid is in de VS de afgelopen decennia fors is toegenomen.

Sinds het begin van de huidige crisis is door het monetair beleid de economische ongelijkheid nog sneller dan normaal vergroot

Het is géén toeval dat het omslagpunt begin jaren zeventig ligt. In de zomer van 1971 besloot de Amerikaanse President Richard Nixon de koppeling tussen de Amerikaanse dollar en het goud te verbreken. Omdat alle andere Westerse munten gekoppeld waren aan de dollar, betekende dat ook een koppeling tussen andere munten en goud. Daarmee begon het tijdperk waarin voor het eerst op de mondiale schaal het geld ongedekt werd. Voor het eerst in de geschiedenis was er sprake van het zogeheten fiat geldstelsel. Bij het fiat geldstelsel kunnen de centrale banken ongelimiteerd geld drukken en zo aanhoudende inflatie creëren, omdat inflatie altijd, vroeg of laat, volgt op vergroting van de geldhoeveelheid. Daarin zijn de centrale banken overigens prima geslaagd.

Verschillen nemen toe

Sinds het begin van de huidige crisis zien we dat het monetair beleid de economische ongelijkheid nog sneller vergroot dan normaal. Enkele jaren geleden wist The New York Times te melden dat het inkomen van de rijkste 0,01 procent van de Amerikanen in 2010 met 21,5 procent is gestegen. Het inkomen van de rijkste 1 procent liep op met 11,6 procent. De overige 99 procent zag het inkomen met 0,2 procent toenemen.

Quantitative easing zorgt er vooral voor dat de aandelenkoersen het ene na het andere record breken. Dat de aandelenkoersen op historische hoogtes staan, komt zeker niet omdat de economische bomen tot in de hemel groeien en de winsten bij bedrijven hoger zijn dan ooit. Hetzelfde geldt voor de vastrentende waarden zoals staatsobligaties. Uit onderzoek blijkt dat de economische ongelijkheid in de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk en Japan de laatste jaren is toegenomen. Alle drie de landen zijn quantitative easing pioniers. Aandelen- en obligatiebezit is in een samenleving vooral het privilege van de rijken.

Een zeer ruim monetair beleid, inclusief het instrument van quantitative easing, leidt ertoe dat economische ongelijkheid groter wordt

Monetair beleid en economische ongelijkheid zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Een zeer ruim monetair beleid, inclusief het instrument van quantitative easing, leidt ertoe dat economische ongelijkheid groter wordt. Dat is iets waar links allergisch voor is. Toch is datzelfde links een vurig voorstander van een langdurig ruim monetair beleid. Quantitative easing kan voor links niet vroeg genoeg starten (het eindigt in de ogen van links overigens wél altijd te vroeg). Mijn conclusie is dat links de gevolgen van het monetaire beleid niet begrijpt of simpelweg niet kent. Vandaar dat ik blijf pleiten voor het verplicht stellen van economische historie in ons onderwijs omdat geschiedenis ‘de moeder van de waarheid, getuige van het verleden, voorbeeld en advies voor het heden en een waarschuwing voor de toekomst’ is, zoals de Spaanse auteur Miguel de Cervantes al lang geleden opmerkte.