Wetenschap, politiek en bedrijfsleven, media, internationale organisaties en kerken: allemaal dragen ze op hun eigen manier bij aan het in stand houden van een soort kuddementaliteit als het op klimaatzaken aankomt. 

Vele jaren geleden schreef ik: ‘Het huidige klimaatbeleid zal … ook van grote invloed zijn op het karakter van onze samenleving. Als we de tendens van het huidige beleid, dat door bijna alle politieke partijen wordt gesteund, extrapoleren naar de toekomst, dan resulteert dat in een sluipende collectivisering van onze maatschappij. Deze zal uiteindelijk uitmonden in een ecologische planeconomie. Een dergelijke ontwikkeling zal ernstige negatieve gevolgen hebben voor het welvaartscheppend vermogen van onze samenleving, onze levensstandaard en – nog belangrijker – voor onze persoonlijke vrijheid en de vrijheid van ondernemen.’

Toen ik eens een paar bewindslieden daarover aansprak en hen wees op de gevaren van klimaatbeleid voor onze economische orde – een afdrijven in de richting van een planeconomie – vroeg één van hen of ik ‘Stalinisme via de achterdeur’ bedoelde. Hij keek mij misprijzend aan met een vragende blik of ik krankzinnig was geworden. De ander reageerde luchtiger met: ‘Oh, je bedoelt ‘communisme via de achterdeur” – en verwees deze gedachte met een hartelijke lach naar het rijk der fabelen.

Maar de laatste jaren is deze aap toch uit de mouw gekomen. Een van de meest uitgesproken rapporten waarin een alternatief maatschappijmodel werd gepropageerd, waarin democratie en markteconomie niet meer heilig zijn om die verschrikkelijke opwarming van de atmosfeer (die ruim 18 jaar geleden is gestopt!) het hoofd te bieden, is te vinden in ‘Welt im Wandel: Gesellschaftsvertrag für eine Große Transformation. Hauptgutachten 2011, Wissenschaftlicher Beirat der Bundesregierung Globale Umweltveränderungen (WBGU).

De WBGU kan enigszins met onze WRR worden vergeleken, met dit verschil dat alle minder ‘progressief’ denkende leden in de loop der jaren zijn weggezuiverd.

Enige citaten uit dit rapport:

Bereits seit geraumer Zeit befindet sich das fossile ökonomische System international im Umbruch. Dieser Strukturwandel wird vom WBGU als Beginn einer „Großen Transformation“ zur nachhaltigen Gesellschaft verstanden, die innerhalb der planetarischen Leitplanken der Nachhaltigkeit verlaufen muss. …

Dies erfordert nach Ansicht des WBGU die Schaffung eines nachhaltigen

Ordnungsrahmens, der dafür sorgt, dass Wohlstand, Demokratie und Sicherheit mit Blick auf die natürlichen Grenzen des Erdsystems gestaltet und insbesondere Entwicklungspfade beschritten werden, die mit der 2 °C-Klimaschutzleitplanke kompatibel sind. …

Die Gesellschaften müssen auf eine neue „Geschäftsgrundlage“ gestellt werden. Es geht um einen neuen Weltgesellschaftsvertrag für eine klimaverträgliche und nachhaltige Weltwirtschaftsordnung. Dessen zentrale Idee ist, dass Individuen und die Zivilgesellschaften, die Staaten und die Staatengemeinschaft sowie die Wirtschaft und die Wissenschaft kollektive Verantwortung für die Vermeidung gefährlichen Klimawandels und für die Abwendung anderer Gefährdungen der Menschheit als Teil des Erdsystems übernehmen. …

Der WBGU begreift den nachhaltigen weltweiten Umbau von Wirtschaft und Gesellschaft als „Große Transformation“. Auf den genannten zentralen Transformationsfeldern müssen Produktion, Konsummuster und Lebensstile so verändert werden, dass die globalen Treibhausgasemissionen im Verlauf der kommenden Dekaden auf ein absolutes Minimum sinken und klimaverträgliche Gesellschaften entstehen können.

Aldus de WBGU onder leiding van Hans–Joachim Schellnhuber, vanouds klimaatadviseur van Angela Merkel (maar daar hoort men de laatste tijd niet zo veel meer over) en thans ook klimaatadviseur van het Vaticaan met een belangrijke inbreng in de laatste encycliek ‘Laudato Si’ (daar hoort men des te meer over).

Het was de eerste poging tot het opstellen van master plan voor een grote transformatie van de samenleving, een blauwdruk voor een planeconomie – in dit geval een ecodictatuur – na de val van de muur.

