Alles heeft de ECB ervoor over om het euroland te behoeden voor wat bekend staat als ‘de Japanse toestanden’. De ECB creëert met zijn beleid daartoe een omgeving waarin wat ik de Italiaanse toestanden noem, prima gedijen. Een economische vergelijking tussen de twee landen.

Het is al enige tijd alarmfase rood bij de Europese Centrale Bank (ECB) in Frankfurt. De ECB is een instelling met een missie: in het euroland moeten Japanse toestanden koste wat kost voorkomen worden. Japan kampt al ruim 20 jaar met lage inflatie c.q. deflatie en dat is zo ongeveer het ergste wat een economie kan overkomen. Deflatie is een soort gezwel die een economie almaar verzwakt en uiteindelijk die fataal wordt, volgens onder meer de ECB.

En omdat het beter voorkomen is dan genezen – het is zelfs de vraag of het genezen kán worden, Japan is nog steeds geïnfecteerd – schuwt de ECB geen middel. De officiële rente is verlaagd naar 0 procent en de bank probeert met 80 miljard euro per maand andere rentes richting 0 procent te drukken. Dat laatste, ook wel bekend als quantitative easing, betekent overigens dat elk kwartaal de ECB uit het niets een economie in omvang vergelijkbaar met die van Griekenland creëert.

Nadat ik allerlei lijstjes heb bekeken, is mijn indruk dat het enige lijstje waar Italië boven Japan te vinden is de lijst van alle landen ter wereld, op alfabetische volgorde, is

Dat Japan dankzij ruim twee decennia lage inflatie en vaak zelfs deflatie het voorportaal van een economische hel is, wordt met regelmaat als een feit gepresenteerd. In debatten en discussies tussen economen wordt vaak Japan aangehaald en dan is het vanzelfsprekend dat daarmee een land wordt bedoeld waar het zeer onaangenaam wonen is. Frappant is dat niemand de moeite neemt daadwerkelijk te kíjken naar de situatie in dat land: blijkbaar geldt dat als hier en daar tien keer gezegd is dat deflatie c.q. lage inflatie erg is voor een economie en dat Japan hét voorbeeld is van hoe een land eronder kan lijden, dat als een soort onbetwiste waarheid, een feit, wordt aangenomen. Wat zien we als we wél een kijkje nemen in de economische hel op Aarde?

Ellende

Vliegen we in een denkbeeldig economisch helikopter boven Japan, dan zien we op onze boordcomputer dat de werkloosheid in Japan 3,2 procent bedraagt. Voordat iemand met de opmerking komt ‘maar dat komt door de vergrijzing’: de vergrijzing speelt in Japan inderdaad al enige tijd, het is daar eerder begonnen dan bij ons, maar hoe verklaren we dan dat de Japanse werkloosheid sinds 1992 nooit boven 5 procent is geweest? Toen was de vergrijzing nog niet een dominante kracht in de Japanse economie; 1992 is wel het begin van de periode van lage inflatie en vaak lichte deflatie in het land van de rijzende zon. Dat had dus, volgens het gangbare schrikbeeld van deflatie c.q. lage inflatie, het begin van ongekende economische ellende moeten zijn. De werkloosheid is een goede maatstaf van hoe het met een economie gaat. En daar zien we simpelweg alles behalve economische ellende in Japan sinds 1992: zoals gezegd, de werkloosheid is sindsdien haast nooit boven 5 procent uitgekomen.

Japan is op de lijst van de meest concurrerende en innovatieve economieën ter wereld te vinden op een mooie zesde plek; in 2000 vonden we Japan nog op plek 21

De Japanse overheid int belastingen, zoals elke overheid. Jaarlijks is de inkomstenbelasting in Japan goed voor 5,8 procent van het bruto binnenlands product( bbp). Het aandeel van de Japanse staat in de Japanse economie is gelijk aan 42,1 procent van het bbp. Iets meer dan de helft van die uitgaven, 23,1 procent van het bbp, gaat op aan sociale uitgaven. Het uurloon van een Japanse werknemer , die per jaar 1.729 uur werkt, is per jaar gemiddeld met 1,2 procent geklommen en het inkomen per hoofd vinden we op 30.306 dollar, blijkt uit de cijfers van de OESO. Japan geeft elk jaar gemiddeld 3,6 procent van zijn inkomen uit aan onderzoek en ontwikkeling iets wat ervoor zorgt dat Japan op de lijst van de meest concurrerende en innovatieve economieën ter wereld te vinden is op een mooie zesde plek. In loop der tijd is Japan op dat lijstje behoorlijk omhoog geklommen want in 2000 vonden we Japan nog op plek 21.

Italiaanse leest

Dat is dus allemaal zeer ongewenst en probeert de ECB met man en macht Japanse toestanden in het euroland te voorkomen. Daartoe voert de bank een monetair beleid dat zich het beste kan omschrijven als geschoeid op de Italiaanse leest. Om Japanse toestanden te voorkomen doet de ECB er alles aan in het euroland voor Italiaanse toestanden te zorgen, als een soort verdediging en verzekering tegen de ‘ellende’ zoals in Japan.