En ook Christiana Figueras, ‘Executive Secretary’ van de ‘UN Framework Convention on Climate Change’ zit op die lijn en sprak in haar openingsvoordracht van de klimaatconferentie in Lima (december 2014) de volgende woorden:

The calendar of science loudly warns us that we are running out of time, … Here in Lima we must plant the seeds of a new, global construct of high quality growth, based on unparalleled collaboration building across all previous divides. History, dear friends, will judge us not only for how many tonnes of greenhouse gases we were able to reduce, but also by whether we were able to protect the most vulnerable, to alleviate poverty and to create a future with prosperity for all. …

In een recent interview zei zij:

This is the first time in the history of mankind that we are setting ourselves the task of intentionally, within a defined period of time to change the economic development model that has been reigning for at least 150 years, since the industrial revolution.

Aldus Figueras.

‘Fools rush in where angels fear to tread.’

Gevreesd moet worden dat al deze hogepriesters van het ecologisme bezig zijn het wiel opnieuw uit te vinden en niet bekend zijn met de fundamentele schaduwkanten van centraal gestuurde maatschappijmodellen. In dit verband behoren ‘A Road to Serfdom’ van Friedrich von Hayek en ‘Socialism’ van Ludwig von Mises tot mijn favorieten. In deze boeken worden de grondslagen van het socialisme/communisme gefileerd en wordt overtuigend aangetoond dat het systeem zijn aanspraken niet waar kan maken.

Volgens een apocrief verhaal heeft het laatstgenoemde boek van Von Mises jarenlang op de planken van Sovjet–bibliotheken gestaan – waarschijnlijk dank zij de ogenschijnlijk onschuldige titel. Totdat men er achter kwam hoe explosief de inhoud was. Vervolgens werd het schielijk in de ban gedaan.

In de klimaatsceptische literatuur is wel gesuggereerd dat het hier om een groot complot gaat. Maar dat is een sprookje. Het gaat m.i. om een convergentie van ideologie en reële dan wel vermeende deelbelangen, elk met hun eigen wortels.

Wetenschap

In tegenstelling tot andere wetenschappelijke disciplines kent de klimatologie sinds 1988 een internationaal centraal orgaan, het VN–klimaatpanel (IPPC = ‘Intergovernmental Panel on Climate Change’), dat eens in de vijf à zes jaar een rapport uitbrengt, dat een overzicht en beoordeling (assessment) bevat van de recente klimatologische literatuur, zoals die in peer–reviewed tijdschriften is verschenen.

Het eerste IPCC–rapport van 1990 was gematigd van toon. Het schonk weliswaar aandacht aan de opwarming van de atmosfeer, maar hield de mens daarvoor toch niet verantwoordelijk. Het tweede rapport, dat in 1995 uitkwam, bevatte vanuit wetenschappelijk oogpunt niets nieuws, maar plotseling en verrassenderwijs werd de mens als zondebok aangewezen.

Hoe is die volte face tot stand gekomen? Nieuwe wetenschappelijke inzichten? Nee, het was een wetenschappelijke coup door manipulatie. In de onderliggende rapporten was vastgesteld dat er geen overtuigende aanwijzingen waren voor een menselijke vingerafdruk in de opwarming. Maar in de eindversie van de rapporten en de samenvatting werd de volgende zinsnede opgenomen: ‘The balance of evidence suggests a discernible human influence on global climate.’

Met deze vervalsing van de uitkomst van het evaluatieproces verloor het IPCC zijn onschuld. Het was een soort wetenschappelijke zondeval.

Het derde IPCC–rapport van 2001 bracht een tweede coup in de vorm van de zogenoemde hockeystick–grafiek die over de laatste duizend jaar een alarmerende opwarming zonder precedent liet zien. Later werd door onafhankelijke deskundigen vastgesteld dat deze grafiek misleidend was. Door haar suggestieve kracht heeft zij nochtans een cruciale rol gespeeld bij de totstandkoming van het Kyoto–protocol ter vermindering van de door de mens veroorzaakte uitstoot van CO2, en de regeringen over de streep getrokken om tot actie over te gaan.

In het verleden waren er zeker indicaties dat een toename van de CO2– concentratie tot hogere temperaturen leidden. In de periode van 1975–1998 bijvoorbeeld gingen zij in tandem omhoog. Maar na die periode bleef de CO2– concentratie dóórstijgen terwijl de temperatuur stagneerde. In plaats van te erkennen dat dit een zwarte zwaan was, die in strijd was met de AGW–hypothese (AGW = ‘Anthropogenic Global Warming’), bleef de mainstream van de klimatologen dit paradigma verdedigen.

Dat is ook wel begrijpelijk. Onderzoekers hebben geld nodig voor hun werk. Immers, ook bij hen moet de schoorsteen blijven roken. In de klimatologie gaan nagenoeg alle fondsen naar onderzoek dat beleidsondersteunend is. Klimaatsceptische wetenschappers krijgen daarvoor nauwelijks of geen geld.

Mainstream klimatologen bijten niet in de hand die hen voedt. Doen zij dat wel door meningen te verkondigen die buiten de ‘consensus’ vallen, dan worden zij met heftige reacties van hun collega’s en excommunicatie geconfronteerd, zoals de Zweeds/Duitse klimatoloog Lennart Bengtsson onlangs heeft moeten ervaren.

Het laatste slachtoffer is de Australische klimatologe, Jennifer Marohasy, die, volgens nog onbevestigde berichten, kort geleden haar ‘adjunct research position’ aan de ‘Central Queensland University’ heeft verloren.

Ook zijn er vele klimatologen die zich koesteren in de media–aandacht die zij krijgen. Als eenmaal duidelijk wordt dat de opwarming van de atmosfeer sterk gehyped is, zal dat waarschijnlijk afnemen – voor een aantal van hen reden om het opwarmingsvuurtje te blijven aanwakkeren.

Milieubeweging

De Amerikaanse politicoloog, (wijlen) Aaron Wildavsky, zei ooit: ‘Global warming is the mother of all environmental scares.’ En als zodanig is het ook een van de speerpunten van de propaganda van de milieubeweging. Het verlies van dit thema zou grote reputatieschade en derving van inkomsten met zich brengen.

Media

Vele media fungeren als doorgeefluik van de uitkomsten van alarmistische klimaatstudies. Studies en waarnemingen die daarmee in strijd zijn, worden genegeerd of krijgen minder aandacht. Wat het klimaat betreft rapporteren de media vaak kritiekloos. Dat is opmerkelijk, want als het bijvoorbeeld om politiek en economie gaat, zijn de commentaren in de regel niet mals. Maar op de wetenschapsredacties – als die er al zijn – heerst een andere cultuur – vaak een cultuur van slaafs overschrijven van de perscommuniqués van wetenschappelijke organisaties, ook als die ons hel en verdoemenis voorspellen.

Daarenboven zijn vele journalisten die over klimaat en milieu in het algemeen schrijven, groenbevlogenen. Dit belemmert een evenwichtige verslaggeving over de reële ontwikkeling van het klimaat, waaronder de stagnatie van de opwarming sinds meer dan 18 jaar, waardoor het publiek op het verkeerde been wordt gezet.

Politiek

De politiek is zowel instigator als meeloper in de klimaathype. Alhoewel de politiek in ons land bijna kamerbreed pro–AGW en het daarbij behoren klimaatbeleid was, was het toch pas na de krachtige – doch gemanipuleerde – signalen vanuit het VN-klimaatpanel dat het tot bindende verplichtingen om de CO2–uitstoot te beperken kon komen. Door de (misleidende) boodschap van het IPCC, de propaganda van de milieubeweging, die in het algemeen door de media werd gevolgd, zo niet versterkt, en fractiediscipline was er een klimaat geschapen, waarin het parlement zich nagenoeg voltallig committeerde aan het klimaatbeleid.

Het wonderlijke is overigens dat de politiek nooit aan de wetenschap heeft gevraagd wat het verwachte effect van het Kyoto–beleid op de wereldtemperatuur zou zijn. En de wetenschap heeft daar ook nooit uit zichzelf officiële informatie over gegeven. (Dat valt kennelijk onder de omerta van de klimatologen.) Dat zou ook erg gênant zijn. Want volgens de klimaatmodellen is dat zó klein dat het niet meetbaar is. Dat wijst erop dat we hier met (uiterst kostbare) getuigenispolitiek hebben te maken.

Bedrijfsleven

Gelokt door het perspectief subsidiestromen/smeergelden, waardoor een hoog, risicoloos rendement verzekerd leek, zijn ook vele bedrijven in de duurzaamheid gestapt, vooral als producenten van wind– en zonne–energie. Andere bedrijven bewijzen vaak lippendienst aan duurzaamheid, mede om een groen voetje te halen bij de milieubeweging en gevrijwaard te blijven van ‘ludieke’ acties, zoals het doorsnijden van slangen bij benzinepompen en het plaatsen van keien op de zeebodem om de visserij te belemmeren.