Laten we de twee landen, Japan en Italië, maar eens vergelijken. Hier boven heb ik al enkele kengetallen voor de Japanse economie de revue laten passeren en in het vervolg zal ik hetzelfde doen met Italië. Daar gaan we.

De werkloosheid in Italië bedraagt 12,7 procent. Waar de werkloosheid in Japan, zoals gezegd, sinds 1992 nauwelijks bóven 5 procent is geweest, is die in Italië sindsdien nog nooit ónder 6 procent geweest! Waar de inkomstenbelasting in Japan goed is voor 5,8 procent van het inkomen van de Japanse overheid, is dat aandeel in Italië 11,6 procent. Dat verbaast niet, want het aandeel van de Italiaanse publieke sector in de Italiaanse economie bedraagt 51,3 procent (nogmaals, in Japan 42,1 procent). Ruim de helft daarvan, namelijk 28,6 procent van het bbp, is geoormerkt voor sociaal beleid. Dat de Italiaanse economie al decennialang nauwelijks groeit, heeft ongetwijfeld iets te maken met het feit dat Rome elk jaar 1,3 procent van het Italiaanse bbp uitgeeft aan onderzoek en ontwikkeling, wat, zoals we eerder hebben gezien, ongeveer een derde is van wat Japan eraan uitgeeft.

In dezelfde periode waarin Japan op het lijstje van meest concurrerende economieën geklommen is van de 21ste naar de 6de plek, is Italië gezakt van plaats 30 naar plaats 43 en moet onder meer Kazachstan voor zich dulden

Niemand mag dan eigenlijk verbaasd zijn dat we Italië op de lijst van de meest innovatieve en concurrerende landen pas op plek 43 vinden, maar liefst 37 plaatsen onder Japan. Zelfs een land als Kazachstan, dat niet bepaald associaties met een zeer innovatieve en concurrerende economie oproept, vinden we bóven Italië. En waar Japan sinds 2000 op dat lijstje geklommen is van plek 21 naar een zesde plaats, is Italië in dezelfde periode gezákt van de 30ste naar dus 43ste plaats. De gemiddelde Italiaanse werknemer werkt iets langer elk jaar dan zijn Japanse collega (1734 vs 1729 uur) maar zijn inkomen is toch láger (28.972 dollar vs 30.306 dollar in Japan). Niet vreemd, want het uurloon in Italië is gemiddeld met 0,7 procent gestegen (in Japan, zoals we gezien hebben, bedroeg de stijging 1,2 procent per jaar).

Feiten wel correct?

En waar de Italiaanse werkgever aan allerlei premies en andere werkgeverslasten op arbeid boven op het loon nog eens 48,2 procent naar de overheid moet overmaken, is deze zogeheten wig in Japan aanmerkelijk lager, namelijk 31,9 procent. Doorgaans geldt dat hoe hoger de wig, hoe duurder het voor een werkgever iemand in dienst te nemen en hoe hoger de werkloosheid. We hebben al gezien dat de werkloosheid in Italië inderdaad een veelvoud is van die in Japan, iets wat zeker geen fenomeen van dit jaar of de laatste jaren is.

Als we allerlei factoren zoals het opleidingsniveau, levensverwachting, economische ontwikkeling et cetera bij elkaar harken dan krijgen we de zogeheten Human Development Index, een brede index die in feite het levensstandaard in een land weergeeft. Op dat lijstje vinden we Japan op plek 20; misschien is dat niet zo hoog als dat u had verwacht, maar het is nog steeds aanmerkelijk beter dan Italië, het land dat we op plek 27 tegenkomen. Nadat ik allerlei lijstjes heb bekeken, is mijn indruk dat het enige lijstje waar Italië boven Japan te vinden is, de lijst van alle landen ter wereld, op alfabetische volgorde, is.

Hét argument voor het ECB-beleid zoals dat al jaren wordt gevoerd is dat de bank de zogeheten Japanse toestanden wil voorkomen in het euroland

Dit kijken naar de werkelijke situatie in Japan en dat vergelijken met andere landen, oogt zo logisch als het maar kan zijn maar wordt, zoals ik al opmerkte, eigenlijk nauwelijks gedaan. Tekenend is een voorval uit eind 2012, enkele maanden na de publicatie van mijn boek Geldmoord waarin ik onder meer de Japanse cijfers vermeld. Van een analist werkzaam bij een grote Nederlandse bank kreeg ik te horen dat hij het onder andere verbazingwekkend vond dat Japan alles behalve een economische hel op aarde was. Hij vroeg me zelfs of de cijfers die ik had gebruikt, en die gewoon afkomstig waren van het Japanse bureau voor de statistiek, klopten! Die strookten namelijk niet met het beeld van Japan. Dit was dus een analist, iemand die zich elke dag bezig houdt met het analyseren van ontwikkelde economieën!

Onze centrale bank, de ECB, voert al jarenlang een beleid dat zeer controversieel is, nu al enorme negatieve effecten heeft wat in de toekomst veel erger kan worden. Hét argument voor dat beleid is dat de bank de zogeheten Japanse toestanden wil voorkomen in het euroland. Om dat te voorkomen duwt de ECB ons in feite naar de Italiaanse toestanden. Of u liever de Japanse of de Italiaanse toestanden meemaakt, dat laat ik aan u over.