Zoals ik al vaak eerder heb geschreven, zijn duurzaam en desinformatie een Siamese tweeling. De duurzaamheidsindustrie geeft bijvoorbeeld stelselmatig hoog op van de productiecapaciteit van windturbines en zonnepanelen, maar noemt daarbij alleen de maximaal haalbare capaciteit en verzuimt te vermelden dat zij in de praktijk slechts 20% – 35% van die capaciteit leveren. Wegens hun fluctuerend karakter hebben deze vormen van energie ook altijd een back–up nodig voor als het niet waait of de zon niet schijnt. Die kan in ons land alleen worden geleverd door snel op– en afregelbare fossiel–gestookte centrales. De compensatie van hun fluctuerend aanbod leidt tot efficiencyverliezen in de rest van het elektriciteitssysteem, waardoor per saldo de besparingen van fossiele energie, en dus ook de CO2–uitstoot, nihil zijn.

Gezien de grote investeringen in duurzaamheid is het begrijpelijk dat het bedrijfsleven gebaat is bij een continuering van van het huidige genereuze subsidiebeleid. Het einde van de klimaathype zou dramatische gevolgen hebben voor hun winstgevendheid en solvabiliteit. De beleidswijzigingen in Spanje, waar de overheid de duurzaamheidssubsidies aanzienlijk heeft teruggeschroefd, bieden in deze een afschrikwekkend voorbeeld.

Internationale organisaties

Of het nu om de VN, de NAVO, de OESO, de EU en noem maar op gaat, een van de permanente doelstellingen van internationale organisaties met hun bureaucratieën is uitbreiding van hun werkterrein om de talloze – reële en vermeende – wereldproblemen te kunnen oplossen. In dit licht is de klimaat’problematiek’ voor vele van hen een godsgeschenk. Het permanente reizende vergadercircus dat zich rond het klimaatthema heeft ontwikkeld is zonder precedent en is een levensvervulling geworden van de fine fleur van de multilaterale diplomatie en internationale ambtenarij. Verwacht van hen dus geen einde aan het aanwakkeren van de klimaathype, ook al zou de wetenschap daarvan terugkomen.

Religie

Ook vele kerken hebben zich achter de klimaathype geschaard. De Rooms–Katholieke Kerk is met de nieuwste encycliek, ‘Laudato Si’, daarin het verst gegaan. De eerdergenoemde Schellnhuber heeft daarin een belangrijke rol gespeeld.

Dat is verwonderlijk en levert spanningen op want het Christelijke geloof is bij uitstek antropocentrisch. Jezus sprak: ‘Laat de kinderen tot mij komen.’ En de Kerk is fanatiek tegenstander van geboortebeperking. Het klimaatevangelie is daarentegen proto–christelijk. Het stelt de natuur en de aarde centraal (moeder Gaja) en heeft daarbij een misantropische inslag. Schellnhuber is bijvoorbeeld van mening dat een bevolkingsomvang van 1 miljard mensen het maximum is dat de aarde kan dragen. Als men deze gedachtelijn volgt, rijst de vraag wat er met de rest moet gebeuren.

Tot op heden zijn deze tegenstellingen onder de radar gebleven. Maar in de toekomst zouden zij wel eens manifest kunnen worden.

Geen complot maar convergentie

Al met al geen complot dus, maar een convergentie van ideologie en deelbelangen, beïnvloed door een mengsel van groepsdenken, tunnelvisie, kuddegeest, cognitieve dissonantie, onbenul en de opvulling van het religieus vacuüm, nagelaten door de ontkerstening. En er zullen onder de diverse belanghebbende groeperingen waarschijnlijk slechts weinigen zijn die de eerder geschetste ecologisch gedreven maatschappijhervormingen in hun uiterste consequentie onderschrijven. Maar gewild of ongewild, we drijven wèl die kant op.

Hoe het ook zij, het klimaatbeleid kost de ontwikkelde landen nu al zo’n miljard per dag. Dat is héél veel geld, zeker gezien het feit dat zowel protagonisten als antagonisten van AGW het erover eens zijn dat dit geen enkel aantoonbaar effect heeft op de gemiddelde wereldtemperatuur. Het is puur getuigenispolitiek.

Maar peuter dat de politiek maar eens aan het verstand.

Voor mijn eerdere bijdragen aan Jalta zie hier.